Ruiterploeg in acuut degradatiegevaar

Paardenland Nederland dreigt te belanden in de kelder van de internationale springsport. De nationale ploeg eindigde gisteren in het bos van Kralingen als zesde in de vierde wedstrijd van de Super League, op eerbiedige afstand van de winnende Ierse formatie....

Bondscoach Ehrens nam in de aanloop naar het CHIO van Rotterdam, de jaarlijkse pleisterplaats van het rondreizend springcircus, grote woorden in de mond. Hij beloofde dat zijn manschappen ‘met het mes tussen de tanden’ de strijd tegen de dreigende degradatie zouden aangaan. Het publiek in Rotterdam zou nog wat moois beleven,

De organisatoren op hun beurt deden ook een duit in het zakje. Ze bestelden bij de beste kleermaker van Rotterdam en ommelanden nieuwe, trendy rij-jasjes voor de ruiters en ronkten vervolgens in het programmablad dat ‘we gaan voor een oranje zege van een in oranje gehuld team in een in oranje gehuld Kralingen’.

Mooie woorden genoeg, maar daden ho maar. Die oogverblindend oranje jasjes – het zal zelfs de uit Den Haag toegereisde majesteit pijn aan de ogen hebben gedaan – werkten ook niet. Eric van der Vleuten, Jeroen Dubbeldam, Gerco Schröder en Leon Thiijssen kregen hun springdieren gistermiddag niet echt aan de praat en stapelden fout op fout.

De stoere Engelse parcoursbouwer Leslie Allen had het hout dan ook ouderwets hoog opgestapeld tussen de Rotterdamse bosschages. De oxers reikten hier en daar tot een hoogte van 1,60 meter en stelden de rijdieren, die dit seizoen bijna wekelijks aan de bak moeten, menigmaal voor onoverkomelijke problemen. De paarden van Nederlandse snit wat vaker dan hun soortgenoten uit Ierland, die er maar liefst vijf zogenoemde nulrondjes uitknalden. Hetgeen uiteraard genoeg was voor de winst vóór België en Duitsland, die de tweede plaats moesten delen met elk twaalf strafpunten.

Slechts twee ploegen presteerden in de Kralingse piste nog slechter dan Nederland. Amerika had een gelegenheidsteam afgevaardigd en moest die arrogantie bekopen met de rode lantaarn. Groot-Brittannië eindigde als voorlaatste, hetgeen lang niet onverdienstelijk was, gezien het feit dat deze landenploeg was samengesteld uit drie leden van de fameuze paardenfamilie Whitaker.

Ehrens was teleurgesteld over het feit dat hij zijn belofte niet had kunnen inlossen, maar de eerstejaars bondscoach was de wanhoop zeker niet nabij. ‘Natuurlijk moet degradatie ten koste van alles worden voorkomen. Maar er is geen reden voor paniek. Er is wel degelijk perspectief. Bovendien is er gestreden. Ik kan mijn jongens daarom geen verwijten maken.’

Sinds zijn aantreden in januari van dit jaar weet Ehrens zich door pech achtervolgd. Altijd was er wel wat aan de hand en vaak was hij niet bij machte zijn sterkste team op de been te brengen in het prestigieuze landentoernooi. Wim Schröder brak bij een val van zijn paard tijdens de training een been en moest langdurig de revalidatie in. Gert-Jan Bruggink werd maandenlang te voet gesteld door een hardnekkige blessure van zijn toppaard Joël.

De resultaten in de Super League vielen dan ook zwaar tegen: zevende in La Baule, vierde in Rome, achtste (en laatste) in Sankt Gallen en dan nu slechts zesde. Ehrens is eraan gewend geraakt. Daarom zei hij niet te zijn geschrokken. ‘Vanaf het begin is het moeilijk geweest. Bij de wereldbekerfinale moesten al twee van de drie combinaties (de gebroeders Schröder) vanwege blessures afzeggen. Sindsdien ontbreken er steeds mensen. Daarom werken we met ruiters en paarden die op de weg terug of nog in opkomst zijn. Daar mogen we nu nog niet te veel van verwachten.’

Tijd voor herstel is er amper. De kalender is overvol. Eerst wacht de Europese titelstrijd in San Patrignano, daarna moeten man en paard voor de Super League aan de bak in Hickstead, Dublin en Aken.

Ehrens sluit niet uit dat een topcombinatie het EK zal moeten laten schieten, om een week later in de Super League te redden wat er te redden valt. ‘We moeten alle opties afwegen.’

Meer over