Vijf vragen

Ronderenners en specialisten verdringen elkaar in de wielerlente

Het was een enerverend voorjaar in het wielrennen, met een strijd tussen Mathieu van der Poel en Wout van Aert naast een Britse revelatie. Tijd voor een tussenbalans, in vijf vragen.

Wielrenners Mathieu van der Poel (links) en Wout Van Aert. Beeld BELGA
Wielrenners Mathieu van der Poel (links) en Wout Van Aert.Beeld BELGA

Wie kleurden de koers?

Waar zij de afgelopen maanden ook aan de start verschenen, vrijwel overal trokken Wout van Aert en Mathieu van der Poel de aandacht. In de aanloop naar de klassiekers en zelfs etappekoersen ging het vaak over ‘de Grote Twee’. Vast pandoer in de slotfase: waar zit het geel-zwart van de met overgave koersende Belg, wat is de in het rood-wit-blauw gehulde Nederlandse kampioen nu weer van plan?

Het bleek toch niet zo vanzelfsprekend dat zij de wedstrijden regisseerden. Konden beide veldrijders in de eerste seizoenen op de weg als betrekkelijke nieuwkomers nog verrassen, sinds hun grote successen behoren ze tot het puikje van de gevestigde orde en stemt de concurrentie niet zelden de tactiek volledig op hun deelname af. Dat wordt ze soms te machtig. In Milaan-San Remo profiteerde Jasper Stuyven van een korte windstilte na de afdaling van de Poggio; de overige tegenstanders lieten het aan het duo over om hem te achterhalen. In de E3 beet Van der Poel de tanden stuk op het collectief van Deceuninck-Quick-Step, nadat Van Aert al eerder kopje onder was gegaan.

Onderling hielden ze elkaar met ieder vier zeges behoorlijk in evenwicht. De reeks van Van Aert heeft met de Amstel Gold Race en Gent-Wevelgem net wat meer statuur, al waren dat koersen waarin Van der Poel ontbrak. De Nederlander kan erop bogen dat hij de Belg er in de klassiekers een aantal keer afreed, in de Strade Bianche, de E3 en de Ronde van Vlaanderen. In die twee laatste wedstrijden lukte het hem dan weer niet winnend af te sluiten. Zijn onstuimige stijl levert altijd spektakel op. Zijn rivaal kiest doorgaans voor een veiliger pad, vertrouwend op zijn sterke eindschot. Garanties op succes bleken er in beide strategieën niet te bestaan. Pas in de zomer komen ze elkaar weer tegen, in de Tour de France.

Het was dus niet helemaal het seizoen van de Grote Twee?

Nee, daarmee zou je anderen te kort doen. De ijzersterke Deen Kasper Asgreen won zowel de E3 als de Ronde van Vlaanderen door net zo aanvallend te koersen als Van der Poel. Wereldkampioen Julian Alaphilippe, vaak in één adem genoemd met de twee, stelde teleur in Vlaanderen, maar was weer van de partij in de Ardennen. Wat te denken van Tourwinnaar Tadej Pogacar, die na eindzeges in de UAE Tour en de Tirreno-Adriatico, zondag in Luik zomaar een monument op zijn cv bijschreef; hij is nog maar 22.

Primoz Roglic won de Ronde van het Baskenland, nadat Parijs-Nice hem op de laatste dag ontglipte, en oogde sterk in de Amstel Gold, totdat pech hem terug wierp, en de Waalse Pijl. Dat klassementsrenners van dit kaliber gewoon de krachten meten met klassiekerspecialisten maakt vergelijken tot een hachelijke zaak. Tel vooral de zegeningen: het is dringen in de voorste rangen en het leverde adembenemende ontknopingen op.

Waar waren afgezien van Van der Poel de Nederlanders?

Als het puur om resultaten gaat, houdt het inderdaad niet over. De langdurige afwezigheid van topsprinters Dylan Groenewegen en Fabio Jakobsen na hun crash in de Ronde van Polen weegt door, al won Cees Bol nog een rit in Parijs-Nice. Een enkele landgenoot zat wel eens mee in een vroege ontsnapping; het illustreerde vooral dat menigeen een dienende rol heeft. Daar vul je geen erelijst mee. Erkende klassementsrenners als Steven Kruijswijk (niet in vorm) en Wilco Kelderman (gevallen) bleven vrijwel geheel buiten beeld.

Uitzonderingen waren er wel. Dylan van Baarle soleerde in Dwars door Vlaanderen in een vloeiende stijl naar winst. Ervaren rot Bauke Mollema gedijt de laatste tijd in zijn vrije rol als potentiële ritwinnaar, het leverde hem dit seizoen al twee zeges op. Het is hem liever dan een langdurige en slopende worsteling voor een plek in de top 10 van een meerdaagse ronde. Let ook op Ide Schelling (23) uit Den Haag, met de brede lach van Michael Boogerd en de zwoegende stijl van Mollema. Nee, hij won niks, maar hij trok er een paar keer onbevangen en hartstochtelijk koersend op uit, met een vierde plek in de Brabantse Pijl als beste uitkomst.

Wie was de revelatie?

Geen twijfel: Tom Pidcock, 21 jaar. Hij acteert nog eerder op het allerhoogste niveau dan Van Aert en Van der Poel, die zich op die leeftijd op de weg nog warm reden in kleinere wedstrijden. Doseren is nog lastig voor de Brit, in de Ronde van Vlaanderen smeet hij onnodig vroeg met de krachten. Maar in de Brabantse Pijl deed hij alles goed en in de Amstel Gold bijna alles - een finishfoto moest de winnaar aanwijzen. Elders ging het ook niet verkeerd: derde in Kuurne-Brussel-Kuurne, vijfde in de Strade Bianche, zesde in de Waalse Pijl, ondanks een val in de berm. Ineos Grenadiers bezit ineens een troef uit eigen land voor de klassiekers.

Welke ploeg stak er bovenuit?

Met twintig zeges bleef Deceuninck-Quick-Step Jumbo-Visma (14) en Ineos (13) ruim voor. De blauwe brigade van manager Patrick Lefevere won veel sprints: Sam Bennett en Mark Cavendish scoorden samen negen keer. Maar misschien wel de belangrijkste overwinning kwam op naam van de derde sprinter uit het team.

Fabio Jakobsen, acht maanden geleden levensgevaarlijk gewond, keerde in de Ronde van Turkije terug in het peloton. Hij hield zich begrijpelijkerwijs ver van het strijdgewoel in de laatste meters, maar kon van een afstand vaststellen dat het gevaar nog niet geweken is. Toen hij in de vierde etappe een renner passeerde die bij een massale valpartij in de hekken was beland, kneep hij in de remmen en vroeg bezorgd aan Noah Granigan hoe het met hem ging. De Amerikaan toonde zich later op Instagram onder de indruk. ‘Bedankt man, geweldig om je weer terug te zien in het veld.’ Het was de scène uit de lente die duidelijk maakte dat er in de sport meer telt dan winst en verlies.

Meer over