Schaatsunie droomt van het onfeilbare oog

In juni beslist het ISU-congres in Scheveningen officieel of in het kunstrijden het nieuwe jurysysteem NJS de 6.0 code zal gaan vervangen....

Zulke machines bestaan niet . De kern van jureren is dat het (na 112 jaar schaatsgeschiedenis) nog altijd mensenwerk is en dat smaken, zeker in het kunstrijden, verschillen. `Het resultaat van een wedstrijd blijft afhankelijk van de menselijke opinie', zegt het Nederlandse jurylid bij de WK in Dortmund, Annette Boeren.

Zij zegt jaloers te zijn op een sport als skispringen, waar de afstand wordt gemeten en de beoordeling van stijl slechts een additionele waarde uitmaakt. Bij het kunstrijden wordt de hoogte van een sprong niet gemeten. Het oog mag, tijdens de (gemiddeld) 0,64 seconde tussen sprong en landing, worden misleid door de uitstraling van de springende rijder.

De discussie om de criteria van de beoordeling te objectiveren - hoe minder subjectiviteit hoe beter - bestaat al jaren. Niemand bood tot voor kort echter werkelijk uitzicht op een nieuwe, betere regeling. Aan de 75 jaar oude 6.0 code wilde niemand komen. Boeren: `Het systeem was ook goed. Als het eerlijk gebruikt werd, zoals het bedoeld is.'

In 1994 trad ISU-voorzitter Ottavio Cinquanta aan en hij gaf ruim baan aan de bevordering van het kunstrijden. Niets in zijn organisatie van shorttrackers en langebaanschaatsers werd door de marktgerichte Italiaan belangrijker geacht dan het kunstrijden. En de juryleden waren binnen die ISU-organisatie de belangrijkste mensen.

Het grote onderwerp was de geloofwaardigheid van de jury. Cinquanta liet digitale video-analyse ontwikkelen - voor snelle herhalingen - en hij schreef cursussen uit voor de 125 beste juryleden van de wereld.

In Salt Lake City, bij de Winterspelen van 2002, was Cinquanta een geplaagd man. Het valse spel van het Franse jurylid Le Gougne (`zij was altijd erg op zichzelf', aldus Boeren) en de zware aandrang van de Noord-Amerikaanse media maakten dat hij in het paarrijden een tweede gouden medaille liet uitreiken: aan de Canadese verliezers Salé en Pelletier.

Daarna was er geen houden meer aan. Er moest en zou een beter jurysysteem komen. Het Internationaal Olympisch Comité IOC eiste het per verdict. Snel werd door de ISU een interim-juryregeling met anonimisering van de juryleden ontwikkeld. Vervolgens werd een nieuwe beoordelingsmethodiek, de NJS, opgezet. Het werd deze winter uitvoerig getest in de Grand Prix. Er werden vijftig kinderziektes ontdekt. Het zal, wanneer het wordt aangenomen bij het ISU-congres in Scheveningen, per direct worden ingevoerd.

Het New Judging System, ook wel CoP (Code of Points), gaat om meetbare zaken. Elk onderdeel, aangegeven door de twee technische specialisten en de hoofdboekhouder (controller), krijgt een vaste waardering met bonussen (plus 1, 2 of 3) of malussen (ook tot min 3). Het wordt, zegt Annette Boeren, `makkelijker, overzichtelijker'. `Soms krijg je dertig schaatsers ter beoordeling. Je moet ze allemaal rangschikken, voor het plaatscijfer, dat is moeilijk met het huidige systeem.'

Het plaatscijfer verdwijnt. Het juryrapport gaat een totaalcijfer presenteren (plus 200 voor de toppers) dat als record en indicatie kan dienen. `Er gaan bij WK's wereldrecords aangevallen worden. Dat is de indicatie van hoe goed iemand is', aldus Boeren.

Er zijn meer voordelen: het blokstemmen verdwijnt, vroege starters zijn niet meer kansloos, de sprong naar de titel kan na een mindere voorronde nog slagen, de objectiviteit is van nul naar 35 procent gesprongen. Nadeel: de sprongen tellen zwaar mee.

De beoordeling geschiedt door veertien juryleden. Zeven van hen stemmen voor niets. Hun resultaat verdwijnt, zonder dat ze het weten, in de prullenbak. Dat is om beïnvloeding te voorkomen. Het anoniem jureren is volgens tegenstanders als ex-kampioen Joan Haanappel de kans `om maar wat doen', 'of juist mensen zwaar te bevoordelen'.

Cinquanta is van het tegendeel overtuigd. Hij vond dat juryleden voorheen te makkelijk onder druk konden worden gezet. De Italiaan gruwt van alle aandacht voor de scheidsrechters. Het moet gaan om de sporters bij een wedstrijd, niet om de arbitrage.

Meer over