Olympische Spelen

Roeiers dubbelvier bezien Tokio uiterst zakelijk: ‘We komen alleen om te winnen’

Na 25 jaar krijgt de Holland Acht mogelijk een opvolger. De Nederlandse roeiers van de dubbelvier zijn favoriet voor olympisch goud. Vrijdag begint hun toernooi. ‘Roeien is een heel ritmische sport.’

De dubbelvier in actie tijdens de EK in Polen in 2020:  Koen Metsemaker, Tone Wieten, Abe Wiersma en Dirk Uittenbogaard. Beeld Hollandse Hoogte / Soenar Chamid sportfotografie
De dubbelvier in actie tijdens de EK in Polen in 2020: Koen Metsemaker, Tone Wieten, Abe Wiersma en Dirk Uittenbogaard.Beeld Hollandse Hoogte / Soenar Chamid sportfotografie

Het was zomers warm op de Hallstätter See, maar toch zagen de roeiers van de Nederlandse dubbelvier er tijdens hun trainingskamp in mei uit alsof ze op wintersport waren. Lange broeken, lange mouwen en mutsen op en roeien maar. Zo probeerden ze te wennen aan de omstandigheden waarmee ze in Tokio te maken kunnen krijgen als ze vrijdag hun eerste race hebben.

Om dezelfde reden bleven wekenlang de ramen dicht en werd de luchtcirculatie uitgeschakeld in hun krachthonk. Het kon niet warm en vochtig genoeg zijn. ‘Het was echt super a-relaxt’, vertelt Dirk Uittenbogaard (31) voor vertrek naar Japan.

En dan was er nog het verplichte saunabezoek. Aan het eind van hun zware trainingsdagen moesten hij en ploeggenoten Tone Wieten (27), Abe Wiersma (26) en Koen Metsemakers (29) verder zweten in de sauna volgens een strikt protocol. Een half uur in de hitte, dan drie minuten eruit maar zonder verkwikkend koelbad, daarna twintig, vijftien, tien en vijf minuten. Met telkens drie minuten de tijd om bij te komen ertussen. ‘Dat was echt niet voor de lol.’

Atlanta 1996

Tokio is in de zomer heet en vochtig, de voorspellingen voor komende dagen liggen steeds boven de 30 graden. De 31-jarige Uittenbogaard weet hoe zwaar dat is. In 2013 nam hij deel aan het WK in Zuid-Korea onder vergelijkbare omstandigheden. ‘Daar was het net zo warm en met dezelfde enorm hoge luchtvochtigheid. De eerste dagen dat ik daar was, was ik niets waard.’

Toen eindigde Uittenbogaard met de dubbelvier in de B-finale. Inmiddels is hij, nadat hij in 2016 in Rio de Janeiro brons veroverde in de Holland Acht, terug in de dubbelvier en als regerend wereldkampioen topfavoriet voor het goud. In 1996 wonnen Nederlandse mannen voor het laatst de hoofdprijs: de Holland Acht.

Dubbelvier is lastige boot

Uittenbogaard en zijn drie teamgenoten werden in 2019 wereldkampioen en zijn nog altijd titelhouder, omdat het WK het jaar vorig jaar vanwege corona werd afgelast. De dubbelvier is een van de lastigste boten in de vloot, vindt hij. Alle roeiers hebben elk twee riemen in handen, ‘scullen’ heet dat in roeijargon. Dat is anders dan in bijvoorbeeld de acht, waar de roeiers aan één riem trekken. Dat is ‘boordroeien’.

De dubbelvier tijdens een training. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
De dubbelvier tijdens een training.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Uittenbogaard: ‘Met één riem sla je als het ware een hoekje om. Wat wij doen is symmetrisch. Je zou zeggen dat dat gemakkelijker is, maar wij moeten twee riemen tegelijk coördineren en dat is motorisch juist iets lastiger.’

Met je rug naar de finish

Eén hapering kan het verschil betekenen tussen goud of geen medaille. Sterk zijn ze alle vier, maar belangrijker is dat ze synchroon die kracht kunnen leveren. ‘Roeien is een heel ritmische sport. Het is als bij tijdrit op de fiets: je moet in je ritme blijven om door te kunnen blijven gaan.’

Het is Metsemaker die als slagman de cadans bepaalt, Wieten en Wiersma vormen het motorblok en Uittenbogaard zit op boeg. Dat is technisch de lastigste plek omdat de voorkant van de boot het meeste deint. De routinier is ook degene die de koers bepaalt en heeft het beste zicht op de rest van het veld.

Zicht op de tegenstanders is belangrijk. ‘Het nadeel en het voordeel van roeien: je roeit met je rug naar de finish toe, maar je ziet de rest. Als je voor ligt, heb je goed overzicht en de rest ziet jou niet’, legt Uittenbogaard uit. ‘Zij zien wel jouw golven, maar ze weten niet waar je ligt. Daarom is het altijd een psychologisch voordeel als je voor ligt.’

2 kilometer voluit doseren

De wedstrijd mag 2 kilometer duren, de eerste honderden meters zijn enorm belangrijk. De inzet is daarom om hard te starten. Hoe hard? Dat doen Uittenbogaard en zijn ploeggenoten op gevoel. ‘De ervaring leert hoe je het moet doseren dat je niet overboord gaat.’

Nadat Uittenbogaard in 2016 brons won met de acht genoot hij nog een week van de sfeer in het olympisch dorp en bezocht andere sporten. Dat zit er deze editie niet in. Er is geen publiek toegestaan in Tokio en atleten die klaar zijn moeten per ommegaande terug naar huis. ‘Het wordt een stuk zakelijker. We komen er alleen om te winnen.’

De coronamaatregelen hebben ook hun weerslag op de voorbereiding van de roeiers. Idealiter was Uittenbogaard tien dagen voor de start van de wedstrijden naar Tokio gegaan. Tijd genoeg om de jetlag te verwerken en aan de omstandigheden te wennen. Dat kon nu niet. De roeibaan ging vanwege de strakke covidregels pas vijf dagen van tevoren open.

Voor de finales, op dinsdag 27 juli, hebben de mannen genoeg tijd om te wennen, denkt Uittenbogaard, die zondag in Japan is aangekomen. Maar eerst de kwalificatiewedstrijden van vrijdag. ‘Het is schipperen. Het worden spannende dagen.’

Meer over