NieuwsVolleybal

Routinier Kirsten Knip geniet weer op de nationale volleybalvelden

Kirsten Knip, 237-voudig international, is terug uit Roemenië en volleybalt weer bij een Nederlandse club. En ze vindt het nog leuk ook. ‘Sommige meiden hier kunnen heel goed volleyballen.’

Kirsten Knip, de libero van Sliedrecht, vangt een serve van het Talent Team op. Beeld Klaas Jan van der Weij
Kirsten Knip, de libero van Sliedrecht, vangt een serve van het Talent Team op.Beeld Klaas Jan van der Weij

In november kwamen de kriebels. Trainen is leuk, zeker met een coach als Avital Selinger en met jeugdtalenten als leergierige omgeving, maar er gaat niks boven wedstrijden spelen, meende volleybalinternational Kirsten Knip. Zij was in maart, bij coronagolf één, teruggekeerd uit Roemenië, maar had daarna niet meer uitgezien naar een nieuwe club. Privé was even belangrijker dan de bal die zij tijdelijk nauwelijks aanraakte.

Toen, na veel training, was daar Sliedrecht Sport, de landskampioen van 2019, haar oude club van 2012 tot 2015. Dat kon een libero, een superverdediger, gebruiken. Knip hapte toe. ‘Ik zat thuis in Apeldoorn, best tevreden. Ik trainde heel veel, maar ik miste het met z’n allen vechten voor dat punt, het teamgevoel. Ik ga nu het seizoen afmaken bij Sliedrecht Sport. Train tussendoor ook nog steeds op Papendal, bij de meiden van het talententeam. En van de zomer ga ik weer met de nationale ploeg op reis.’

Bijzonder

Libero Knip vertelde het verhaal van haar terugkeer op de nationale velden, zaterdag in Ede. Haar ploeg, Sliedrecht, had zojuist in vier sets (22-25, 25-15, 12 en 13) de uitwedstrijd tegen het talententeam gewonnen, bij de herstart van de eredivisie. ‘Het was ook daarom een bijzondere wedstrijd. Uitgerekend deze eerste wedstrijd meteen tegen de meiden, met wie ik doordeweeks op Papendal in de zaal sta.’

Knip, 28 jaar oud en goed voor 237 interlands, zei dat ze het een aardig niveau had gevonden. Zij speelde het vorige seizoen in Roemenië, bij CSM Volei Alba Blaj, in Transsylvanië.

Haar analyse van dat Oost-Europese avontuur dat door corona voortijdig eindigde: ‘De topdrie van het land zijn van echt hoog niveau. Maar de rest is niet heel erg best. Tegen die ploegen wonnen wij wedstrijden dan binnen het uur, met 3-0. Ze spelen daar vooral met lange meiden, die niet weten hoe ze moeten bewegen. Ik zat bij een heel professioneel team. Er wordt betaald. Je kreeg ook je geld. In de rest van Roemenië is de kans groot dat je kunt fluiten naar je centen.’

Toffe eerste stap

In Nederland gaat ze, mits de competitie mag voortduren, keurig haar contract bij Sliedrecht uitdienen. Knip, net hersteld van een covidbesmetting, is de eerste international die terugkeert in de nationale competitie. ‘Ik vond het daarom ook wel een toffe eerste stap om het volleybal in Nederland weer wat omhoog te brengen.’

Daarvoor is, Knip weet het, wel wat meer nodig dat een libero die de geserveerde ballen nauwkeurig naar de spelverdeler past en de aanvalsballen van de grond ‘dweilt’. Er zijn momenteel nog twee internationals in Nederland, Lonneke Slöetjes en Celeste Plak, maar die zijn mentaal niet klaar voor een terugkeer op het veld van negen bij negen. ‘Lon was echt op. Mentaal. Dat geldt ook voor Plak, eh Celeste. Ik had andere redenen om een tijdje de stekker eruit te trekken.’

Met stadgenoot Plak vormt Kirsten het duo ‘Knip en Plak’. Het grappige stel is sinds augustus in te huren voor clinics en presentaties. ‘We kennen elkaar van het eerste moment bij de nationale ploeg. In 2013 werden we kamergenoten. Als mensen vragen of ik Plak wil overhalen ook in de eredivisie te gaan spelen, dan zeg ik dat ik mijn plezier in het spel op haar kan overbrengen. Maar het is aan haar zelf om dat gevoel weer aan te wakkeren. Of niet natuurlijk. Want het is allebei goed. Doorgaan is goed. Stoppen net zo. Maar of die twee meiden zitten te wachten op zo’n terugkeer in eigen land, joh, geen flauw idee.’

Slachtoffer

Het drietal is, met zoveel anderen, het slachtoffer van het krankzinnige speelschema dat voor het internationale volleybal bestaat. ‘Na de clubverplichtingen, waarin je alles geeft, is er in de zomer direct aansluitend de nationale ploeg. Nooit hebben we vakantie. Het kan haast niet anders dan dat je je zo kapotspeelt. Ik merk ook dat ik geen 20 meer ben. Het lichaam heeft sneller pijntjes.’

Aan de horizon wacht voor Nederlandse volleybalsters het WK 2022, in eigen land. Technisch directeur Joop Alberda en bondscoach Avital Selinger willen een Team-22 inrichten, om speelsters als Slöetjes, Plak en Knip heel te houden en enkele bijzondere talenten snel te laten rijpen. Knip: ‘Ik sta ervoor open. Hangt het er wel vanaf of er meer animo voor is. En wat het precieze programma gaat zijn. Maar ik zeg niet: ik blijf of ik ga. Dat laat ik nog in het midden. Zal ook voor de anderen gelden. Gaan ze nog wat geld verdienen in hun laatste jaren? Of kiezen ze voor het project in Nederland?’

Veel plezier beleeft ze aan het vele (lange) talent in Nederland. Knip, zelf slechts 1.75 meter: ‘Ze hadden met hun Talent Team hier een moeilijke middag. Niemand stond op, toen het lastiger werd. Daarvoor moeten ze nog groeien. Maar ik weet ook, uit eigen ervaring, dat een aantal heel goed kan volleyballen. Niet alleen Jolijn de Haan bij Sliedrecht. Ik zie Elles Dambrink van Capelle trainen bij de talenten. Dan denk: waarom heeft die in godsnaam nog nooit bij het Nederlands team meegetraind?’

Meer over