Roeibeest wil kicken op nieuwe uitdaging

Dirk Lippits roeit al dertien jaar, maar in het zware boordroeien is hij een beginneling. Met het oog op Peking 2008 verlaat hij de skiff en stapt hij over in een grote boot....

Een rowaholic is Dirk Lippits niet. Hij kan zich een leven zonder roeien gemakkelijk voorstellen. Lippits kickt op uitdagingen. Of het zijn vakgebied van de polymeerfysica betreft of het roeien, dat maakt niet uit. Er moet een intellectueel of een strijdelement zijn.

Het scullen heeft voor hem geen geheimen meer, dus stapt hij over naar de grote boot. Van twee riemen naar één riem. In de 29ste Hel van het Noorden vormt hij zondagmorgen op het Eemskanaal bij Groningen met Jurrien Rom Colthoff een gelegenheidscombinatie in de twee zonder.

‘Dirk is absurd sterk’, zegt Rom Colthoff, lid van de acht die in de zomer bij het WK in Eton zwaar teleurstelde. ‘Hij bezit een overdosis aan power. Hij wil alles op vermogen, op brute kracht oplossen, omdat hij gewend is in zijn eentje te bikkelen. Onze eerste training verliep twee weken geleden dramatisch.’

In de Hel verloopt de samenwerking soepeler, maar nog lang niet optimaal.

Als skiffeur won Dirk Lippits vier keer de Hel van het Noorden, een klassieker in het studentenroeien, die steevast op de laatste zondag in november wordt gevaren. Het is een timetrial over 6 kilometer van paal 10 naar paal 4 op het Eemskanaal. De scheepvaart wordt er voor stilgelegd.

De traditie wil dat het weer van grote invloed is. Door de jaren heen was het er altijd guur en druilerig, of sneeuwde het en was het er steenkoud.

Deze editie is de mildste ooit. De temperatuur schommelt rond de 10 graden en al rond half negen, als Lippits en Rom Colthoff in hun boot Serious Ambitions stappen, dreigt de zon door te breken.

Serious Ambitions zou een rake typering voor Lippits’ laatste kunstje in het roeien zijn. Hij gaat voor olympisch goud in Peking 2008. Met minder zal hij niet tevreden zijn.

‘Zilver heb ik al, uit Sydney 2000 in de dubbelvier.’ Om die reden heeft hij de skiff, de elite in het roeien, ingeruild voor het boordroeien. ‘In de skiff maak ik geen kans goud te winnen’, zegt hij. ‘Ik ben goed voor de wereldtop, maar de stap naar het podium is een stap te ver. Ik hang rond de vijfde, zesde plaats. Om daar twee jaar alles voor opzij te zetten, is voor mij niet op te brengen.’

De concurrentiestrijd met Sjoerd Hamburger speelt in zijn afweging geen rol. ‘Hooguit indirect’, zegt hij. ‘Om in Peking te komen, had ik Hamburger moeten verslaan omdat er per land maar één skiffeur mag uitkomen. Die strijd had ik best aangedurfd, maar dan nog zou ik geen kans hebben goud te winnen in de skiff.’

In het boordroeien wel, omdat bondscoach Mark Emke beschikt over een kerngroep van 18 roeiers uit wie een grote boot, een acht of een vier zonder, met potentie wordt samengesteld. Zeker nu Gerritjan Eggenkamp, de enige Nederlander die de befaamde Boatrace op de Theems (in 2002 met de Oxford Blues) won, terugkeert en de inmiddels 36-jarige Diederik Simon (olympisch goud, twee keer zilver) de training heeft hervat.

‘Lippits is een versterking’, geeft Emke grif toe. ‘Een ervaren jongen, fysiek beresterk. In het boordroeien heb je technisch vermogen en lompe krachten nodig. Daarin moet de ideale balans gevonden worden. Dirk kan veel vermogen leveren, heel veel zelfs.’

Dat kon het 29-jarige lid van Theta uit Eindhoven altijd al. In de dubbelvier van Sydney was hij het trapvee, de man met de power, zeg maar de beul in de boot. ‘Dat had hij van jongsaf aan al’, zegt Ad Oomen, de man die hem sinds 1994 begeleidt, eerst als coach en daarna als klankbord. ‘Dirk is een powerhouse, een roeibeest.’

Eigenlijk had Athene 2004 het afscheid van Lippits moeten zijn. Daar werd hij vierde in de C-finale, zestiende in het totale veld. Een blessure aan zijn linkerschouder zat hem dwars. ‘Mijn arm schoot constant uit de kom bij een bepaalde roeibeweging.’

Daar had hij al in de aanloop naar Athene last van, maar pas na de Spelen werd de juiste diagnose gesteld. In die periode werd hij diep gekrenkt door de media die hem als een loser afschilderden.

‘Op die manier wilde ik geen afscheid nemen’, kijkt hij terug. ‘Ik roei voor mezelf, niet voor anderen, maar het plaatje was nog niet af.’

Hij weet dat hij nooit de Nico Rienks, de pure techneut, van het roeien zal worden. Maar zonder Ronald Florijn, de krachtpatser en de motor, had Rienks nooit goud gewonnen. ‘Ik ben een motor van het type Florijn. Dat is mijn kracht.’

Meer over