AnalyseEK Thialf

Schaatser Kai Verbij eindigt zijn EK languit glijdend over het ijs

Kai Verbij wilde de enige Europees sprintkampioen blijven, maar een flinke val tijdens het EK in Thialf steekt daar een stokje voor. ‘Er komt nu sowieso een andere Europees sprintkampioen’.

Kai Verbij in actie op de 1000 meter tegen Ignat Golovatsiuk (BLR) tijdens het EK Sprint in Thialf. Beeld ANP
Kai Verbij in actie op de 1000 meter tegen Ignat Golovatsiuk (BLR) tijdens het EK Sprint in Thialf.Beeld ANP

Kai Verbij wilde de enige Europees sprintkampioen blijven. Hij won de eerste twee edities van het tweejaarlijkse toernooi, in 2017 en 2019, maar zijn derde poging was in Thialf al na zestig meter voorbij. Hij prikte met de punt van zijn schaats in het ijs, probeerde het op te vangen, maar het gebeurde opnieuw. Na de derde keer was er geen houden meer aan. ‘Er komt nu sowieso een andere Europees sprintkampioen’, stelde hij na afloop met een wrang lachje vast.

Terwijl hij languit over het ijs richting de boarding gleed stormde het in zijn hoofd. Hij wist niet wat er was gebeurd of wat hem te doen stond. Het enige wat hij wel wist, was dat zijn EK voorbij was. Pas toen hij de beelden terugzag, kon hij zien waar het was misgegaan.

Het podium was toen al gemaakt. De Rus Viktor Moesjtakov won de 500 meter in 34,69 voor Duitser Joel Dufter (34,79) en Nederlands sprintkampioen Hein Otterspeer (34,85). Opvallend was ook de vierde tijd van 1.000 en 1.500-meterspecialist Thomas Krol: 34,90. Nadat hij de 1.000 meter in 1.07,49 op zijn naam schreef gaat hij aan de leiding in het tussenklassement, voor Otterspeer (derde op de kilometer in 1.08,27) en Dufter.

Horten en stoten

Het overkomt Verbij in trainingen ook wel eens dat hij met de punt van zijn ijzer in het ijs prikt. Meestal kan hij het opvangen, corrigeren, een enkele keer valt hij. Het is het risico van het sprintvak. De eerste honderd meter zijn eigenlijk niets anders dan een lange gecontroleerde val. Na het startschot laten sprinters hun lijf voorover vallen en proberen daar achteraan te rijden. Dat levert de snelste opening op.

Daar worstelde Verbij de laatste jaren mee. Vooral vorig seizoen, toen de wereldkampioen van 2017 op het WK sprint genoegen moest nemen met de vierde plaats, beklaagde hij zich over zijn trage starts. Hij stapte vervolgens over van de ploeg van coach Gerard van Velde naar de sterrenformatie Jumbo-Visma van Jac Orie.

Kai Verbij zit zwaar teleurgesteld bij coach Jac Orie. Beeld Klaas Jan van der Weij
Kai Verbij zit zwaar teleurgesteld bij coach Jac Orie.Beeld Klaas Jan van der Weij

Het was een overstap met horten en stoten. Hij moest wennen aan de nieuwe ploeg, de rationele aanpak. Vervolgens kwam hij tijdens een fietstraining in het voorjaar ten val en brak zijn sleutelbeen.

Eenmaal hersteld kwam hij anderhalve week voor de start van het schaatsseizoen erachter dat zijn schaats al een tijdje kapot was. Hij bleek daardoor ongemerkt zijn schaatsslag te hebben aangepast, waardoor het op de gerepareerde schaats zoeken was naar een goede afzet. In december kreeg hij rugklachten. Hij had in het krachthonk gepocht dat hij tien kilo meer op zijn halter kon hebben en daarbij was het in zijn rug geschoten.

Ondanks dat alles was hij toch vooruitgegaan, met name in zijn eerste honderd meter. Dat voelde hij zaterdagmiddag ook. Hij was perfect vertrokken. ‘Ik was zo goed weg dat ik tijdens het rijden al dacht: ho, wat is dit nou? Maar na zestig meter wist ik dat het ook zomaar weer afgelopen kan zijn. Balen.’

Revancheren

Echt een fout had hij niet gemaakt, was zijn analyse. Het is millimeterwerk tijdens zo’n 500-meterstart. ‘Je moet je been wel hoog genoeg optillen en dat deed ik even niet’, zei hij. ‘Zoiets kan gebeuren. Ik heb de besten zien vallen.’

Op de 1.000 meter probeerde hij zich te revancheren voor het debacle op de openingsafstand, maar ondanks een goede opening lukte dat niet echt. Het vuur om te winnen was door zijn val gedoofd. Hij reed achter zijn goede vriend Krol naar de tweede tijd: 1.08,17. ‘Dat was degelijk, meer niet.’

Hij zal niet te lang in de teleurstelling blijven hangen. ‘Ons team is er vrij simpel in: je hebt pech, meer niet.’ Het is nu eenmaal onderdeel van zijn discipline en hij heeft de komende weken voldoende kansen heeft om zich te revancheren, tijdens de twee wereldbekerweekends en de WK afstanden.

Het sprinttoernooi bij de vrouwen verliep voor favoriet Jutta Leerdam niet vlekkeloos. De nationaal kampioene maakte zowel op de 500 meter als de 1.000 meter, haar lievelingsafstand, foutjes. Ze werd op de eerste afstand met 37.70 vierde en op de kilometer tweede in 1.14,15.

In het klassement bezet Leerdam de tweede plaats achter Angelina Golikova. De Russin won de 500 meter in 37,27 voor Femke Kok (37,52). De 1.000 meter was een prooi voor Jorien ter Mors in 1.14,10 voor Leerdam en Kok (1.14,62), die derde staat in de rangschikking. Ter Mors is vierde.

Voor Patrick Roest verliep de eerste dag van het EK allround volgens plan. Hij werd met 36,69 tweede op de 500 meter en won de 5 kilometer in 6.10,25. Hij staat daardoor in het klassement voor Sverre Lunde Pedersen. De Noor won de 500 meter (36,25), maar moest op de 5.000 meter veel toegeven met de zevende tijd: 6.19,97.

Op de 5 kilometer baarde de Zweed Nils van der Poel opzien met 6.13,03, goed voor de tweede plaats, nog voor Marcel Bosker. De Nederlander reed 6.15,81 en staat derde in het klassement.

Bij de vrouwen verraste Irene Schouten met een snelle tijd op de 3 kilometer van 3.57,95. Ze schoof daarmee na een achtste plek op de 500 meter naar de tweede plaats in het klassement, achter Antoinette de Jong. De Friezin werd derde op de 500 meter (38,89) en derde op de 3 kilometer (4.02,19).

Achter beide Nederlanders bezet Natalja Voronina de derde plaats. Zij reed een matige 500 meter, maar gaf met 3.58,62 op de 3 kilometer niet veel toe op Schouten.

Meer over