OLYMPISCHE SPELENHANDBAL

Schutter Lois Abbingh koestert de harde handballessen van Rio

De Nederlandse handbalsters, de wereldkampioenen van 2019, zijn geplaatst voor de kwartfinales van woensdag. Die wedstrijd beslist of het toernooi geslaagd of mislukt is, zegt schutter Lois Abbingh. ‘We zijn, dat weet ik na vier goede wedstrijden op rij, veel beter in vorm dan in Rio.’

Lois Abbingh scoort tegen Noorwegen. De Nederlandse ploeg verloor uiteindelijk met 27-29. Beeld Klaas Jan van der Weij
Lois Abbingh scoort tegen Noorwegen. De Nederlandse ploeg verloor uiteindelijk met 27-29.Beeld Klaas Jan van der Weij

De kwartfinale van woensdag, daar draait het allemaal om in het olympisch handbaltoernooi van Tokio 2020. Lois Abbingh, Nederlands topschutter, weet ervan sinds 2016. Die ene wedstrijd, tegen Brazilië, maakte het verschil tussen een slecht en een goed toernooi. Nederland won die dag in Rio, in een sensationele uitvoering, van het thuisland, maar redde het vervolgens net niet in de halve finale tegen Frankrijk en de strijd om het brons tegen Noorwegen.

Zaterdagavond laat, in het akelig lege Yoyogi-stadion, na het goed gespeelde Nederland-Noorwegen (27-29), vertelde de Groningse nog eens van de lessen van Rio. ‘We hebben geleerd dat je in zo’n olympisch toernooi je energie moet sparen. De kwartfinale is beslissend: naar huis of door voor de medailles. Het is dus oppassen met alles op alles zetten in de poule. We zetten onze speelsters hier ook veel breder in; iedereen krijgt speeltijd. We zijn, dat weet ik na vier goede wedstrijden op rij, ook veel beter in vorm dan in Rio.’

Daar, in de geel kleurende Future-hal van Barra, ontbrak de flow van dag 1 af. Het was moeizaam handbal, meer mouwen opstropen dan tegenstander opknopen. Pas in de kwartfinale, als nummer 4 tegen de winnaar van de andere poule, Brazilië, kwam het Nederlands team, toen in handen van bondscoach Henk Groener, echt los.

Het had met de herwonnen scherpte van de schutters Estavana Polman en Lois Abbingh te maken. ‘Ik had zelf vijf wedstrijden lang niet kunnen aanzetten. Bij een strandtraining na een oefenwedstrijd tegen Brazilië, een estafetteloop, voelde ik opeens de hamstring, de pees, links, precies die het echte buigen en strekken regelt. Het werd stilgehouden. Ik mocht er niets over zeggen tegen de pers. Superfrustrerend natuurlijk. Elke stap voelde ik een steek aan de achterkant van mijn knie.’

Na zestien dagen van behandeling (‘Na elke wedstrijd het olympisch ziekenhuisje in voor een ijsbad en shockwave’) werd besloten tot een injectie. Tegen Brazilië kon de linkeropbouwer opeens voluit spelen. De pees was verdoofd. Zij maakte er vijf. Polman, ook kampend met een hamstringblessure, zelfs twaalf.

Voor Tokio nam Abbingh zich voor in training op haar tellen te passen. Het trainingsprogramma, onder Groener nog collectief uitgevoerd, werd onder leiding van bondscoach Mayonnade en fysieke trainer Klarenbeek gedifferentieerd. ‘Doen wat bij je past. Geen training overslaan maar nadenken. Is dit verstandig als ik dit volle bak doe? Al bij mijn club Odense deed de trainer, Ulrik Kirkely, aanpassingen aan mijn programma. Maar wel de wedstrijden spelen. Uiteraard. Maar wat mij voor Rio is gebeurd, dat gaat me niet meer overkomen. ’

In Tokio voelt de international, 28 inmiddels, zich fitter dan ooit. Ze kan klappen incasseren die ze met haar starts van de tweede rij naar de hoog springende en stevig duwende verdedigers altijd krijgt. In training is zij al vaak de klos. Aanvoerder Danick Snelder deelt dan ook uit.

Dinsdag kreeg Abbingh een klap van een groot uitgevallen Koreaanse. ‘Dan hoor je erbij, hè.’ Zaterdag werd ze bij de stand 3-4 door de Noorse Skogrand hard geraakt op het lichaam. Ze bleef lang in het veld, maar in de tweede helft bleef ze een kwartier, in trainingspak om de brullende airco aan te kunnen, aan de kant. ‘Ik moest toch even herstellen.’

Na de wedstrijd, verloren door een iets te grote foutenlast aan het eind (van 26-26 werd het in de laatste zes minuten 27-29), was Abbingh alweer de ontspanning zelf. Ze is op schot. Na vier wedstrijden heeft ze 23 goals achter de naam, uit 34 schoten. Dat schotpercentage (68 procent) overstijgt de gemiddelden van haar beste toernooien: 48 (WK 2015), 65 (OKT 2016), 58 (WK 2017) en 62 (WK 2019). Ter vergelijking: in Rio kwam zij aan 36 procent rake schoten, een alltime low.

Ze jaagt niet op doelpunten, ze bedient soms al te nadrukkelijk andere speelsters. Als Danick Snelder of de opvallend sterke youngster Merel Freriks aan de cirkel vrijkomen, gaat de bal daarheen. ‘Als de tegenstander heel offensief op mij dekt, krijgen die anderen de kans. Zelf denk ik: mijn kansen komen nog wel. Aan het eind vaak. Ik ben niet van: shit, ik heb pas twee doelpunten gemaakt. Ik drijf op mijn instinct en ervaring.’

Tegen Noorwegen stond Silje Solberg onder de lat. Met haar stops, 12 uit 39, legde ze de basis voor de Noorse zege. De Nederlandse goalie Tess Wester kwam aan 7 uit 35. Abbingh, schoonzus van Wester, had op Katrine Lunde in het Noorse doel gerekend. Lunde, met Noorwegen de olympisch kampioen van 2008 en 2012, is een fenomeen. Op 41-jarige leeftijd staat zij nog steeds onder de lat, beweeglijk als een kat, ogen als van een havik. ‘Ik denk weleens: kan die niet stoppen? Ze is nu eenmaal ongelooflijk goed, dat is voor een schutter best vervelend.’

Abbingh ziet in haar eigen team jonge speelsters als Inger Smits en Dione Housheer excelleren. Dat zij bij het EK in Denemarken van december speeltijd kregen, betaalt zich nu uit. Het huidige team ‘is nog steeds niet de geoliede machine zoals wij die een paar jaar geleden waren. Logisch ook, wij spelen van 2011 met elkaar. Maar het vordert.’

Meer over