Recht is recht en krom is krom

De carrière van Winston Bogarde, oud-voetballer van Ajax, Barcelona en Chelsea, lijkt in stilte te eindigen. Maar de eigenzinnige Rotterdammer heeft de hoop op een nieuwe club nog niet opgegeven....

De regen komt met bakken uit de hemel en windkracht acht regeert als eind 1990 het tweede elftal van Sparta een training afwerkt. Langs de lijn kijkt urenlang een donkere jongen toe.

Door de regen is hij nat tot op het bot, maar dat deert hem niet. Hij wil maar één ding: voetballen in het eerste elftal van Sparta en zodoende het ongelijk bewijzen van zijn vorige club die geen volwaardige eerste-elftalspeler in hem zag.

De jongen langs het veld is Winston Bogarde.

September 2004. Jong Ajax traint op De Toekomst. De geblesseerde John O'Brien sukkelt wat meters over het veld en de trainers John van den Brom en Fred Grim delen pionnen en hesjes uit als een grote, kale vent met een plukkerig baardje het veld oploopt. Hij is een paar kilootjes te zwaar, maar de supporters herkennen hem onmiddellijk.

Wat is er in veertien jaar gebeurd met de imposante linkerverdediger die met Ajax de Champions League en de wereldbeker won, bij AC Milan overhoop lag met de trainer, opfleurde bij Barcelona, maar wegkwijnde bij Chelsea en zijn conditie bij Ajax op peil hield, zoekend naar een nieuwe club?

Voormalige medespelers schetsen zijn karakter als een mix van impulsiviteit, eigenzinnigheid en een natuurlijke aversie tegen autoriteiten. De Rotterdammer was de glamourboy met het blinkende goud om hals en vingers, maar ook de eerlijke werker die de mensen koestert die hij kan vertrouwen.

Henk van Stee merkt hem destijds op in de stromende regen langs het trainingsveld van Sparta. De toenmalige assistent-trainer was verbaasd dat iemand het barre weer trotseerde. 'Winston stond er. Hij voelde zich niet op zijn gemak bij SVV en had er alles voor over om bij ons mee te kunnen trainen. Die kans heeft hij gekregen én benut.'

Bogarde etaleerde een gretigheid die Van Stee zelden eerder zag. 'Elke wedstrijd wilde hij winnen, zo fanatiek was hij. Ik heb ooit een trainingspartijtje afgefloten dat al een kwartier gelijk stond. Winston was des duivels. Gelijke spelen mochten volgens hem niet voorkomen.'

Mike Snoei, die in het eerste elftal van Sparta twee seizoenen met Bogarde speelde - Snoei als middenvelder, Bogarde als linksbuiten - herinnert hem vooral als een 'krachtmens'.

Snoei: 'Hij was een mannetjesputter, net als ik. Tijdens de training kon hij geweldige schoppen uitdelen, maar als hij ze net zo hard terugkreeg, vond hij dat geen probleem. In incasseren was hij minstens zo goed.' Van Stee: 'Bogarde eiste het maximale van zichzelf, maar ook van anderen.'

Buiten het veld stelde Bogarde zich volgens zijn ex-medespelers op als een eigenzinnige jongen. 'Een aparte gozer, geen allemansvriend', aldus Snoei. 'Hij was met bepaalde jongens heel close, niet alleen met donkere jongens. Met Henk van Stee had hij een goede band.'

Bogarde, die als jongste opgroeide in een gezin van dertien kinderen, heeft altijd voor zichzelf op moeten komen. 'Mijn jeugd is getekend door strijd. Altijd moest ik mezelf bewijzen, mijn eigen plekje veroveren', zei hij in een interview met voetbalmaandblad Johan.

Over één ding is iedereen het eens: Bogarde staat achter zijn mening. Recht is recht en krom is krom. Van Stee: 'En als iets hem niet aanstaat, gaat hij er tegenin. Als je last van iemand hebt, kun je twee dingen doen. Of je zegt: ik ben niet van je gediend, óf je zegt sodemieter op. Winston koos, zeker vroeger, voor het laatste.'

Toenmalig reservedoelman Fred Grim herinnert zich een uitwedstrijd tegen Sparta, waarin Ajax moeizaam 3-3 gelijk speelt. De spelers wilden de bus instappen toen Sparta-fans Bogarde belaagden. Grim: 'Volgens mij ging het over de overstap die hij naar Ajax had gemaakt. Dat vonden ze niet kunnen, een Spartaan in Amsterdam.' Bogarde wilde de fans te lijf gaan, maar kon nog nét door teamgenoten worden ontzet.

Bij de Schiedamse Voetbal Vereniging weten ze nog alles van de relatie tussen Bogarde en trainer Dick Advocaat. Toenmalig secretaris Jaap Eijkenbroek refereert aan een uitwedstrijd tegen Heracles, waarin Bogarde twee keer scoorde. 'Dus dacht hij de volgende keer in de basis te beginnen. Toen Advocaat voor iemand anders koos, was het oorlog.'

'Dit is de eerste prijs! Dit is de eerste! Door het dolle heen uit Winston Bogarde zijn vreugde over het winnen van de Super Cup. Het is 16 augustus 1995 en Ajax verslaat in de Kuip Feyenoord met 2-1. Trots torst Bogarde de verworven trofee, samen met zijn vrienden Kluivert en Reiziger.

Na twee goede seizoenen bij Sparta haalt Louis van Gaal Bogarde naar Amsterdam. Net op tijd, want de Rotterdammer staat op het punt een contract te tekenen bij MSV Duisburg, waar hij naar eigen zeggen een flink salaris kan verdienen.

Bij Ajax wordt de linksbuiten omgeschoold tot linksback. 'Bogie', zoals hij in de kleedkamer wordt genoemd, overleeft de concurrentiestrijd. Hij heeft baat bij zijn snelheid en zijn brede postuur. Hij verovert met Ajax twee landstitels, de Champions League en de wereldbeker.

Volgens Grim was Bogarde een 'goede jongen' om erbij te hebben. 'Problemen veroorzaakte hij niet. We hadden midden jaren negentig een hechte groep, met onder anderen Nigerianen, een Fin en een Rotterdammer. Het ging met iedereen goed.'

In de zomer van '97 maakt Bogarde met Kluivert en Reiziger de overstap naar AC Milan, de sterrenbrigade die door Ajax twee jaar eerder was verslagen in de finale van de Champions League. De omstandigheden in Italië plezieren Bogarde, maar met trainer Capello botert het niet. Al vóór de eerste wedstrijd van het seizoen, tegen Piacenza, krijgt hij een aanvaring met de autoritaire trainer.

Capello stelt de licht geblesseerde Bogarde niet op, waarop de gepikeerde speler verhaal gaat halen bij de trainer. Die is daar niet van gediend. 'Ik hoef niet uit te leggen wie ik wel en niet opstel', luidt Capello's repliek, aldus Bogarde op zijn website Icons.com.

De gekrenkte verdediger verhuist naar Barcelona, waar hij wordt herenigd met Van Gaal, de oefenmeester die hem naar eigen zeggen zo 'lekker hard heeft leren trainen'. Goede seizoenen worden afgesloten door het rampjaar 2000. Bogardes moeder, zijn steun en toeverlaat, overlijdt op 65-jarige leeftijd. In Johan: 'Ik had mijn moeder beloofd dat ik haar naar Suriname zou brengen en daar een huis voor haar zou laten bouwen.'

Bogarde tekent in de zomer van 2000 een driejarig contract bij Chelsea. Zijn start in Londen is veelbelovend, maar opnieuw gooit een (knie-)blessure roet in het eten. Als Bogarde na maanden is hersteld, wil trainer Ranieri geen beroep meer op hem doen. En het wordt alleen maar erger. De best verdienende speler - naar verluidt ontvangt hij 60 duizend euro per week - raakt zijn rugnummer kwijt en moet zelfs meetrainen met de jeugd.

Hij zoekt zijn heil bij Ajax, waar oud-spelers volgens een ongeschreven huisregel hun conditie op peil mogen houden als ze tijdelijk zonder club zitten. Interviews geeft hij niet, zolang hij nog geen nieuwe werkgever heeft gevonden, zegt hij in september in de dug-out. Hij straalt rust uit.

Op zijn website schrijft hij een paar dagen later dat verschillende clubs zich bij hem hebben gemeld voor een transfer, maar dat hij niet in de kelder van de eredivisie wil voetballen. 'Het gevoel moet goed zijn.'

Medio november stopt de 34-jarige Bogarde met trainen bij Ajax. Op zijn website schrijft hij zelfs 'te overwegen met pensioen te zullen gaan'. Het geloof in voortzetting van zijn voetballoopbaan is er nog wel, denkt hij, wellicht tegen beter weten in.

Van Stee denkt niet dat Bogarde spijt heeft van de keuzes die hij heeft gemaakt. 'Zoals hij altijd achter zijn mening stond, staat hij nu achter zijn beslissingen, of ze nu goed of fout zijn uitgepakt.'

Voormalig medespeler Virgil Breetveld: 'Wat hij ook allemaal over zich heen heeft gekregen, hoe hij ook is afgeschilderd: Winston heeft zichzelf naar de top geknokt. Dat is te prijzen, want van de honderd jongens zoals hij vallen er 99 af.'

Meer over