Rotterdam basketbalt nu zonder Amerikanen

Reportage..

Rotterdam Het was Johan van Haga snel duidelijk dat de trend al lang bestond en van een voorbeeldfunctie geen sprake was. Amerikaanse basketballers gingen veelvuldig op stap, blowden er lustig op los, zochten escortvrouwen op en parkeerden hun clubautootjes in de vangrail.

Voor de eigenaar van de Rotterdam Challengers de hoogste tijd voor ingrijpende hervormingen. Geen Amerikanen meer, als enige club in de eredivisie, maar Nederlandse talenten.

Ruim twee jaar geleden nam de zakenman Van Haga de failliete inboedel over van de basketbalclub Rotterdam en maakte hij kennis met een wereld dat hij niet kende. ‘Ik dacht, wat ik in de reïntegratie en zorg heb gedaan, bedrijven groter en winstgevend maken, doe ik hier ook.’ Als hij nu omkijkt weet hij dat hij daarin niet is geslaagd.

Nu gaan commercieel inzicht en idealisme meer hand in hand. Van Haga weet dat Amerikaanse basketballers beter zijn dan Nederlandse spelers. ‘In het bedrijfsleven kun je van elkaar leren, in het basketbal ging die vlieger niet op. Nu zetten we in op Nederlandse jongens. We zorgen dat ze veel speeltijd krijgen en betere basketballers worden.’

Die keuze maakte hij na de zoveelste misstap van een Amerikaanse speler. ‘We moeten back to basic gaan. De jongens zelf opleiden. Dat is ook de core business van mijn onderneming. Dit past beter bij ons dan steeds weer Amerikaanse spelers halen. Geef de jeugd een kans. Dan heb je een stabiele pijler waarop je verder kunt bouwen.’

Dit plan biedt absoluut kans van slagen, meent Peter Vogelaar, bestuurslid technische zaken bij vicelandskampioen Den Bosch. ‘Als wij goede vervangers vinden voor de laatste drie Amerikanen die nu nog bij ons spelen, is de kans reëel dat we ook met een compleet Nederlandse ploeg verder gaan.’

Van Haga wijst met trots naar zijn spelers die in Nederland zijn geboren of elders, maar in elk geval al lang in Nederland wonen en allemaal Nederlands spreken. ‘Wij zitten hier met zo veel culturen bij elkaar, we eten allerlei lekkere dingen. Hoe kan iemand als Wilders zeggen, zoveel allochtonen zijn crimineel? Als je een Nederlands paspoort hebt, ben je geen allochtoon meer. Dan ben je hier. Dan ben je ons volk.’

Het wordt een kwestie van de lange adem, dat snapt Van Haga ook wel. Want met louter Nederlandse spelers, het merendeel is jong en heeft geen eredivisie-ervaring, kun je je niet meten met teams waarin meerdere Amerikanen uitkomen. Er zullen ongetwijfeld veel nederlagen volgen. Misschien valt pas over vier, vijf jaar iets moois te verwachten. ‘Ik ga door’, zegt Van Haga vastbesloten. ‘Als je kijkt naar de zakelijke investering dan heb ik tot nu toe ongeveer 750 duizend euro in de club gestort. Dan ga ik niet over een jaar zeggen, nu stop ik.’

Tegenwoordig zit hij juist veel te brainstormen over de toekomst. ‘Hoe kunnen we jeugdspelers studiefaciliteiten en basketbalskills bieden? Met de Hogeschool Rotterdam zijn al afspraken gemaakt. Voor Stefan Mladenovic en Worthy de Jong is een aangepast rooster ontworpen. ‘Ik hoor geregeld dat ik niet tegen mijn verlies kan. Mensen denken dat ik na een paar maanden toch Amerikanen ga halen. Die kosten tweeduizend dollar per maand. Dan worden we zesde of zevende. Wat schieten we daarmee op? Ik ben jan doedel niet.’

Zaterdagavond verliest Rotterdam in de Topsporthal ook het derde competitieduel. Tegen het ongeïnspireerde Den Bosch wordt het 44-74. Verdedigend gaat het nog wel, maar aanvallend is de thuisclub machteloos.

Jeremy Ormskerk is een van de weinige routiniers bij Rotterdam. Hij vindt het niet erg om zonder Amerikanen te spelen. ‘Sommigen brengen iets extra’s, anderen niet. Als ze niet komen opdagen of niet hun best doen, en dat heb ik vaak meegemaakt, heb je niets aan ze.’

Teamgenoot Chip Jones is bezig aan zijn elfde seizoen in de eredivisie, zijn eerste jaar zonder Amerikanen in de ploeg. Hij kan wel zonder hen, maar mist hen ook.

‘Bij eenvoudige scores met nog drie seconden op de schotklok, is er altijd wel zo’n malloot die de bal er in gooit. Verder nee, niet echt. Voor de jonge jongens is het misschien jammer dat ze niet met en tegen ze kunnen trainen, maar we spelen wel tegen teams met Amerikanen. Daar leren ze ook van.’

Meer over