'Service is een veer die zich opdraait en ineens losschiet'

Een minicollege opslaan van oud-tennisser Richard Krajicek. Zodat u weet wat de service zo gecompliceerd maakt als u vanaf 15 november kijkt naar de ATP World Tour Finals in Londen.

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

'Roger Federer heeft de mooiste service in het circuit. Het ziet er zo soepel uit. Ontspannen. Precies. Maar sinds de halve finale op Wimbledon dit jaar, tegen Andy Murray, vind ik dat hij ook de beste service heeft. Het was echt een wapen geworden. Je zag hoe Murray licht verkrampte toen hij geen greep op de service kreeg, terwijl Federer aan vertrouwen won en ook in zijn spel steeds beter werd.

'Ik herkende het wel. Als mijn service goed liep, maakte het verder niet zoveel uit hoe ik speelde. Je tegenstander raakt dan gefrustreerd. Die vindt het onterecht dat je veel games wint, terwijl je in de rally bij wijze van spreken geen bal raakt. Dan wordt het een mentaal spelletje.

'De service is de slag die de meeste handelingen vereist, maar is - omdat je de bal zelf opgooit - ook de enige waarover je volledige controle hebt. Alle andere slagen zijn reacties op de tegenstander. Het begint vaak met rituelen. Voor de opgooi liet ik de bal altijd een oneven aantal keer stuiteren. Drie, vijf, of zeven. Het gaf me rust, vertrouwen. Intussen was ik voortdurend in gesprek met mezelf. Hoe ga ik 'm slaan? Waar? Ik heb nu drie keer naar buiten geserveerd, denkt hij dat ik het nog een keer ga doen of kies ik voor het midden?

'De slag zelf begint met waar je je voeten neerzet en eindigt met de polsbeweging, het laatste klappertje. Daarbij gebruik je bijna alles van je lichaam: knieën, rug, schouders, arm - het is een veer die zich opdraait en dan ineens losschiet.

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter

Richard Krajicek (43)

Richard Krajicek is de enige Nederlandse winnaar van een individuele grandslamtitel in het tennis: Wimbledon, 1996. Hij behoorde tot de beste serveerders van de laatste decennia: ruim 85 procent van de servicegames zette hij om in winst. Sinds 2004 is hij directeur van het ABN Amro-indoortoernooi in Rotterdam.

Afwisseling en camouflage

'De service draait om twee dingen: afwisseling en camouflage. Grofweg zijn er drie mogelijkheden: vlak en hard, slice, zodat je de bal een curve meegeeft, meestal naar buiten of juist naar het lichaam van de tegenstander, of de kickservice, waarbij de bal hoog opstuit. Bij de eerste twee geeft vooral het lichaam vaart aan de bal, bij de laatste zit de acceleratie meer in het racket. Je aait de bal als het ware over de bol. Hij gaat niet gelijk naar beneden, maar komt met een boog aan de overkant. Veel spelers gebruiken de kick als tweede service - het is veilig, de bal gaat zeker een meter over het net. Maar ik sloeg hem geregeld als eerste. Ik speelde service-volley, ik ging gelijk naar het net. Omdat de bal niet zo hard is en hoog stuit, creëer je wat meer tijd. De verrassing zit niet alleen in de plek en het effect, ook met de snelheid kan je spelen. Je moet niet alleen maar beuken. Sla een keer op 90 procent, dan staat de ander vast op zijn hakken.

'De bal opgooien, is misschien wel het allerbelangrijkste. Je raakt 'm het liefst op het dode punt, of desnoods als hij al wat aan het zakken is. Tegenstanders kunnen vaak aan de opgooi zien wat voor bal ze kunnen verwachten. Gooit een rechtshandige de bal wat meer naar rechts, dan ligt een bal met zijspin voor de hand. Komt de bal wat meer naar links en iets achter de speler, reken dan maar op een kickservice. Dat was mijn sterke punt: bij een min of meer gelijke opgooi kon ik bijna alle varianten wel aan. Je kon niet zien wat ik ging doen.

'Het vertrouwen in mijn service was zo groot, dat een dubbele fout me helemaal niks deed. Maar als ik twee keer achtereen mijn backhand miste, mijn zwakste slag, sloeg meteen de twijfel toe. Zo zie je, het is ook psychologie.'

undefined

null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter
null Beeld Frank Ruiter
Beeld Frank Ruiter
Meer over