Revolutionaire bekentenissen

Voor het eerst hebben renners toegegeven dat ze EPO hebben gebruikt. De roep om passende maatregelen is nu groot, maar het probleem vereist een genuanceerde aanpak....

BART JUNGMANN

HET MEEST indringende (en suggestieve) beeld van de Tour de France 1998 is vooralsnog dat van Pascal Hervé. In zijn bolletjestrui komt hij langszij bij de cameraman op de motor en licht onverhoeds zijn zonnebril op. Met dat modebewuste peroxidehaar ziet Hervé er op dat moment uit als een buitenaards wezen met weinig goeds in de zin.

De opname moet in de eerste Tourweek zijn gemaakt, want hij moest zijn bolletjestrui inleveren voordat de Tour aan de Pyreneeën toe was. Maar als prototype van de verdorven wielrenner keert Hervé nu in bijna elke reportage over het dopingschandaal over Festina terug.

Sinds een paar dagen doet over Pascal Hervé een wild verhaal de ronde. Hij zou als dopedealer jonge wielrenners benaderen. Drie Franse kranten hebben dat bericht vrijdag gepubliceerd. Een dag later daagde Hervé ze wegens smaad voor het gerecht in Poitiers.

De onthullingen over dopinggebruik in de wielersport zijn zo langzamerhand niet meer bij te benen. Vanwege het nationale belang gaat de aandacht in Nederland vooral uit naar TVM, maar het grote nieuws kwam dezer dagen uit Lyon. Vijf van de negen Festina-renners bekenden vrijdag EPO te hebben gebruikt en die bekentenis is weinig minder dan een revolutie in de topsport.

Tot nu toe deden alleen oud-renners een boekje over dopinggebruik in het peloton. Nadat de Italiaanse onderzoeker Alessandro Donati twee jaar geleden alarm sloeg over EPO, vertelden de Fransen Nicolas Aubier en Gilles Delion in l'Equipe over de gevaarlijke verlokkingen daarvan en dat slechts weinig renners die konden weerstaan.

De 25-jarige Aubier had vanwege de oneerlijke concurrentie de hoop op een mooie loopbaan laten varen. Delion was al dertig jaar, had in 1990 de Ronde van Lombardije gewonnen, maar kwam nooit verder dan de status van belofte.

Hein Verbruggen, voorzitter van de UCI, kon in november 1996 nog schamperen over de 'ouwe-wijvencultuur in het wielrennen waarin elke overwinning met doping in verband wordt gebracht'. De internationale wielrenunie, die twee maanden later trots de gezondheidscontroles introduceerde, liet Aubier en Delion als roddeltantes links liggen. Daarom is het goed een uitspraak van Aubier in herinnering terug te roepen: 'Doping is zo wijdverbreid dat je abnormaal bent als je niet gebruikt.'

Wat zei Armin Meier dit weekeinde in de Zwitserse krant SonntagsZeitung? 'Misschien moet de UCI na deze Tour wel meer dan honderd coureurs wegens dopinggebruik schorsen.'

En wat zei Alex Zülle in dezelfde krant? 'Ik loop al wat langer rond in dit wereldje en ik weet inmiddels wel wat er allemaal gebeurt. Als coureur zit je gevangen in het systeem. Ik kon kiezen: meedoen of mijn oude beroep van schilder oppakken.'

De Zwitsers Meier en Zülle behoren samen met landgenoot Laurent Dufaux, de Franse wereldkampioen Laurent Brochard en diens landgenoot Christophe Moreau tot het clubje Festina-coureurs dat heeft bekend. Een nachtje in voorlopige hechtenis heeft de omerta, de maffia-achtige zwijgplicht over doping, gebroken.

Die stilzwijgende samenzwering werd door renners altijd weggehoond. Dat was een hersenspinsel van journalisten die sensatie zochten. Maar nu de ban gebroken is, wordt opeens een hoop duidelijk.

Zülle zegt nu dat hij niet als een 'verrader' wil worden gezien en dat hij ook best gevoelig is voor de werkgelegenheid bij Festina, die nu op de tocht staat. Maar hij kon onder de justitiële druk niet anders dan de waarheid vertellen.

Oud-coureur Peter Winnen zei daarover gisteren voor de NOS-radio: 'Als je middelen weigert, word je gezien als een vreemde eend in de bijt of als niet-professioneel.' Wielrenners waren volgens Winnen bang om 'uitgekotst' te worden als ze een boekje over doping open deden. 'Ik denk dat de wielrennerij nu zichzelf aan het uitkotsen is.'

De UCI kwam zaterdag met ploegleiders en wielrenners overeen om aan het eind van het seizoen het dopingprobleem te bespreken. Dat betekent dat wielerwedstrijden nog drie maanden lang onder de kwalijke geur van valsspelerij worden afgewerkt.

Maar zelfs als de grootste opwinding is weggezakt, zal het nog moeilijk genoeg worden passende maatregelen te treffen. Het publiek zal geen genoegen nemen met halve maatregelen. Maar de vele vormen van doping vereisen ook een genuanceerde aanpak, waarin verantwoorde medicatie voor uitgeputte sporters wordt onderscheiden van levensgevaarlijke stimulantia.

Bart Jungmann

Meer over