Columnpaul onkenhout

Reken er maar op dat de komende weken de toon ronduit agressief en hysterisch zal worden als Oranje er niet veel van bakt

null Beeld

Een piano. Stefan de Vrij, steunpilaar van Oranje en landskampioen in Italië, een man met meedogenloze trekjes dus, dat kan niet anders, vraagt voor interlands altijd aan de KNVB of ervoor kan worden gezorgd dat er een piano op zijn hotelkamer staat. ‘Je moet het bijhouden’.

De KNVB doet hier graag aan mee en huurt een piano voor hem. Van de schets die Bart Vlietstra in de EK-bijlage maakte van ‘Team De Vrij’, twaalf experts die hem bijstaan, was dit het meest opzienbarende deel, niet in de laatste plaats omdat terloops nog even werd gemeld dat ook Davy Klaassen en Nathan Aké piano spelen.

Dat is weer eens wat anders dan rappende voetballers. De Vrij is piano gaan spelen nadat hij was aangeraakt - ik overdrijf, maar niet veel - door Ludovico Einaudi, een Italiaanse pianist wiens populariteit, schreef de Volkskrant in 2016, hysterische vormen heeft aangenomen.

Zijn muziek ‘zweeft tussen neo-klassiek minimalisme en geruststellende ambientpop’. De Vrij bezocht binnen een jaar een stuk of acht concerten van Einaudi. De verdediger speelt piano ter ontspanning én omdat het volgens hem een goede oefening is voor je hersenen, coördinatie en creativiteit.

Opvallend. Van topvoetballers weten we alles, en tegelijkertijd niks. Omdat er zo veel over ze wordt geschreven en gezegd en hun vriendinnen Instagram volplempen met foto’s denken we dat we overal van op de hoogte zijn, maar dat is maar schijn. Zo’n gedetailleerd stuk over De Vrij is hoogst uitzonderlijk, ook omdat hij er geen geheim van maakt dat hij hulp krijgt van een mental coach, iets waar journalisten en commentatoren voetballers altijd heel hard om uitlachten.

Over de spanning en de enorme druk gaat het zelden. En als het er een keer wel over gaat is de reactie dat voetballers niet moeten zeuren, want ze verdienen genoeg. Alsof dat ertoe doet als hij in de laatste minuut van een wedstrijd op het EK met de bal aan de voet op het vijandelijke doel afloopt, bij een 0-0 stand, of aan zijn aanloop begint van een strafschop die beslist over uitschakeling of plaatsing voor de volgende ronde.

Op een onverwachte plek, De Groene Amsterdammer, stond deze week een aanbevelenswaardig stuk van Simon Kuper waarin het leven van topvoetballers nauwkeurig en met veel kennis van zaken wordt geanalyseerd. Kuper bekeek de beroepsgroep, de absolute top, van afstand, als een antropoloog, ‘alsof ze een stam waren op een eiland in de Stille Oceaan’.

De kop, ‘Het contact met de wereld verloren’, is ook de samenvatting. Voetballers hebben zich noodgedwongen teruggetrokken op een eigen eiland waar alleen een paar vertrouwelingen welkom zijn. Ze groeien op buiten de maatschappij, kunnen door de uitvinding van smartphones in het openbaar geen kant meer op en moeten het hoofd bieden aan bijna onmenselijke psychologische eisen.

Kuper: ‘Voor elke wedstrijd op dit EK zal er in kleedkamertoiletten worden overgegeven’. Over de druk die de media opleggen schrijft Kuper alleen terloops, maar reken er maar op dat de komende weken de toon ronduit agressief en hysterisch zal worden als Oranje er niet veel van bakt en dat namens het volk zal worden geëist dat er koppen gaan rollen.

In dat klimaat zou ik ook geneigd zijn om achter gesloten deuren een moppie minimalisme en ambientpop te spelen van Ludovico Einaudi, zoals Stefan de Vrij doet. In het overzicht van zijn hulptroepen kwam ook Bouke de Boer aan het woord, zijn mental coach.

De Boer vertelde dat hij een paar nuttige leestips van De Vrij had gekregen, boeken van Deepak Chopra en Eckhart Tolle. Dat zijn twee ‘leraren’ uit respectievelijk India en Duitsland op het gebied van spiritualiteit. Ook dat stemt tot nadenken, maar nu eerst Oekraïne.

Meer over