Ruckstuhl kan iedereen aan, behalve Klüft

Tijdens de ereronde waarmee zevenkampsters hun tweedaagse strijd traditiegetrouw afsluiten, beloonde het Zweedse publiek Carolina Klüft voor haar zeventiende zege op rij met een donderend applaus....

De ongemeen spannende strijd om de tweede plaats, die sinds 2001 voor zevenkampsters geldt als de hoogst bereikbare klassering in een wedstrijd waaraan de 23-jarige Zweedse meedoet, was tot verbijstering van Ruckstuhl in haar voordeel uitgevallen. Met een nieuw persoonlijk en Nederlands record (6423 punten) veroverde ze als eerste Nederlandse vrouw sinds sprintster Nelli Cooman (1986) een EK-medaille.

‘Dit voelt super’, zei de dolblije atlete, die tijdens de ereronde een Nederlandse vlag om haar schouders droeg. ‘Het is geweldig om the best of the rest te zijn.’

De 25-jarige Ruckstuhl noemde de zilveren medaille belangrijker dan het zilver dat ze in maart won op de vijfkamp bij de WK indoor. In Moskou ontbraken tal van sterke rivalen, onder wie Klüft. In Göteborg was de wereldtop present, aangezien de Europeanen de discipline domineren. ‘Iedereen was er hier bij.’

De blijdschap van de doorgaans ingetogen Ruckstuhl kwam niet alleen voort uit de klassering. Het enerverende wedstrijdverloop droeg sterk bij aan haar gemoedtoestand. Bij het ingaan van de 800 meter, het afsluitende nummer, kwamen nog vijf atletes in aanmerking voor een podiumplaats. Het onderlinge puntenverschil tussen nummer twee en zes bedroeg, omgezet naar tijd, minder dan twee seconden.

Bij het ingaan van de 800 meter stond Ruckstuhl derde, na een wedstrijd die allerminst vlekkeloos was verlopen. Maandag was ze voortvarend begonnen met een persoonlijk record op de 100 meter horden (13,17) en 200 meter sprint (24,22). Bij het hoogspringen bleef ze met 1.83 maar net verwijderd van een beste prestatie.

Haar knappe reeks werd echter ontsierd door een belabberd optreden bij het kogelstoten. Hoewel ze veel heeft getraind op dit onderdeel kwam ze na drie onthutsende stoten slechts tot 13.25 meter, een meter minder dan ze in het verleden heeft bereikt. De eerste dag sloot ze, ondanks het geblesseerd uitvallen van medaillekandidaat en voormalig wereldkampioen Barber, af met een vijfde plaats.

Ruckstuhl besefte dat ze op de slotdag geen fouten mocht maken bij het verspringen, een van haar sterkste onderdelen, en het speerwerpen, haar zwakste. ‘Ik ben nog nooit zo zenuwachtig geweest. Ik weet van mezelf dat ik niet aan medailles moet denken. Ik moet gewoon met mezelf bezig zijn. Maar ondertussen hè.’

Bij het verspringen begon ze met een ongeldige sprong, maar ze maakte de fout meer dan goed in haar tweede en derde poging (6.51). Haar optreden bij het speerwerpen zou bepalen of ze aan de 800 meter voor spek en bonen zou meedoen, of met medaillekansen.

Haar ergste vrees leek uit te komen. Met haar eerste speerworp bleef ze meer dan tien meter verwijderd van de prestaties van haar directe rivales. Haar tweede was iets beter, maar nog steeds onvoldoende om kansrijk te blijven. Pas in de derde beurt redde ze haar toernooi.

Ruckstuhl: ‘Kogel liep voor geen meter, speer ook niet. Maar bij speer heb ik me eruit gered. Hoe ik die derde worp eruit heb gegooid weet ik nog steeds niet. Ik hoop dat mijn trainer het me kan vertellen. Vroeger kon ik een slechte dag nooit omzetten in een goede. Nu wel. Ik heb geprobeerd ontspannen te blijven. Als je te graag hard wilt werpen, gaat het niet. Wat was ik opgelucht na die 39.54.’

Enig rekenwerk leerde de atlete, haar trainers en vriend Chiel Warners (vijfde bij de olympisch tienkamp in Athene) dat ze het slotnummer vooral rekening moest houden met Lilli Schwarzkopf. De Duitse is sterk op de 800 meter. Om het zilver te veroveren, mocht Ruckstuhl slechts zes punten, ongeveer een paslengte, op haar toegeven. Maar als ze tijdens de race zou instorten, liep ze het gevaar ook het brons mis te lopen.

Ruckstuhl koos voor risico. Tot vierhonderd meter volgde ze Duitse op respectabele afstand, daarna versnelde ze tot ze vlak bij elkaar liepen. In het kielzog van Schwarzkopf liet de Nederlandse zich naar de finish zuigen, al struikelde ze in de slotmeters nog bijna over haar eigen benen. Ze hield het verlies beperkt tot 0,18 seconde, de helft van wat ze maximaal mocht toegeven.

‘Ik kon pas geloven dat het genoeg was toen ik het zag staan op het grote beeldscherm. Drie punten verschil. Het is niet ruim, maar zilver is zilver.’

Meer over