Schaakgenie als nieuwe volksheld

In grootse stijl werd Veselin Topalov wereldkampioen. Maar de Bulgaarse schaker wil meer; vandaag treft hij in Wijk aan Zee zijn voornaamste uitdager Anand....

Robèrt Misset

Met fabuleuze aanvalspartijen onderstreept Veselin Topalov bij het Corus-schaaktoernooi in Wijk aan Zee zijn nieuwe status als wereldkampioen. Soms lijkt de geest van de gestopte Gari Kasparov boven sporthal De Moriaan te zweven als de Bulgaarse grootmeester weer een kwaliteit offert.

Maar Kasparov gaf geen interviews. Hij hield audiëntie, bij voorkeur in de suite van een mondain hotel. ‘Ik wens je een prettig gesprek met God’, zei de Brit Short eens voor een ontmoeting met het Russische fenomeen. Topalov heeft het schaken teruggebracht naar de gewone sterveling. Daarom zitten we in de lounge van het kleine hotel in Wijk aan Zee, aan de rand van de duinen. Topalov is een ster tegen wil en dank.

Het leven van de 30-jarige Bulgaar is ingrijpend veranderd na zijn machtsgreep in het Argentijnse San Luis, waar hij in oktober met de indrukwekkende score van 10 punten uit 14 partijen wereldkampioen werd. ‘Ik heb er door alle huldigingen bijna een baan bij gekregen’, zegt hij, glimlachend. ‘Ik hield een redevoering voor het Bulgaarse parlement en ik werd uitgenodigd door de president.’

In Wijk aan Zee werd Topalov verrast door een bezoekje van de Nederlandse premier Balkenende. ‘Het is de paradox van mijn leven dat ik nu talrijke politici ontmoet, want ik heb nog nooit gestemd. Plotseling wordt van mij verwacht dat ik verstandige dingen roep over de Bulgaarse politiek. Sommige mensen denken dat ik een tovenaar ben. Ze zien schaken als pure magie. Het spel is een mysterie voor ze, omdat ze de regels niet kennen. Ik moet dus wel een genie zijn.’

Topalov is toch liever de nieuwe volksheld die Bulgarije zo dringend nodig had. ‘Mijn wereldtitel werd net zo intens gevierd als de overwinning van het Bulgaarse voetbalelftal op Duitland in 1994 tijdens het WK in Amerika. In mijn geboorteplaats Ruse gingen mensen de straat op.’

Talloze dopingzaken in het worstelen en het gewichtheffen bezoedelden de reputatie van Bulgarije, zegt Topalov. ‘Ik heb ons land een beter imago bezorgd. De Bulgaren zeggen dat ze eindelijk weer een sportman hebben op wie ze trots kunnen zijn. Ik werd in Bulgarije zelfs tot de man van het jaar uitgeroepen. Die erkenning doet me goed, maar het werd soms overdreven. Zo kreeg ik twee auto’s, waarvan ik er een heb weggegeven aan een goed doel.’

Topalov wordt nu in een adem genoemd met een ander Bulgaars icoon, Hristo Stoitsjkov. Hij ontmoette de oud-voetballer in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. ‘Stoitsjkov is een grappige vent met veel charisma. Hij bladerde even in een schaakblaadje en tot mijn verbazing leek hij de spelregels meteen te begrijpen. Hij deed serieuze zetten. ’s Nachts om twee uur hebben we nog getafeltennist, je voelt de energie van Stoitsjkov.’

De in het Spaanse Salamanca wonende Topalov stelde zich lange tijd tevreden met een plaats in de schaduw van de Russische vedetten Kasparov en Kramnik. Zijn manager Danailov stuurde hem vier jaar geleden naar de Spaanse sportpsycholoog Amador Cerveda, die tennisser Ferrero en de Spaanse turnsters onder zijn hoede had. ‘Het waren interessante sessies’, zegt Topalov. ‘Ik heb er later op mijn manier de vruchten van geplukt.

‘De theorie van Cerveda was dat er balans moet zijn tussen de linker- en rechterhelft van je hersens. Dan is je intuïtie op zijn scherpst, kun je optimaal calculeren en bereik je het nirvana. Met bepaalde technieken trachtte hij mijn balans te verbeteren. Er werd geen woord bij gesproken. Cerveda maakte alleen gebruik van licht en geluid.

‘Het klinkt heel logisch. Als ik in topvorm ben, kan ik elke stelling doorgronden en neem ik telkens de juiste beslissingen. Dat gevoel had ik tijdens het WK in San Luis. Ik denk dat mijn concurrenten Anand en Leko meer druk hebben gevoeld dan ik. Zij gingen gebukt onder de gedachte dat de wereldtitel op het spel stond. Ik wilde spelen en dacht niet aan verliezen.’

Het perspectief van Topalov veranderde na het plotselinge vertrek van Kasparov. ‘Zijn afscheid heeft me gemotiveerd. Ik realiseerde me dat ik net zoveel kans had op de wereldtitel als Anand, Kramnik of Leko. Ik begon echt in mezelf te geloven, toen ik in Sofia Anand versloeg. Psychologisch is die partij een breekpunt geweest.’

Het leek vorig jaar in Linares alsof Kasparov de sleutels van zijn schaakpaleis aan Topalov overhandigde door de laatste partij uit zijn carrière van hem te verliezen. Al besefte Topalov pas later dat een symbolische machtsoverdracht had plaatsgevonden.

Topalov: ‘Ik was blij dat ik door die overwinning de eerste plaats in Linares met hem deelde. Ik realiseerde me op dat moment niet dat Kasparov de schaaksport ging verlaten. Er heerste een onwezenlijke sfeer, toen Kasparov zijn afscheid aankondigde. Niemand kon het geloven.

‘Het was ook voor mij een vreemde gewaarwording. In 1994 speelde ik in Linares voor het eerst tegen Kasparov. Elf jaar lang was hij voor mij de norm in het schaken. Ik mis hem niet persoonlijk. Maar je merkt dat er iets ontbreekt in een toernooi als Kasparov er niet bij is. Als je een portret moet schetsen van de ultieme grootmeester neem je 80 procent van Kasparov.

‘Gari had zijn zwakke punten. Hij was soms te ongeduldig en zijn techniek liet wel eens te wensen over. Maar met zijn resultaten is Kasparov waarschijnlijk de beste schaker aller tijden. Kasparov heeft twintig jaar aan de top gestaan, dat zal ik nooit kunnen evenaren.’

Topalov wil een waardige ambassadeur zijn van de schaaksport en dat kan volgens hem alleen door een bescheiden rol te spelen. ‘De wereldkampioen moet niet te veel invloed hebben op beslissingen in de schaakwereld. Hij moet geen privileges hebben. Ik vind dat de wereldkampioen zich ook afzijdig moet houden van de schaakpolitiek. Daarom zal ik me ook niet mengen in de verkiezing voor een nieuwe FIDE-president. De geschiedenis heeft geleerd dat een wereldkampioen met macht snel een dictator wordt. Dat wil ik beslist vermijden.

‘Het WK-toernooi in San Luis was een succes omdat niemand kon betwisten dat ik de sterkste was. Tijdens vroegere WK-matches had je die dubieuze regel dat de wereldkampioen zijn titel behield bij een gelijkspel. Ik heb dat nooit begrepen. Je moet toch laten zien dat je de sterkste bent?

‘Ik beschouw de wereldtitel ook niet als een last omdat ik weet dat ik niet onverslaanbaar ben. Je moet niet de houding van Kramnik aannemen. Hij ging steeds minder spelen om zijn kwetsbaarheid te camoufleren. Kramnik zei: je moet van me zien te winnen. Maar de wereldkampioen moet altijd laten zien waarom hij de beste is.’

Topalov heeft de wereldtitel na twaalf jaar terugbezorgd bij de wereldschaakbond FIDE, want ook hij neemt Kramnik niet serieus als ‘wereldkampioen’ van een kwijnende rebellenclub. ‘De FIDE is geen perfecte organisatie, maar we hebben geen alternatief.

‘Na het vertrek van Kasparov heeft de FIDE net zo gehandeld als na het overlijden van Aljechin, toen de wereldtitel eveneens vacant was. De sterkste schakers op de wereldranglijst achter Kasparov speelden tegen elkaar en de winnaar van dat toernooi werd tot wereldkampioen uitgeroepen. Ik vond het een legitiem besluit, maar Kramnik eiste privileges.’

De Russische dissident – in Wijk aan Zee wegens ziekte afwezig – heeft volgens Topalov geen recht van spreken. ‘Bij Fischer, Karpov en Kasparov kon niemand betwisten dat ze de sterkste waren. Ze waren nummer een van de wereldranglijst en wereldkampioen. Nu ben ik nummer een als Kasparov straks van de wereldranglijst verdwijnt en ik heb het WK-toernooi in San Luis gewonnen. Wat is het probleem dan?

‘Kramnik vond dat de Rus Kazimdzjanov in 2004 geen recht had op de wereldtitel, omdat hij slechts zeventiende stond op de wereldranglijst. Maar wat is het verschil tussen zeventien en de zesde plaats van Kramnik? Toen Kasparov in 1993 de FIDE verliet, mocht je hem in juridische zin geen wereldkampioen noemen. Zijn titel ontleende zijn waarde vooral aan de wetenschap dat hij ook de allerbeste was.

‘Die waarde heeft Kramnik overgenomen door Kasparov in 2000 te verslaan. Maar zeker de laatste jaren heeft Kramnik niet bewezen dat hij de sterkste grootmeester is. Daarmee heeft hij het morele recht op die titel verspeeld. Ik betwijfel of het kampioenschap van Kramnik wel legaal mag worden genoemd. Wat mij betreft heeft Kramnik zijn geloofwaardigheid verloren, omdat hij een titel zonder waarde bezit.’

Daar lijkt FIDE-president Iljoemzjinov toch anders over te denken. In een Russische krant opperde hij afgelopen week de mogelijkheid alsnog een ‘herenigingsmatch’ te spelen tussen Topalov en Kramnik. Die tweekamp zou in september in Kalmukkië, de ‘schaakrepubliek’ van Iljoemzjinov, moeten plaatsvinden.

De omstreden preses heeft immers bedacht dat grootmeesters met een rating van boven de 2700 én een miljoen dollar in hun achterzak de wereldkampioen mogen uitdagen. ‘Toch geloof ik niet dat de wereldtitel nu te koop is’, zegt Topalov.

‘Het is een commercieel experiment dat de WK-cyclus niet in gevaar brengt. In 2007 wordt het volgende WK-toernooi georganiseerd. Mocht ik mijn titel verliezen in een tweekamp dan kan ik hem tijdens het WK-toernooi weer terugverdienen. Als Kramnik een miljoen meeneemt, wil ik best tegen hem spelen. Maar ik denk niet dat hij als uitdager achter het bord wil plaatsnemen.’

Een andere uitdager zegt hij niet te verwachten. Topalov, lachend: ‘Mijn belangrijkste concurrenten hebben zich al geplaatst voor de kandidatenmatches. Zij hopen gratis tegen me te kunnen spelen.’

Meer over