's Werelds grootste wielerwedstrijd kan en mag volgens directeur Leblanc niet nog groter worden 'Het gaat niet om kampioenen, het gaat om de Tour zelf'

In zijn kantoor in Issy-les-Moulineaux hangt het shirt van de dodelijk verongelukte renner Fabio Casartelli aan de muur. Tour-directeur Jean-Marie Leblanc (53) wil er elke dag aan herinnerd worden dat 's werelds grootste wielerevenement ook zijn donkere kanten kent....

Van onze verslaggevers

Bart Jungmann

Marcel van Lieshout

SAINT-ETIENNE

'Wielrennen doe je op de weg en de weg is altijd gevaarlijk', zegt oud-journalist Leblanc, sinds acht jaar de hoogste autoriteit van de Tour de France. 'De weg is glad, dan weer nat, dan weer steil. De weg staat voor gevaar.'

En, in het geval van la Grande Boucle, voor topsport. Tot 2004 wil Jean-Marie Leblanc de baas van de Tour blijven. Het is zaterdagochtend, in Saint-Etienne staat de etappe naar Alpe d'Huez op het punt van beginnen, en Leblanc laat zijn gedachten gaan over wie de baas van het Tourpeloton is. Ullrich?

'Hij kan het worden. Hij was in deze Tour de kroonprins van Riis en is door omstandigheden snel koning geworden. In eerste instantie door het wegvallen van veel favorieten voordat we aan de bergen begonnen. Berzin, Rominger, Zülle. Maar in de tweede Pyreneeënrit en in de tijdrit bewees hij dat hij nu al de beste is.'

- Ullrich is nog jong. Is het goed voor de Tour als we na de periode-Indurain wederom een renner krijgen die vijf jaar achtereen de ronde wint?

'Een Tour zonder heerser is spannender, gevarieerder. Kijk naar de Tours die Lemond won, Roche, Fignon en vorig jaar met Riis. Het is niet gezegd dat Ullrich vijf jaar de baas wordt. Hij heeft zeker de fysieke en mentale kwaliteiten. Maar de Tour win je niet zomaar vijf keer.'

- Veel renners zien graag een nieuwe patron van het type-Hinault. Iemand die bepaalt dat er ook eens kalm aan wordt gedaan tijdens een etappe.

'Nou, . . . ik ben geen renner. Als organisator zeg ik dat het publiek behoefte heeft aan een dominante ster. De media trouwens ook. Kijk naar Liberation van vandaag. Drie pagina's over Ullrich! Niet over de Tour. Over Ullrich'

- Maar vijf jaar Ullrich?

'Ik geloof niet dat dat zo erg is. Was het erg dat Indurain vijf keer won? Dan praten we met zijn allen over een zesde, een mogelijk record. Maar goed, als journalist zie ik ook liever een Tour zonder patron.

'Het gaat in de Tour niet om kampioenen, het gaat om de Tour zelf. Rominger en Zülle moesten opgeven en zijn nu al vergeten. De Tour is groter dan welke renner ook.'

- Over uitvallers gesproken. Er zijn coureurs die zeggen dat het uw fout is dat er zoveel valpartijen waren in de eerste week. Met alleen maar vlakke ritten werk je de nervositeit in de hand.

'Dan moeten de renners dat al twintig jaar zeggen! Want zolang zijn er al zes, zeven, acht vlakke ritten voor de bergen. In 1977 hadden we de Pyreneëen al in de tweede etappe. De koers was tot aan de Alpen geblokkeerd. Alle journalisten schreven dat dat een stommiteit was. Ik ook. Ach, altijd is er wel kritiek. Als we nu eerder met de bergen begonnen waren was Cipollini nog eerder afgestapt. Of helemaal niet gekomen. Een Tour zonder Cipollini'

- Waren al die ongelukken dan toeval?

'Ongelukken in de Tour zijn, helaas, voorspelbaar. In de eerste etappe van volgend jaar zullen er onvermijdelijk weer valpartijen zijn. Sommige ploegleiders zeggen mij dat er teveel renners zijn. Als ik dan zeg dat we misschien van 22 naar 20 ploegen terug moeten, zeggen ze en groupe: nee, dat niet.

'Er zijn vele factoren voor die vele valpartijen. Allereerst: de snelheid. Iemand zei me gisteren: de brillen. Met die doorlopende, ronde brillen ontstaat er een soort dode hoek. Een andere ploegleider zei: de oortelefoontjes! Renners horen elk geluid. In dat laatste geloof ik wel.'

- Zijn er meer valpartijen dan vroeger?

'Het valt meer op omdat er onder de slachtoffers favorieten waren. En de tv vergroot alles uit. Ik sprak vandaag met Darrigade, de grote sprinter van de jaren vijftig en zestig. Die zei me dat zij net zo vaak vielen als nu gebeurt. Maar nu is er tv. Die leeft van dramatiek.

'Alle valpartijen waren op rechte wegen! Brede rechte wegen! Op de weg is het altijd gevaarlijk.'

- Sommige renners klagen over het gebrek aan respect voor elkaar.

'Ik weet niet of er minder respect is. Die sprint in Marennes was te dol voor woorden. Completement fou! Zoiets heb ik nog nooit gezien. Het is goed dat de jury heeft ingegrepen. Anders wordt het oorlog.'

- U heeft gezegd dat de affaire-Abdoesjaparov (de Oezbeek werd op doping betrapt) een goede zaak is voor de Tour.

'Natuurlijk. Ik heb de jury al in Rouen gezegd: ik wil een schone Tour. Als u streng moet zijn, wees dan streng. Bedrog accepteren we niet in de Ronde van Frankrijk.'

- U was ook een van de initiatiefnemers tot de bloedproeven?

'Vanaf vorig jaar augustus werden veel verhalen geschreven over EPO. En altijd weer is de wielersport dan het eerste doel. Dus ik heb de UCI gewaarschwud en ik heb er met onze minister van sportzaken Drut over gesproken. Uiteindelijk zijn het die verplichte testen geworden, ik ben het daar helemaal mee eens.'

- Schreef u als journalist veel over doping?

'Regelmatig. In 1987 schreef ik in L'Equipe een commentaar onder de kop: de verlichting. Men vraagt steeds meer van renners. De cols, bonussen voor sprints, ze moeten allerlei klassementen najagen. Als je doping wilt tegengaan moet je het werk voor de renners verlichten. Toen ik Tour-directeur werd heb ik de rode trui afgeschaft en het puntenklassement voor ploegen.

'Dit jaar zat ik in gewetensnood. Zoveel cols hebben we nog nooit gehad! Maar dit is echt het maximum.'

- Geldt dat ook voor de Tour als evenement?

'Ja. De Tour is groot en spectaculair en juist daarom fragiel en kwetsbaar. Iedereen wil naar de Tour komen. Elk jaar zeg ik tegen mijn medewerkers: zeg nee! Zeg nee tegen nog meer invitees, zeg nee tegen nog meer journalisten. C'est suffit! C'est le maximum'

Meer over