Nieuws

Schaatser Patrick Roest slikt opnieuw teleurstelling weg in Stavanger

Het wil nog maar niet vlotten met schaatser Patrick Roest. Bij de wereldbekerwedstrijden in Stavanger reed hij afgelopen weekeinde een beroerde 10 kilometer. ‘Uiteraard maak ik me zorgen.’

Erik van Lakerveld
Patrick Roest na het fiasco op de 10.000 meter. Beeld ANP
Patrick Roest na het fiasco op de 10.000 meter.Beeld ANP

Met gebogen rug zit Patrick Roest zaterdagmiddag op een bankje op het middenterrein van de Sørmarka Arena in Stavanger, zijn ellebogen op zijn knieën en de handen in het haar. ‘Om het zweet weg te vegen’, zegt de drievoudig wereldkampioen allround later. Maar het is ook een weerspiegeling van zijn gemoedstoestand.

Nils van der Poel moet dan nog rijden, maar Roest weet al dat zijn 13.15,08 een tijd voor in de achterhoede is. Uiteindelijk zal de Zweed met zijn zwierende slagen tot 12.38,92 komen, de zevende tijd ooit op de 10 kilometer gereden. Roest is ruim 36 seconden langzamer: in een direct duel zou met Van der Poel zou hij op een dikke ronde achterstand zijn gezet.

Dat geldt voor meer stayers. Vanaf de vijfde man in de uitslag, Aleksandr Roemjantsev (13.09,83), zou iedereen zijn ingehaald door de Zweed. Jorrit Bergsma, die de rit met Van der Poel had geloot, ontkomt aan die vernedering. Hij blijft met 12.56,08 het dichtst in de buurt van de wereldrecordhouder, al moet hij meer dan een halve ronde toegeven. Ted-Jan Bloemen wordt met 13.00,23 derde.

Hartstikke zuur

De slechte 10 kilometer in Noorwegen is voor Roest de zoveelste teleurstelling van deze schaatswinter. Bij de NK afstanden werd hij door Bergsma op zowel de 5 als 10 kilometer op ruime achterstand gereden. In Polen, bij eerste wereldbekerwedstrijden, haalde hij nipt brons op de 5 kilometer en werd hij twaalfde op de 1.500 meter, de afstand waarop hij vier jaar geleden olympisch zilver pakte. ‘Het is kut als je zo rondrijdt, als je weet dat je harder kunt en harder moet rijden. Als dat er allemaal niet uitkomt, is het hartstikke zuur.’

‘Uiteraard maak ik me zorgen’, zegt hij als zijn achterstand met Van der Poel en de anderen op het podium in heldere letters op het scorebord is verschenen. Het gat met Bergsma en Bloemen is met zo’n 15 seconden al groot. ‘Maar met Van der Poel is het al helemaal gigantisch.’

Jac Orie, coach van Roest, snapt de zorgen van zijn pupil. ‘Hij is niet in vorm. Dat is wel duidelijk en dat is hij niet gewend.’

Het probleem van Roest was in voorgaande jaren dat hij vaak te vroeg in vorm was. In de herfst was hij onverslaanbaar, maar in februari bij de WK afstanden bleek hij over zijn top heen. Nog nooit werd hij op een individuele afstand wereldkampioen. Ook vorig jaar niet, toen hij in nationale wedstrijden schitterde in november en december en bij de twee wereldbekerwedstrijden in Thialf beide 5 kilometers won. Op de WK afstanden pakte Van der Poel het goud op de 5 en de 10 km.

Gewaarschuwd

Dat moet dit olympische jaar anders. Orie: ‘We willen er deze februari anders voorstaan dan de vorige februari.’ Dat betekende een ander trainingsprogramma in aanloop naar het seizoen. Roest was gewaarschuwd voor mindere resultaten in de eerste weken van de winter. ‘Maar dit hoeft ook weer niet’, geeft de coach toe.

Ze hebben ‘averij’ opgelopen, zegt Orie. De allrounders in zijn ploeg hebben te stevig getraind. ‘De jongens rijden vaak wat te hard. Dat is iets wat er ongemerkt insluipt. We hebben een team met een hartstikke hoog niveau en dat wordt steeds hoger, maar op een keer word je er moe van.’

Op het bankje bespreken Roest en Orie meteen meteen wat ze de komende weken te doen staat: nauwkeuriger trainen en niet te gek doen. Dan moet het goed komen, denken ze. Roest houdt zich vast aan de keren dat hij na mislukte WK afstanden, in 2019 en 2020, met glans wereldkampioen allround werd.

Van der Poel rekent erop dat zijn voorsprong op de lange afstanden de komende maanden zal slinken. Hij is iemand die een constant hoog niveau heeft, maar anderen hebben volgens hem het talent om te pieken. Hij noemt Bergsma. ‘Die reed vier jaar geleden hier in Stavanger 13.01 en op de Spelen 12.41. Als hij straks ook twintig seconden harder rijdt, verslaat hij me.’ Het verschil dat Roest overbruggen moet is bijna twee keer zo groot, zijn piek moet Everest-achtig hoog worden.

De 5 kilometer biedt Roest meer kans op goud, weet hij. Maar dan moet hij komende maand wel flink verbeteren, stelt hij wat mismoedig vast. Op het olympisch kwalificatietoernooi eind december moet hij zijn ticket voor Beijing zien te verdienen. ‘Dan kan ik niet met deze vorm komen aanzetten.’

Meer over