Shííít, zo dichtbij en toch zo ver weg

Maarten, Maurice en René vertrekken zaterdagmorgen om vijf uur uit Haarlem. Bestemming is een plastic stoeltje in het Stade de France voor de wedstrijd Nederland - België....

BART JUNGMANN

Van onze verslaggever

Bart Jungmann

PARIJS

Ze arriveren een paar uur later in Brussel om Rob op te pikken. Rob is een paar uur eerder met het vliegtuig vanuit Kaapstad geland. Hij is een neef van Maurice en René.

Rond het middaguur is het viertal in Parijs. Ze kijken eerst op de tv naar de wedstrijd tussen Spanje en Nigeria. Tegen half zes zijn ze bij het stadion. Ze hebben nog geen kaartjes. Maar dat gaat lukken. Natuurlijk gaat dat lukken.

De zwarte markt is vrijdagavond al geopend op de Champs-Elysées en de markt is krap volgens insiders. De prijzen lopen op tot duizend gulden per kaartje, ruim het twintigvoudige van de normale prijs.

Een Amsterdamse organisatie die bij drukbezochte evenmenten als tussenhandelaar fungeert, is ten einde raad. Ze heeft een tiental personeelsleden op rolschaatsen en met zaktelefoons de markt opgestuurd. Een paar honderd kaarten zou de oogst moeten zijn. Om vijf uur zaterdagmiddag zijn het er nog niet eens twintig.

Rob zegt tegen Maurice, Maarten en René dat ze geduld moeten hebben. Geduld en balls. Als de wedstrijd nadert, zakt de prijs vanzelf. Bij ingang Noord worden ze al meteen aangesproken. Vier kaartjes voor twaalfduizend franc. Dat is vierduizend gulden. Rob is opgetogen. Zie je wel kaartjes zat.

Rob is een zakenman die op zijn Europese reis het voetbal met werk combineert. Hij denkt de marktwerking te kennen.

Ze gaan vergaderen. Order, roept Rob als de aandacht van Maurice verslapt. Rob houdt de zaken graag strak, terwijl Maurice meer een vrijbuiter is. Maarten is de nuchterste. Hij bekijkt het allemaal een beetje. René is nogal afwezig, alsof het hem niet zoveel kan schelen.

Wat is onze limiet? Maurice en Rob zijn bereid duizend franc te betalen. René wil niet verder dan 750 franc gaan en Maarten eigenlijk ook niet. Een patstelling dreigt. Dan besluit Maurice hen het benzinegeld kwijt te schelden. Daarmee wordt het dus duizend franc. En dat verandert niet, waarschuwt Rob.

Wat te doen als we maar twee kaartjes kunnen krijgen? Liever twee dan niemand in het stadion, zegt René. Kan een optie zijn, zegt Maurice. Nee, zegt Rob. Samen uit, samen thuis.

René gaat een bankautomaat zoeken om geld te trekken. Maurice en hij moeten nog Frans geld hebben. Wat een gehannes, verzucht Rob.

Wat te doen tegen valse kaartjes? Het watermerk controleren, zegt Maurice. Op de barcode letten, zegt Maarten. Eentje gaat met zijn kaartje naar de kassa, zegt Rob, en de anderen blijven bij de handelaar staan.

Wat doen we als we niet binnenkomen? Rob wijst naar een verderop gelegen Ibis-hotel. Kun je wel vergeten, zegt een meeluisterende Belg. Het hotel heeft security ingehuurd.

De Belg heeft al kaartjes. Waarom verkoop je ze niet aan ons voor duizend franc, vraagt Rob. Hij zegt dat België gaat verliezen. De Belg is er ook bang voor, maar wil er wel bij zijn.

Ze lopen langs het metrostation naar de wijk Saint-Denis. Een kroeg met tv is gauw gevonden. Onderweg worden er nog veel kaartjes aaangeboden. Het zijn veelal immigranten die met piepers en zaktelefoons elkaar op de hoogte houden.

Wij zijn misschien nerveus, zegt Rob, maar die jongens zijn nog veel zenuwachtiger. Straks zijn die kaartjes niets meer waard. Ze moeten gewoon balls hebben. Balls en geduld. Echt, het gaat lukken.

In Saint-Denis drinken ze een biertje. Het loopt dan tegen zevenen. Rob stelt voor om acht uur weer de markt op te gaan. Maar Maurice houdt het om half acht al niet meer. Hij is bang de slag te missen.

Met Maarten gaat hij terug naar het stadion. De prijs zakt naar rond de tweeduizend franc voor één kaartje. Maar de vraag lijkt het aanbod nog steeds veruit te overtreffen. Maurice denkt dat het tijd voor actie is. Maarten haalt de andere twee op. Het begint steeds harder te regenen.

Maurice en Rob zijn links en rechts aan het onderhandelen of luisteren mee. De spanning stijgt rond Stade de France. Een man met een muts cirkelt steeds rond het groepje. Zo nu en dan duikt hij weg voor naderende agenten. Maar er wordt niet ingegrepen en zijn prijs zakt niet onder de tweeduizend franc.

Ze besluiten terug te gaan naar ingang Noord. De markt lijkt daar minder hectisch. Maurice spreekt een donkere jongen aan. Het blijkt een Nederlander te zijn die namens een reisorganisatie nog veertig kaartjes zoekt. Hij heeft alle handelaars rond hem gemobiliseerd en is bereid 2500 franc te betalen. Hier hebben we niets te zoeken, zegt Rob.

In het stadion gaat gejuich op. De spelers komen kennelijk het veld op. Buiten het stadion is het nog altijd erg druk. Waar is de muts? Daar is de muts. Hij is al zijn kaartjes kwijt. De twijfel groeit. Misschien gaat het toch wel niet lukken.

Ze lopen terug in de richting van het metrostation. Hier en daar zakt de prijs naar 1500 franc. Geruchten over duizend franc doen de ronde.

Rob treft een Amerikaan die hem gerust stelt. Hij heeft dit al zo vaak meegemaakt. Het gaat echt wel lukken. Duizend franc? De Amerikaan rekent op een prijs van vijfhonderd franc. Het komt nu drastisch naar beneden, roept Rob naar de anderen.

In het stadion worden de opstellingen omgeroepen. Shííít, schreeuwt Maarten. Zo dichtbij en toch zo ver weg.

Rob loopt met vier vingers omhoog en wordt aangesproken door een handelaar. Hij kan vier kaarten voor zesduizend franc kopen. Rob probeert te onderhandelen, maar de man is onwrikbaar.

Deze handel begrijp ik niet, zegt Rob. Die jongen kan nu vierduizend franc vangen en over een kwartier heeft hij zero. De handelaar haalt zijn schouders op en loopt weg. Rob zegt dat dit het verschil is tussen een businessman en een crook.

Het is bijna negen uur. De volksliederen worden gespeeld. René heeft het opgegeven. Hij kijkt naar een ruzie tussen koper en verkoper, waar de politie tussen springt.

De wedstrijd begint. Maurice kan drie kaartjes kopen. Eerst voor 1500 franc per stuk, dan voor 1200 en uiteindelijk voor 1100. Het geld brandt in zijn broekzak.

Rob waarschuwt voor valse kaarten. Maurice houdt er één tegen het licht. Lijkt oké. Maarten zegt dat Maurice de handelaar moet neenemen naar de kassa. De handelaar weigert, Maurice twijfelt.

De handelaar wordt weggetrokken door een handlanger. Elders wordt 1500 franc geboden. We geven het op, zegt Rob. Het is niet gelukt.

Ze rennen naar een Braziliaans dorp dat even buiten het stadionterrein is ingericht. Ze missen een kwartier van de wedstrijd. De entree is vijftig franc.

Om elf uur zaterdagavond hebben ze zich met de mislukte missie verzoend. Ze hebben hun best gedaan en zichzelf 3800 franc bespaard.

Meer over