ProfielCarel Godin de Beaufort

‘Racende jonkheer’ Carel Godin de Beaufort, een reus in zijn Porsche

Carel Godin de Beaufort, netjes gekleed voor de Elegance, showt trots een raceauto aan een groep kinderen. Op de achtergrond het kasteel. Beeld Klaas Jan van der Weij
Carel Godin de Beaufort, netjes gekleed voor de Elegance, showt trots een raceauto aan een groep kinderen. Op de achtergrond het kasteel.Beeld Klaas Jan van der Weij

Max Verstappen doet dit seizoen opnieuw een poging als eerste Nederlander wereldkampioen te worden in de Formule 1. Hij is niet de eerste met die droom. Het begon zes decennia geleden met Carel Godin de Beaufort, de ‘racende jonkheer’ in een Porsche.

In het koetshuis van haar familielandgoed wijst Cornelie Petter-Godin de Beaufort naar de plek waar een golfkar staat. ‘Daar stond zijn auto altijd’, zegt ze, doelend op de feloranje Porsche 718 waarin haar opvallende broer ruim zestig jaar geleden de meeste van zijn 28 GP’s startte. Carel Godin de Beaufort, bijna 2 meter lang en ruim 100 kilo zwaar, was meer dan drie decennia de beste Nederlander in de Formule 1.

Aan de muur hangt een zwart-witfoto van de auto. Op de achtergrond is het kasteel van Maarsbergen te zien waar Godin de Beaufort werd geboren en getogen en zijn 89-jarige zus nog altijd woont. Het perfect onderhouden landgoed, aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug, ziet er nog net zo uit als toen. Er ontgaat de kasteelvrouw weinig. Bij het verlaten van het kasteel staat ze even stil op de loopbrug om zich te ergeren aan een verdwaalde tak in de slotgracht.

Ze is bij de tijd. Op haar bureau ligt een smartphone en, ja, ze kent Max Verstappen. ‘Maar niet persoonlijk.’ Zijn races volgt ze niet. Ze krijgt soms wat mee via samenvattingen in journaals in Zwitserland, waar ze vaak verblijft. Maar haar F1-tijd eindigde met de laatste race van haar broer, die in 1964 op 30-jarige leeftijd overleed aan de gevolgen van een raceongeluk. Voor haar liggen A4'tjes met zijn resultaten als geheugensteun. ‘Het is allemaal zo ver weg en ik ben oeroud’, grapt ze. ‘Daarnaast wordt het dun met oude vrienden, dus je praat er niet zo vaak meer over.’

De gentleman drivers

Het zijn vooral de oudere neven en nichten die nog herinneringen hebben aan ‘oom Carel’, zegt ze. De jongere generaties kunnen in een kasteelkamer leren over zijn avonturen in een sport die werd gevormd door een hechte groep coureurs die wisten dat elke race de laatste kon zijn. Daar is een eerbetoon voor hem ingericht, tussen de harnassen en jachtgeweren. Zijn foto staat prominent op een bureau. Daarachter staan vuistdikke plakboeken van zijn loopbaan die een vriendin van de familie heeft bijgehouden. Elke pagina staat vol krantenknipsels, programmaboekjes en foto’s.

Het leven van de coureur was allesbehalve saai. Hij reisde vanuit Maarsbergen de wereld over als een van de laatste echte gentleman drivers in de Formule 1; coureurs van gegoede komaf – Godin de Beaufort was van adel – die hun eigen auto’s meebrachten en vooral genoten van het racen en leven in de toen losjes georganiseerde klasse.

Stirling Moss wint Cape GP in 1960 in Kaapstad. De race telde niet mee voor het F1-kampioenschap. Vijftig jaar geleden werden vaker dit soort races gereden. Beeld Klaas Jan van der Weij
Stirling Moss wint Cape GP in 1960 in Kaapstad. De race telde niet mee voor het F1-kampioenschap. Vijftig jaar geleden werden vaker dit soort races gereden.Beeld Klaas Jan van der Weij

Zo was Godin de Beaufort oprichter, teambaas en coureur van zijn Ecurie Maarsbergen. Voor GP’s rolde hij zijn auto uit het koetshuis de trailer op achter zijn Chevrolet Impala, voorzien van een Venezolaans nummerbord om de kosten van de wegenbelasting te besparen. Want ook in de beginjaren was de Formule 1 peperduur. Zelfs voor ‘de racende jonkheer’.

Hoewel zus Cornelie benadrukt dat veel verhalen een eigen leven zijn gaan leiden. Zoals de geschiedenis dat haar broer profiteerde van gratis benzine op circuits door zijn auto vol jerrycans te laden. ‘Hij had gewoon een overeenkomst met BP’, corrigeert ze. En nee, hij hoefde echt niet alles zelf te doen. Zo ging na iedere race ging zijn auto naar de Porsche-fabriek in Zuffenhausen. ‘Daar werd hij klaargemaakt voor de volgende wedstrijd, want ieder circuit had weer andere lengtes en kenmerken.’

Mille Miglia

Ze vergezelde haar broer bij veel races. In eerste instantie op verzoek van haar moeder. ‘Communicatie was in die tijd nauwelijks mogelijk’, legt ze uit. ‘Dus als er iets zou gebeuren met Carel, was er niemand bij en kon dus ook niemand komen. Dat was voor haar de overweging om iemand mee te sturen.’

Haar eerste race was de beruchte Mille Miglia in 1957, de langeafstandsrace in Italië die na dat jaar nooit meer werd verreden vanwege de crash van Ferrari-coureur De Portago. Hij verongelukte en nam zijn navigator en negen toeschouwers mee de dood in.

Het schrikte Godin de Beaufort niet af om drie maanden later in Duitsland zijn Formule 1-debuut te maken. Zijn zus voelde zich snel op haar gemak. Ze deed de tijdwaarneming, maakte de pit in orde en nam de correspondentie in het Frans met racefederatie FIA voor haar rekening.

De Formule 1 in die jaren omschrijft ze als ‘heel vriendschappelijk’. Cornelie Petter-Godin de Beaufort: ‘Het was een grote vriendenclub. Iedereen hielp elkaar.’ Daarbij kwam dat haar broer overal hartelijk werd ontvangen. Hij viel op door zijn lengte van bijna 2 meter in een wereld die werd gedomineerd door kleine mannen.

Voor races propte hij zich in zijn cockpit. Om zijn voeten (maat 48) was geen ruimte meer voor schoenen, waardoor hij op sokken reed. Brandwerende tape beschermde zijn huid enigszins tegen de hitte van de motor. Het nam niet weg dat Godin de Beaufort uren na een GP nog op sloffen liep.

Godin de Beaufort poseert voor een reportage in Panorama. Op de achtergrond de Porsche. Beeld Klaas Jan van der Weij
Godin de Beaufort poseert voor een reportage in Panorama. Op de achtergrond de Porsche.Beeld Klaas Jan van der Weij

Feest op het landgoed

Dankzij zijn Britse gevoel voor humor en voorliefde voor ‘stoute grappen’, zoals zijn zus het noemt – in zijn diensttijd haalde hij eens een snelheidsbegrenzer van een tank – kon hij het goed vinden met Engelse race-iconen als Jim Clark, Graham Hill en Stirling Moss. Zij waren ook steevast aanwezig op de befaamde feesten op landgoed Maarsbergen, voorafgaand aan de GP op Zandvoort.

‘Hollanders zijn over het algemeen natuurlijk een beetje zuinig’, zegt Cornelie lachend over de ontvangsten. ‘Als wij in Frankrijk of Engeland waren, werden we ontzettend gastvrij ontvangen. Er was altijd wel iets georganiseerd voor de deelnemers, behalve hier in Nederland. Dus hebben wij het eens gedaan en dat werd een beetje een traditie vanaf het eerste jaar dat Carel internationaal reed.’

Godin de Beaufort verdiende ook respect bij zijn collega’s vanwege zijn stuurkunsten. Als jonge coureur oefende hij veel op Zandvoort, om geregeld van de baan gestuurd te worden omdat hij te druistig reed. Gestaag schaafde hij die ruwe randjes eraf.

Eenmaal in de Formule 1 was hij een bedachtzame, nette coureur. Het leverde hem de bijnaam ‘Veilige Careltje’ op, en ook succes. Zo startte hij in 1962 op Zandvoort als veertiende. Hij finishte als zesde en scoorde als eerste Nederlander een WK-punt, nadat hij koeltjes bleef doorrijden toen meer dan de helft van het veld was uitgevallen.

Te zwaar voor de F1

In de buurt van GP-zeges kwam hij nooit. Daarvoor miste hij de steun van een fabrieksteam en werd hij tegengewerkt door zijn postuur. Hij woog steevast tussen de 100 en 120 kilo. Met hulp van judolegende Anton Geesink en een streng dieet poogde hij begin jaren 60 rigoureus af te vallen, want zijn overtollige kilo’s kostten hem naar eigen zeggen zo’n 1,5 seconde per ronde. Hij kwam tot 87 kilo, waarna hij last kreeg van duizelingen en terugkeerde naar zijn oude gewicht.

Zo af en toe waren er glimpen waaruit bleek dat hij niet onderdeed voor de besten. Bijvoorbeeld toen Stirling Moss – ruim 30 centimeter kleiner en 30 kilo lichter – in 1959 op Zandvoort voor de lol een paar rondjes reed in de auto van de Nederlander. Godin de Beaufort was een halve seconde sneller dan Moss, volgens velen de beste F1-coureur die nooit wereldkampioen werd.

Cornelie herinnert zich nog goed dat ze drie jaar later met haar broer Moss bezocht in een Londens ziekenhuis, toen die door een crash een maand in coma lag. Het bleek het einde van Moss’ F1-loopbaan.

Haar broer wist door dergelijke ervaringen als geen ander dat een stuurfout het einde kon betekenen. Petter-Godin de Beaufort: ‘Van de vijftien coureurs met wie we in 1957 voor de Mille Migilia in Brescia dineerden, waren er aan het einde van Carels carrière nog twee of drie over. Het was een gevaarlijke sport en dat wist Carel.’

Veiligheidsregels waren er nauwelijks. Circuits waren soms meer dan twintig kilometer lang en liepen grotendeels over openbare wegen, met aan weerszijden vaak bomen of houten palen. Technologie om coureurs veilig te houden, was er amper. ‘We hebben weleens brandwerende stof laten komen, maar dat was zo stijf. Daar was niet in te bewegen’, zegt Cornelie. Auto’s waren niet zelden prototypen die vooral snel moesten gaan, maar het ook op ieder moment konden begeven.

Godin de Beaufort startte ook de race die nog altijd de zwartste bladzijde in de F1 is: de GP op Monza in 1961. De Duitser Wolfgang von Trips vloog met zijn Ferrari het publiek in. Naast de coureur kwamen er vijftien toeschouwers om het leven. De race werd na het ongeluk ‘gewoon’ uitgereden. Godin de Beaufort – een goede vriend van Von Trips – finishte als zevende.

Het drama op Monza greep hem aan, zegt zus Cornelie. ‘Hij is nog met mijn moeder naar de uitvaart van Von Trips geweest en zei tegen haar: als ik begraven word, wil ik het ook op deze manier.’

Fatale dag in 1964

In de jaren dat hij in de Formule 1 reed, tussen 1958 en 1964, verongelukten er negen coureurs. Godin de Beaufort werd op 2 augustus 1964 de tiende. In een kwalificatieronde voor de GP van Duitsland op de Nürburgring vloog hij uit de bocht. Hij knalde vol op een boom. Een dag later bezweek hij in het ziekenhuis in Keulen, op 30-jarige leeftijd.

Zijn zus was in Zuid-Frankrijk, omdat Godin de Beaufort bij races in Duitsland altijd directe ondersteuning van Porsche kreeg. Ze las het bericht over het ongeluk twee dagen later, op maandag, in L’Equipe.

Ze rende naar een telefoonhokje in een postkantoor om contact te krijgen met het landgoed. ‘Maarsbergen was voortdurend in gesprek. Ik denk dat ik er een half uur heb gestaan, waarna ik heb gezegd dat ze de verbinding moesten doorbreken. Dat gebeurde en toen hoorde ik het.’

De uitvaart vond een paar dagen later plaats op het landgoed. Tal van coureurs, onder wie tweevoudig wereldkampioen Graham Hill, liepen mee in de rouwstoet.

Cornelie Petter-Godin de Beaufort met een van de plakboeken over haar broer. Beeld Klaas Jan van der Weij
Cornelie Petter-Godin de Beaufort met een van de plakboeken over haar broer.Beeld Klaas Jan van der Weij

Laatste echte amateur

Ondanks het treurige einde van het leven van haar broer denkt Cornelie trots terug aan hem. Hij wordt geregeld de laatste ‘echte’ amateur in de F1 genoemd. Coureurs als Godin de Beaufort verdwenen, omdat de fabrieksteams dominanter werden en de sport rap professionaliseerde. Hij ondervond het aan den lijve toen hij 1963 werd geweigerd bij de GP van Frankrijk, omdat de raceleiding zijn auto te oud vond.

Toch duurde het nog tot 1994 voordat Godin de Beaufort door Jos Verstappen werd overtroffen als Nederlander met meeste WK-punten. ‘Dus het is best knap hoe hij het allemaal georganiseerd heeft. Op een schoen en een slof’, zegt zijn zus.

Daarnaast reed er nooit een Nederlander vaker de Nederlandse GP dan Godin de Beaufort (zeven keer). ‘Nog niet’, voegt Cornelie daar wel snel aan toe. Dit jaar staat de GP op Zandvoort voor het eerst sinds 1985 weer op de kalender, met Max Verstappen aan de start.

Het succes van Verstappen leidde tot de terugkeer van de race. Petter-Godin de Beaufort denkt dat haar broer het ‘heel geweldig’ had gevonden om te zien dat een landgenoot is uitgegroeid tot een mondiale Formule 1-ster en misschien wel ooit wereldkampioen wordt.

Ze noemt Verstappen een groot talent. ‘Maar wat ik vooral bijzonder vind, is dat de Formule 1 door hem opeens kijkt naar een Nederlander. De racewereld was nooit zo geïnteresseerd in Nederlanders. Niet in Carels tijd, maar daarna ook niet. Dat heeft hij kunnen veranderen en ik denk dat Carel dat heel leuk had gevonden.’

CV

Naam: Jonkheer Karel Pieter Antoni Jan Hubertus (Carel) Godin de Beaufort

Geboren: 10-4-1934 in Maarsbergen

Overleden: 2-8-1964 in Keulen

Formule 1-debuut: 1957

Aantal races (aantal starts): 31 (28)

WK-punten: 4

Beste prestaties: vier keer zesde (GP’s Nederland en Frankrijk in 1962, GP’s België en VS in 1963)

Meer over