wielrennenGiro

Ronderenner Arensman schuwt het niet om groot te dromen

Thymen Arensman is voor de Nederlandse wielerfan een lichtpuntje in de Giro. De renner van DSM staat nu twaalfde in het klassement. En dan moet zijn sterke derde week nog komen.

Robert Giebels
De Nederlander Thymen Arensman (derde van rechts), gevolgd door Romain Bardet, zijn kopman bij DSM,  tijdens de beklimming van de Etna in de eerste week van de Giro.  Beeld AFP
De Nederlander Thymen Arensman (derde van rechts), gevolgd door Romain Bardet, zijn kopman bij DSM, tijdens de beklimming van de Etna in de eerste week van de Giro.Beeld AFP

Op weg naar de Blockhaus nam zondag in de Giro een generatie Nederlandse klassementsrenners afscheid en op hetzelfde moment diende zich op de loodzware slotklim hun opvolger aan: een 22-jarige student geschiedenis uit het Gelderse Deil, die ooit een grote ronde denkt te kunnen winnen. Het is Thymen Arensman, nu nog van het Nederlandse Team DSM en vanaf volgend jaar fietsend voor het Britse sterrenensemble Ineos-Grenadiers.

Eigenlijk was de klim naar de Blockhaus te steil en te onregelmatig naar de smaak van Arensman, die met zijn 1 meter 92 nogal opviel tussen de veel kleinere klimspecialisten. ‘Ik zat te ver achterin, waardoor ik te veel wind ving. En ik ben door mijn lengte iets zwaarder (68 kilo, red.) dan de kleine klimmers.’ Desondanks gaf hij minder dan een minuut op hen toe. En: ‘Ik heb er weer veel van geleerd.’

Leren, ontdekken, grenzen verkennen; in die fase zit Arensman nu. ‘Ik leer hier wat ervoor nodig is om een goed klassement te rijden in een grote ronde’, zegt hij over zijn eerste Giro d’Italia. Feitelijk heeft hij in de drie Italiaanse weken één taak: bij zijn negen jaar oudere kopman Romain Bardet blijven om de Fransman de Giro-zege voor DSM te bezorgen.

‘Ik kan als jonge renner heel veel leren van iemand met zoveel ervaring’, vertelt Arensman over Bardet, die hij al een groot deel van het seizoen met steeds meer succes als een schaduw heeft bijgestaan. ‘Als ik ooit goed genoeg ben, kan ik in de toekomst misschien zelf voor een eindklassement in een grote ronde gaan.’

En waarom zou dat niet de aanstaande Vuelta zijn? De Ronde van Spanje komt dit jaar in de tweede etappe eerst vlak langs het ouderlijk huis in Deil waar Arensman opgroeide in een familie waar alles om wielrennen draaide, vertelde zijn opa Wim de Jong vier jaar geleden op de site van wielerbond KNWU. Toen zijn kleinzoon 8 was, begon De Jong met de training, maar niet te zwaar. ‘In de jeugd kwam hij daardoor nog wel eens tekort. Maar als iemand talent heeft, dan komt dat er later toch wel uit.’

Thymen Arensman tijdens de tweede etappe van de Giro, een tijdrit over 9.2 kilometer in Boedapest.  Beeld AFP
Thymen Arensman tijdens de tweede etappe van de Giro, een tijdrit over 9.2 kilometer in Boedapest.Beeld AFP

De tweede Vuelta-rit gaat op 20 augustus van Deil door naar Utrecht. Daar passeren de renners het huis waarin DSM-ploeggenoot Martijn Tusveld opgroeide om daarna te finishen op de Uithof, waar Arensman in drie jaar zijn bachelor geschiedenis haalde. ‘Toch iets waar je altijd op terug kunt vallen, als het niet loopt zoals je hoopt’, zei hij daar drie jaar geleden tegen het Utrechtse universiteitsblad. En dat terwijl ‘iedereen zegt dat je een studie niet kunt combineren met het wielrennen’.

Arensman, die zich nu ‘ex-student geïnteresseerd in Romeinse en Middeleeuwse geschiedenis’ noemt, reed al twee Vuelta’s. Als hij moet kiezen zich te typeren als toekomstig ronderenner of specialist in eendagskoersen, acht hij zich fysiek het meest geschikt voor een drie weken durende ronde – Tour, Giro en Vuelta. ‘Ik herstel vrij snel, ik kan aardig klimmen en heb een goede tijdrit. Mijn toekomst ligt in de grote ronden, maar ik wil me ontwikkelen in brede zin. Ik houd ook erg van bijvoorbeeld Parijs-Roubaix.’

Dat Arensman een rondetalent is, bewees hij op 18-jarige leeftijd. Hij werd in 2018 tweede in de Ronde van de Toekomst, een juniorenkoers waar vaak renners winnen die als prof grote successen boeken. Neem de man die naast Arensman op de hoogste trede stond: Tadej Pogacar. De Sloveen (23) won sindsdien onder (veel) meer twee keer de Tour. Dat geeft Arensman vertrouwen, want hij weet dat hij in de basis gelijkwaardig is aan de man die zes miljoen euro per jaar verdient. Dat Pogacar zo razendsnel is opgekomen, komt volgens Arensman doordat hij veel eerder naar een profploeg op het hoogste niveau is gegaan.

Arensman, van 4 december 1999, begon op 1 juli 2020 bij Sunweb, het huidige DSM. Zijn resultaten vertonen sindsdien een gestage, maar onmiskenbaar opwaartse lijn. Vooral als hij in dienst rijdt van Romain Bardet, zoals in de Giro nu. ‘In de Vuelta’s kon ik af en toe een etappe rustig aan doen en hoefde ik alleen maar naar de finish te rijden. Nu moet ik elke dag vooraan bij de klassementsrenners blijven, bij Romain.’

De twee hebben hun goede band ‘op en naast de fiets’ gesmeed tijdens twee zware trainingskampen op de vulkaan de Teide op Tenerife, zegt Arensman. Dat moet zich vooral in de topzware derde week van deze Giro uitbetalen. ‘Dan komt het op vermoeidheid en goede benen aan en zal er met minuten gesmeten worden’, voorspelt Arensman over de top van het algemeen klassement. Hij beschouwt zijn derde week als goed en wijst op de laatste etappe van zijn tweede Vuelta. In die tijdrit van ruim 33 kilometer werd Arensman vorig jaar derde.

Hoe hij en Bardet het tactisch gaan aanpakken in die derde week, die zondag al begint met een zware bergrit? ‘We staan nu allebei hoog in het klassement. Als ik aanval, zullen de grote ploegen mij weer moeten terughalen en hoeft Romain hen alleen maar te volgen.’ Het is voor de adjudant zaak in de top van het klassement te blijven, zodat zijn kopman krachten kan sparen, vooral in de vier bergritten die nog volgen. ‘Dicht bij de finish kan hij dan aanvallen en tijd op zijn concurrenten winnen. Zijn vorm is goed en dat motiveert mij ook.’

Twaalfde etappe

Stefano Oldani, ploeggenoot van Mathieu van der Poel van Alpecin-Fenix, won donderdag de twaalfde etappe in de Giro van Parma naar Genua. Het was de eerste profzege voor de 24-jarige Italiaan. Hij won de sprint van landgenoot Lorenzo Rota en de 22-jarige Nederlander Gijs Leemreize van Jumbo-Visma, die in de laatste kilometer twee vergeefse winstpogingen deed. Bauke Mollema en Wilco Kelderman werden vierde en zesde en stegen beide 10 plaatsen in het algemeen klassement naar respectievelijk plek 18 en 13.

Meer over