Roeien met de riemen die je in een Alpenland hebt

Van Trinidad tot Andorra, overal in de wereld zijn Nederlandse coaches actief. In deel 4 van een serie: roeitrainer René Mijnders, sinds 1 januari 2005 in dienst van de Zwitserse bond....

Roeien in Zwitserland, dat stelt lang niet zo veel voor als in Nederland. Eigenlijk is het niveau nog droeviger dan de huidige bondscoach René Mijnders veronderstelde. Waar ben ik aan begonnen, dacht hij. En hij kan het weten. Jaren vervulde hij diezelfde functie in Nederland. De succesvolle Holland Acht van de mannen, met olympisch goud in Atlanta, had hij onder meer onder zijn hoede.

Maar Mijnders is in 1997 ook driekwart jaar betrokken geweest bij de verliezende Oxford Acht, voor de Boatrace. En hij heeft voor de wereldroeibond FISA een tijdje in Indonesië gezeten, voor een soort clinic.

Bijna zestien maanden is Sarnen, iets ten zuiden van Luzern, nu zijn uitvalsbasis. Daar zetelt het hoofdkantoor van de Zwitserse bond. Mijnders, die op 1 januari 2005 begon en een contract heeft van vier jaar, is net terug van de wedstrijden op de Lauerzersee, de Zwitserse equivalent van de afgelopen weekeinde op de Bosbaan in Amsterdam gehouden Randstad Regatta. Dat meer ligt iets ten noorden van het veel bekendere Vierwoudstedenmeer, met aan de linkerkant Luzern.

Wie die stad noemt, denkt natuurlijk direct aan de Rotsee. De jaarlijkse Regatta is befaamd. Dat heet het roeimekka te zijn. Maar stel je er niet al te veel van voor, zegt Mijnders. Veel trainen kan hij er bijvoorbeeld niet. De baan is slechts een beperkte periode van het jaar beschikbaar. En als hij dan open is, kun je er weer niet met een motorboot terecht. Een beetje lastig voor een coach die wil meevaren met zijn boten.

Mijnders heeft het naar zijn zin in zijn nieuwe baan. Het pendelen tussen het Alpenland en Maartensdijk in Nederland staat hem nog lang niet tegen. Het was een van de voorwaarden die hij stelde toen hij in dienst trad; dat hij veel op en neer mocht reizen tussen de twee landen. Hij zou daarom moeite hebben gehad met een aanbieding uit pakweg Australië. 'Ik denk niet dat ik dat zou hebben gedaan, al moet je nooit nooit zeggen.'

Veel wedstrijdroeiers telt Zwitserland niet. Een paar honderd, schat Mijnders. Tegen ongeveer tweeduizend in Nederland.

Met zo'n beperkt aantal atleten is Mijnders vooral aan het opbouwen. Weer met een mannenacht. 'Toen ik dat project opzette, kwamen ineens uit alle hoeken en gaten roeiers kruipen. Er is dus wel degelijk dynamiek hier. Dat heeft een roeiland als Zwitserland nodig. Dat ik die impulsen geef, verwachten ze ook van mij.'

Mijnders denkt in projecten. Elke discipline heeft een eigen coach, maar hij is de hoofdverantwoordelijke, ook voor de junioren. Zo noemt hij dat: het Nachwuchs-project. Daar zitten wel wat talenten tussen. Die komen uit de buurt van Lugano. 'De uitdaging is dat op te pikken, daarin structuur aan te brengen.'

Zijn werk in Nederland liep in 2004 ten einde. Sinds 1998 was hij adviseur van de roeibond, vanaf 2000 weer bondscoach. Hij leidde de Vrouwen Acht naar zilver in Sydney. In 2004 (Athene) was er zilver en brons voor de achten.

Toen kwam het telefoontje uit Sarnen. 'Kennelijk hadden ze mij geheadhunt. Ik was net getrouwd, had een stulpje gekocht. Toch was het niet moeilijk ja te zeggen. De jas begon te knellen, het werd tijd dat ik een nieuwe aantrok.'

Het Zwitserse roeien heeft weinig te bieden op dit moment. Bij de WK in Japan waren de resultaten heel mager. De beste roeier, een skiffeur, was er niet bij. Hij moest afstuderen. 'Het bleef bij het betere C-finale-werk', aldus Mijnders.

Dat is met veel sporten tegenwoordig zo in Zwitserland. Uitblinkers zijn er, maar ze zijn dun gezaaid. Tennisser Roger Federer, wielrenner Fabian Cancellara, die onlangs Parijs-Roubaix won, en kunstrijder Stephane Lambiel, de oud-wereldkampioen, dat zijn grootheden. En de kwalificatie van het nationale voetbalelftal voor het WK is al mooi genoeg.

Mijnders (51) beschikt niet over zulke sterren, maar roeien zit nu eenmaal in zijn bloed, het is zijn passie. 'Dit werk is altijd boeiend. Wat ik leuk vind, is dat ik hier weer met andere mensen in contact kom en met andere middelen moet werken dan ik gewend was. Daar leer ik ontzettend veel van.

'Ik zit in een fantastische omgeving. Als ik om me heen kijk, zie ik al die bergen. Dan pak ik de racefiets en ga ik een eindje rijden.'

Meer over