Nieuws

Scheperkamp droomde van de Spelen in 2026, maar hij gaat volgend jaar al

Merijn Scheperkamp verraste de gevestigde sprinttop op de 500 meter van het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) door met 34,45 de snelste 500 meter neer te zetten, voor Dai Dai N’tab en Kai Verbij. Hij maakt daarmee de grootste kans op een startbewijs voor de Spelen in Beijing.

Erik van Lakerveld
Merijn Scheperkamp (r) is de snelste  op de 500 meter. Jac Orie, de coach van de verslagen favorieten Verbij en N’tab, feliciteert hem. Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Merijn Scheperkamp (r) is de snelste op de 500 meter. Jac Orie, de coach van de verslagen favorieten Verbij en N’tab, feliciteert hem.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Ze noemen hem Frenkie, naar Frenkie de Jong. Omdat Merijn Scheperkamp dezelfde haardracht heeft, bedacht zijn oud-trainingsmaat Kjeld Nuis die bijnaam drie jaar geleden. Maar ook omdat hij even rustig is als de voetballer van Barcelona. Die eigenschap kwam maandagavond goed van pas.

Bij het olympisch kwalificatietoernooi (OKT), waar de adrenaline door Thialf golft, liet Scheperkamp zich het hoofd niet op hol brengen. ‘Ik kan mentaal heel goed in zo’n wedstrijd zitten. Het maakt me niet uit wat de anderen doen.’ Het leidde op zijn tweede 500 meter tot 34,45, de snelste tijd van de dag en 0,2 sneller dan zijn 34,64 uit de eerste rit.

Scheperkamp is zo goed als zeker van de Spelen. Dai Dai N’tab (34,53) en Kai Verbij (34,57) weten pas aan het eind van het OKT of ze met hem mee mogen.

Vrijuit kunnen schaatsen

‘Ik had nooit gedacht dat ik het nu al zou halen’, zei Scheperkamp na afloop, ontspannen met een bekertje appelsap in zijn hand. Dromen van de Spelen deed hij wel: die van 2026. Dan zou hij meer ervaring hebben, een completere schaatser zijn, hield hij zichzelf de afgelopen tijd voor. Daarom hing er nog niet zo veel van dit OKT af. ‘Ik stond er heel relaxed in en kon vrijuit schaatsen.’

Scheperkamp heeft dezelfde logo’s op zijn pak als de twee mannen die hij te snel af was. Maar qua dessin wijkt zijn tenue af. Het bovenlijf van N’tab en Verbij is volledig geel, bij hem zijn het alleen de mouwen, de romp is zwart. Hij is lid van de opleidingsploeg van Jumbo-Visma. Niet Jac Orie is zijn trainer, maar diens assistent Sicco Janmaat.

Al maakt de 21-jarige sprinter geen deel uit van de hoofdmacht, Scheperkamp is wel prof. Zijn studie biologie aan de NHL Stenden Hogeschool in Leeuwarden is ondergeschikt aan zijn schaatsambities. Zijn trainingsschema is even intensief als die van Ories pupillen en hij krijgt ook salaris, zij het van wat bescheidener omvang.

In de luwte

Het grote voordeel van zijn plekje bij Janmaats equipe vindt Scheperkamp, die deze winter ook goed presteerde in de wereldbekers, dat hij in de luwte kon opereren. De verwachtingen en stress van N’tab en Verbij, met wie hij veel samen traint, kon hij ontwijken.

‘Misschien had ik Merijn wat minder in het traject moeten betrekken’, grapte N’tab later, toen zijn chagrijn om de tweede plaats was gezakt. Rondom de wereldbekerwedstrijden had hij veel met zijn jonge trainingsmaat opgetrokken en gepraat, met name over hoe je om moet gaan met zenuwen. Dat is zijn eigen zwakke plek.

Hoe meer mannen zich voor meer dan één afstand plaatsen, hoe meer kans N'tab maakt op de Spelen. En dus zou Scheperkamp N’tab kunnen redden door ook een ticket op de 1.000 meter te pakken. Hij beheerst die afstand goed. Bij de NK van afgelopen oktober werd hij vijfde. Toch verwacht Scheperkamp zelf dat de strijd komende woensdag tussen Verbij, Otterspeer, Nuis en Thomas Krol zal gaan.

Schaatsen en inlineskaten

Scheperkamp komt uit Hilversum en combineert al sinds zijn jeugd het schaatsen met inlineskaten. Hij won er als junior WK-medailles mee. ‘Het skeeleren heeft me de vechtersmentaliteit gegeven om echt nog voor die tweede 500 meter te gaan.’

Hij is een opvolger van Michel en Ronald Mulder, die als eerste rappe mannen bewezen dat wieltjes en ijzers goed samen kunnen gaan. Michel, winnaar van goud in Sotsji, is inmiddels gestopt. Ronald, brons bij diezelfde Spelen, waagde nog een poging voor Beijing maar kwam tekort en huilde van teleurstelling.

‘Ik heb een goede band met Ronald en ik heb bij het skeeleren veel van hem geleerd’, vertelde Scheperkamp. Maar een echt voorbeeld was de 14 jaar oudere routinier niet voor hem. ‘Ik heb nooit gedacht: ik wil Ronald Mulder worden.’

Hij heeft ze sowieso niet, idolen. Mulder niet, Frenkie de Jong niet. ‘Ik wil Merijn Scheperkamp worden.’

Meer over