NieuwsAtletiek

Sinds Femke Bol haar polshartslagmeter showde, is de gadget een rage op Papendal

Een polsbandje met ingebouwde hartslagmeter is razend populair onder atleten op Papendal. Hebben topsporters echt wat aan het apparaatje, of is het een slimme marketingtruc?

Femke Bol voor de start van de 400 meter horden tijdens de FBK Games. Om haar bols de befaamde Whoop Beeld ANP
Femke Bol voor de start van de 400 meter horden tijdens de FBK Games. Om haar bols de befaamde WhoopBeeld ANP

Hordeloopster Femke Bol begon ermee, daarna volgden anderen en nu heeft de halve atletiekploeg er één: een ‘Whoop’. Het is een polsbandje met hartslagmeter die dag en nacht aan staat. Uit de gegevens die de sensor in het bandje verzamelt, halen coaches veel informatie, zoals hoeveel slaap een atleet heeft gehad.

Bram Peters, een van de coaches van hordeloopster Femke bol, tipte het product aan zijn pupil. Peters wou meer weten over wat Bol aan zou kunnen in trainingen. ‘Ik zie nu wat bijvoorbeeld een lange reis met een atleet doet. Of dat iemand te lange tijd te hard traint en echt gas terug moet nemen. Slaap wordt ook gemeten, dus je weet precies of je wel genoeg geslapen hebt. Daar kun je de training op aanpassen’, zegt Peters.

Stress meten

Wie de hele dag de hartslagfrequentie meet, ziet ook welke factoren stress opleveren, zegt Sander Ganzevles. De voormalig zwemmer heeft zich tijdens zijn promotie bij bewegingswetenschappen aan de VU in Amsterdam veel bezig gehouden met het nut van het continu monitoren van de hartslagfrequentie bij sporters.

Vooral de tijd tussen hartslagen is interessant, zegt Ganzevles, die momenteel als zwemcoach in Australië werkt. Als de tijd tussen twee hartslagen korter is dan normaal, kan het een teken zijn dat er iets aan de hand is. ‘We hebben op een trainingskamp in Tenerife iemand van de Nederlandse ploeg een keer niet laten trainen omdat de rusthartslag afwijkingen vertoonde. Die zwemmer voelde in de ochtend nog niks, maar de statistieken wezen iets anders uit. ‘s Middags lag de zwemmer ziek op bed. Het was misschien erger geworden als er toch getraind was.’

Ook atletiektrainer Bram Peters denkt sporters via de gegevens te kunnen behoeden voor nog meer leed. Toen acht atleten op de EK indooratletiek in Polen in maart besmet raakten met het coronavirus, was dat terug te zien in de cijfers. ‘We zagen dat de atleten meer ademhalingen maakten toen ze besmet waren, ook als ze geen klachten hadden. Dat kon een reden zijn om toch rustig aan te doen.’

Femke Bol in actie tijdens een atletiekmeeting in Oordegem, België. Beeld BELGA
Femke Bol in actie tijdens een atletiekmeeting in Oordegem, België.Beeld BELGA

Helaas kon Peters niet in de cijfers aflezen dat hordeloopster Nadine Visser in mei een scheurtje zou oplopen in haar hamstring, waardoor haar olympische voorbereiding verstoord werd. ‘Daar zegt haar hartslag niets over. Je kunt het risico op blessures wel verkleinen doordat je eerder weet dat je te bijvoorbeeld hard traint. Je kunt dan op tijd rust inbouwen. Maar je zou ook kunnen zien dat een atleet niet moe genoeg is. Het ideale scenario is dat de mate van vermoeidheid past bij het programma.’

Prijzige grap

Goedkoop is het bandje van Amerikaanse makelij niet. De sensor is gratis, maar je moet er een abonnement van 30 euro per maand voor nemen, met een minimale afname van een half jaar. De Whoop wordt niet vergoed door de Atletiekunie. ‘Natuurlijk zit er een hele marketingcampagne achter zo’n product’, zegt Ganzevles. ‘Dat geldt voor alle producten in de topsport. Een fabrikant wil er geld mee verdienen. Ik geloof wel dat coaches er iets aan hebben, mits ze zich in de materie verdiepen. Niet iedereen kan die gegevens even goed aflezen. Daar moet je voor uitkijken.’

Het is nog niet voor elke sport even handzaam. De renners bij de Amerikaanse wielerploeg EF Pro Cycling maken ook gebruik van het polsbandje. Whoop sponsort de ploeg. Maar voor zwemmers is het tijdens trainingen niet zo handig, zegt Ganzevles. ‘Water verstoort de metingen. Ook als je overmatig zweet kunnen de gegevens niet helemaal kloppen. Maar je krijgt alsnog een goed beeld over de hartslagfrequentie over de gehele dag.’

Atletiektrainer Peters denkt dat het polsbandje het begin is van een technologische revolutie op Papendal. ‘Over vijf of tien jaar moet je wellicht door een poortje bij de baan waar dan een lampje knippert. Groen is volledig belastbaar, oranje is oppassen en bij rood kan je helemaal niet trainen.’

Bij de VU wordt er volgens Ganzevles al aan een alarmsysteem gewerkt wat daarop lijkt. ‘Als de hartslagfrequentie te hoog is, er weinig variatie in zit en er te weinig geslapen is, dan komt er via software een signaal naar je smartphone dat de atleet op rood staat.’

Meer over