Scheidsrechter is zelden excuus voor verlies

Als een voetbalploeg tegen de verwachtingen in toch verliest, is er altijd nog de scheidsrechter die je de schuld kunt geven....

DE LAATSTE maanden is de rol van de scheidsrechter na afloop van voetbalwedstrijden meer dan eens het onderwerp van discussie geweest. Zo suggereerde Arie Haan na afloop van PSV - Feyenoord, dat Hagenees Dick Jol goede maatjes was met Hagenees Dick Advokaat, wat hem een forse boete van de tuchtcommissie opleverde. Ook Louis van Gaal is niet altijd te spreken over de kwaliteit van het Nederlandse arbiterkorps, en dat is nog een understatement.

Om de partijdigheid van scheidsrechters te onderzoeken, zijn we nagegaan in welke mate een scheidsrechter zich laat beïnvloeden door het publiek dat de wedstrijd bezoekt. Dat publiek bestaat vrijwel altijd in meerderheid uit supporters van de thuisploeg.

Als er wordt gefloten voor een overtreding van de thuisploeg, volgt een oorverdovend fluitconcert en worden de gebruikelijke verwensingen op de scheidsrechter afgevuurd. Het signaleren van een overtreding van de bezoekende ploeg wordt vanaf de tribunes daarentegen begroet met luid gejuich.

Welke scheidsrechter is hier tegen bestand en blijft consequent fluiten voor overtredingen van de thuis- en de uitploeg? Met andere woorden: wie zijn de thuisfluiters in de eredivisie?

De basis voor ons onderzoek zijn de wedstrijden van het huidige, nu bijna afgelopen seizoen. Daarvan wordt door Voetbal International bijgehouden hoe vaak de scheidsrechters hebben gefloten voor een overtreding. Ideaal gesproken zouden we ook de ernst van de overtreding in de analyses een rol moeten laten spelen. Fluiten voor een onreglementaire sliding op de middellijn is iets anders dan voor een overtreding in het zestienmetergebied die leidt tot een strafschop. Die gegevens zijn echter niet beschikbaar.

Het blijkt dat een scheidsrechter in een wedstrijd van negentig minuten gemiddeld 35 keer voor een overtreding fluit. Maar het aantal overtredingen waarvoor wordt gefloten, kan van wedstrijd tot wedstrijd sterk verschillen. Zo floot scheidsrechter Van Dijk op 5 september bij PSV - RKC slechts 16 keer voor een overtreding.

Van Hulten daarentegen, floot bij FC Utrecht tegen Roda JC op 16 november vorig jaar maar liefst 60 keer voor een overtreding; 23 keer voor een van FC Utrecht en 37 keer voor Roda JC.

Als we kijken naar de clubs, blijkt Ajax met afstand de meest 'cleane' ploeg van de eredivisie. De Amsterdammers worden gemiddeld per wedstrijd maar 11 maal voor een overtreding bestraft. AZ, Heerenveen en Roda JC bevinden zich met ieder gemiddeld 20 overtredingen per wedstrijd aan de andere kant van het spectrum. Zij maken bijna twee keer zo veel overtredingen als Ajax. Groningen maakte dit seizoen tot nu toe de meeste overtredingen: gemiddeld 21 per wedstrijd.

Van de scheidsrechters voeren Koopman, Van Meerkerk en Schaap de ranglijst van meest 'fluitzieke' arbiters aan: zij constateren gemiddeld resp. 48, 44 en 41 keer per wedstrijd een overtreding. Reygwart, Uilenberg en Temmink fluiten daarentegen het minst vaak. Zij scoren gemiddeld resp. 29, 30 en 31 overtredingen per wedstrijd.

Deze onderlinge vergelijking is om twee redenen minder relevant. In de eerste plaats omdat een scheidsrechter die vaker dan gemiddeld een wedstrijd van Groningen, AZ of Roda heeft geleid - de 'hardere' ploegen in de competitie - alleen daardoor een hoger gemiddelde heeft.

De tweede reden is dat iedere scheidsrechter zijn eigen stijl van fluiten heeft; de een ziet graag een harde 'mannelijke' wedstrijd en fluit weinig, de ander houdt het graag strak en fluit veel.

Vandaar dat wij in onze analyse kijken naar het verschil in het aantal keren dat de scheidsrechter fluit voor een overtreding van de thuis-ploeg en voor een overtreding van de bezoekende ploeg. Om een eerlijke vergelijking te maken, houden we daarbij rekening met de ploegen die de scheidsrechters hebben gefloten.

Op die manier voorkomen we dat we een scheidsrechter als een thuisfluiter zien die bijvoorbeeld veel thuiswedstrijden van Ajax heeft gefloten. Een dergelijke scheidsrechter zal immers gemiddeld vaker voor de uitploeg fluiten, omdat Ajax nu eenmaal veel minder overtredingen maakt dan willekeurig welke ploeg die de Arena bezoekt.

Ook corrigeren we voor het feit dat er van de uitspelende ploeg gemiddeld meer overtredingen worden geconstateerd dan van de thuisploeg. Dat kan betekenen dat (gemiddeld gesproken) alle scheidsrechters thuisfluiters zijn, maar het is waarschijnlijker te veronderstellen dat een ploeg voor vreemd publiek harder speelt en meer overtredingen maakt dan in een thuiswedstrijd.

We beschouwen vervolgens een scheidsrechter als een thuisfluiter die de uitspelende ploeg vaker voor een overtreding bestraft dan we verwachten op basis van de gemiddelde hardheid van de ploegen en het uit- en thuisverschil.

Met de uitkomsten van de analyse hebben we voor iedere scheidsrechter een percentage berekend. Dat percentage geeft aan in welke mate de scheidsrechter de thuisploeg bevoordeelt c.q. de uitploeg benadeelt.

Een percentage van +7 betekent bijvoorbeeld dat de betreffende scheidsrechter bij twee qua hardheid gelijke ploegen, 7 procent meer overtredingen voor de bezoekende ploeg zal fluiten dan voor de thuisploeg, los van het thuis- en uitverschil. Deze scheidsrechter is een thuisfluiter omdat hij de bezoekende ploeg benadeelt.

Als het percentage daarentegen-5 procent is, gaat het om een scheidsrechter die bij twee qua hardheid gelijke ploegen toch 5 procent meer overtredingen voor de thuisploeg zal fluiten. Het blijkt dat de scheidsrechters Blankenstein, Van der Ende, Van Vliet en De Graaf significant vaker voor een overtreding van de bezoekende ploeg fluiten. Zij vormen de groep thuisfluiters.

Voor Blankenstein - inmiddels hoofd scheidsrechterszaken van de KNVB en niet meer als scheidsrechter in het betaalde voetbal te bewonderen - gelden verzachtende omstandigheden. Hij leidde in het huidige seizoen dat de basis is voor onze analyse slechts vier wedstrijden.

In het rijtje Schaap tot en met Luijten vinden we de neutrale scheidsrechters. Zij fluiten soms weliswaar enigszins in het voor- of nadeel van de thuisploeg, maar de verschillen zijn statistisch niet significant. Dat houdt in dat deze verschillen door toeval kunnen zijn veroorzaakt.

Wegereef, door Van Gaal gekapitteld als een scheidsrechter die Ajax benadeelt, behoort tot deze groep. Zijn lichte neiging de thuisploeg te bevoordelen - hij fluit 2 procent meer overtredingen van de bezoekende ploeg dan van de thuis-ploeg - is statistisch niet significant.

Tot de groep neutrale scheidsrechters behoort ook Dick Jol, die een tijd uit de roulatie was wegens vermeend (en onbewezen) gokgedrag op eigen wedstrijden. Slechts één scheidsrechter - Van Beek - komt uit de analyse naar voren als 'uitfluiter'.

De vraag is nu of ploegen, doordat zij in uitwedstrijden vaker dan anderen met thuisfluiters te maken hebben gehad, zijn benadeeld. Voor alle ploegen in de eredivisie zijn we nagegaan in welk mate zij zijn geconfronteerd met thuisfluiters of uitfluiters. Ook hier hebben we weer, nu voor elke ploeg, een percentage berekend. Dat geeft weer in welke mate de ploegen in alle wedstrijden te zamen gemiddeld nadeel (dan wel voordeel) van de scheidsrechter hebben ondervonden.

Een club die vaker dan anderen in uitwedstrijden met een thuisfluiter is geconfronteerd, is benadeeld ten opzichte van andere ploegen. Een percentage van +2 in die tabel betekent dat een club een gemiddeld voordeel per wedstrijd van 2 procent heeft genoten doordat het in thuiswedstrijden vaker een thuisfluiter heeft gehad (dan wel in uitwedstrijden vaker dan gemiddeld met een neutrale scheidsrechter of een uitfluiter is geconfronteerd).

Uit het overzicht blijkt dat een aantal ploegen een licht voordeel heeft ondervonden van het feit dat zij vaker dan anderen met thuisfluiters in een thuiswedstrijd of met neutrale scheidsrechters in uitwedstrijden te maken hebben gehad. Volendam, PSV en Feyenoord hebben vaker dan anderen een klein nadeel ondervonden van een scheidsrechter die vaker voor een overtreding van de andere ploeg floot dan op grond van onpartijdigheid kon worden verwacht.

Toch zijn de verschillen die we vinden over het algemeen erg klein. Geen van de gevonden percentages is statistisch significant.

Onze analyse maakt duidelijk dat sommige scheidsrechters, gelukkig maar, menselijke trekken vertonen. Zij laten het gejuich en gefluit van het publiek niet geheel aan zich voorbijgaan en vertonen de neiging de thuisploeg enigszins te bevoordelen. Op de eindrangschikking van de competitie heeft het allemaal weinig of geen invloed.

De voordelen die sommige ploegen in thuiswedstrijden van een thuisfluiter ondervinden, worden tenietgedaan doordat zij in uitwedstrijden ook wel eens met een thuisfluiter worden geconfronteerd. Met andere woorden: het geklaag van de heren trainers is niet terecht.

Jacob Goeree is werkzaam aan de Universiteit van Virginia (VS), Pieter Nieuwenhuis is verbonden aan Aurora Business Consultants, en Mark Minkman aan de Stichting voor Economisch Onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (SEO). Zij vormen SoccerStat dat zich bezighoudt met de analyse van sportstatistieken.

Meer over