Schaatstrials zijn verre van achterlijk

In een opwelling omschreef Erben Wennemars, de meest succesvolle Nederlandse schaatser sinds de Olympische Spelen van Salt Lake City (2002), de gedetailleerde, complexe selectiemethode voor de Spelen van Turijn als ‘achterlijk’....

Mark van Driel

Volgens de tweevoudige wereldkampioen sprint hinkte de commissie topsport, die de criteria in samenspraak met de trainers, de rijders en het NOC*NSF opstelde, op twee gedachten. De coryfeeën dienden enerzijds te worden beschermd tegen valpartijen en blessures. Anderzijds moesten ze zichzelf, net als ieder ander, bewijzen door hard te rijden.

Dat dubbelhartige beleid had, zoals Wennemars vreesde, kunnen leiden tot een langdurige, voor het publiek moeilijk te doorgronden selectieperiode met vermoeiende, extra beslissingswedstrijden voor de toppers. Dat is niet gebeurd. De olympische kwalificatiewedstrijden in Thialf mondden uit in echte, opwindende trials, waarbij de sterkste rijders van elke afstand de olympisch startbewijzen veroverden zonder een beroep te hoeven doen op hun uitzonderingspositie.

De komende weken zal maar een klein aantal relatief onbelangrijke skate-offs worden gehouden. Slechts eenmaal doet een serieuze medaillekandidaat, de geblesseerde Simon Kuipers, mee.

De overweldigende aandacht die vorige week uitging naar de verliezers heeft wellicht de indruk gewekt dat olympische kampioenen als Jochem Uytdehaage, Gerard van Velde en misschien zelfs Gianni Romme bij de Winterspelen in Turijn meer kans op een medaille hadden dan de rijders die de selectiewedstrijden met succes doorstonden.

Dat is hoogst twijfelachtig. Geen Nederlandse schaatser is er sinds 1968, toen voor het eerst goud werd gewonnen, in geslaagd zijn olympische titel met succes te verdedigen of te heroveren. Bovendien heeft het drietal de afgelopen jaren geen overweldigende triomfen geboekt bij de WK afstanden. Uytdehaage en Van Velde wonnen in 2003 voor het laatst een WK-medaille, Romme in 2004.

Mark Tuitert, de vierde grote verliezer, heeft de afgelopen jaren meer succes gehad. Maar hij is er, ondanks zijn onbetwistbare talent, nimmer in geslaagd zich te voegen bij het omvangrijke Nederlandse gezelschap van wereldkampioenen. (Tuitert of Uytdehaage gaan wellicht nog naar Turijn als lid van de achtervolgingsploeg.)

De schaatsers die zich wel hebben geplaatst, hebben zonder uitzondering ook na de Spelen van Salt Lake City successen behaald. Op Jan Bos na werden Erben Wennemars, Carl Verheijen, Bob de Jong, Marianne Timmer en Renate Groenewold een of meer malen wereldkampioen. Zij benadrukten hun status door geen fouten te maken en schaarden zich steeds bij de besten.

Verheijen en Wennemars, die vier jaar geleden op hun favoriete afstanden (tien kilometer en 1500 meter) nog ten onder gingen bij het olympische kwalificatietoernooi, hebben geleerd van die ervaring. Zij plaatsten zich voor respectievelijk drie en vier afstanden (inclusief de ploegenachtervolging). Bos bleek opnieuw de meester van de trials. Net als in 1998 en 2002 zal hij uitkomen op drie nummers.

De huidige lichting jongeren heeft weinig moeite met strenge selectiecriteria. De (voormalige) wereldkampioen junioren Sven Kramer, Ireen Wüst en Beorn Nijenhuis hebben de afgelopen jaren niets anders gekend dan trials, waarbij slechts een plek bij de eerste drie of vier volstond om afgevaardigd te worden naar een World Cup of een titeltoernooi.

In Thialf lieten zij zich eerder inspireren dan afschrikken door de selectiemethode, die hen de afgelopen jaren mede in staat heeft gesteld oudere coryfeeën snel van hun voetstuk te stoten. Vooral Wüst en Kramer reden indrukwekkend. Ze zullen in Turijn op vier afstanden (inclusief de ploegenachtervolging) uitkomen.

Net als vier jaar geleden liet Gretha Smit zien dat ook zij boven zichzelf kan uitstijgen als een olympisch startbewijs in het geding is. Destijds won ze verrassend twee afstanden, maar haar wederopstanding van vrijdagavond was minstens zo indrukwekkend. Haar derde plaats had veel weg van een glansrijke zege.

De ‘halve finales van de Olympisch Spelen’, zoals Jan Bos de trials noemde, zijn door het doortastende optreden van de toppers een verre van achterlijk toernooi geworden. Wellicht waren veel coryfeeën liever aangewezen zonder te rijden. Menigeen gelooft dat het sparen van de krachten in de aanloop naar Turijn de kans op een medaille vergroot.

Maar of rust de mentale hardheid ten goede komt, valt te betwijfelen. Daarvoor lijken juist zenuwslopende trials, zoals die van vorige week, bij uitstek geschikt.

Meer over