Presteren met 't pistool op de slaap

`Wij zijn langzame witte jongens, we moeten veel trainen', zegt - de donkere - Troy Douglas zaterdag tijdens de eerste estafettetraining....

Hij is op zoek naar atleten die in dat volle stadion boven zichzelf uitstijgen. `Je moet kunnen presteren onder zware druk, met het pistool op je slaap.'

Zoals Troy Douglas, 41 jaren oud, maar volgens de gegevens van het musclelab nog steeds in het bezit van hoge testwaarden. Scherp in de training, scherp tijdens de wedstrijden. `Troy maakt van elke test óók een wedstrijd.'

Zie hoe de ervaren atleet zaterdag jonge honden als Maarten Heisen over de baan jaagt. `Hier met die stick.'

Als Douglas het stokje even later niet goed aanreikt aan Patrick van Balkom, schopt hij de aluminium buis als een getergde Edgar Davids het gras in.

Waarna even later toch weer die aanstekelijke lach op zijn gelaat doorbreekt. `Hé Pat, het was mijn fout, hoor.' Coach Thunnissen bekijkt het tafereel met een glimlach; ook dit valt onder het hoofdstuk teambuilding.

Douglas is zonder discussie de captain van de Holland-I, het team dat bestaat uit startloper Timothy Beck, Van Balkom, Caimin Douglas en reserve Guus Hoogmoed.

Dan is er nog een Holland-II, met mannen als Ungerer, Rowdy Middelkoop, Maarten Heisen en Pally de Leuw. Verlooy: `De estafette leeft in Nederland.'

Douglas en zijn maten werden tijdens het recente sportgala sportploeg van het jaar, wegens de verrassende vierde plaats tijdens de WK in Parijs. Omdat de Britten gediskwalificeerd werden na het dopinggebruik van Dwain Chambers werd het zelfs een bronzen stek.

Van Balkom: `De bijbehorende medaille hebben we nog niet gehad, die krijgen we ook niet zolang Chambers nog in hoger beroep kan tegen zijn schorsing. Raar genoeg hebben we van de IAAF wel het geld gekregen dat bij de derde plaats hoort.'

Het estafetteteam heeft elke week een gezamenlijke training, de wissels moeten naadloos in elkaar over lopen. Hoe hoger de wisselwinst, de eindtijd minus de beste individuele tijden van de lopers, hoe groter de kansen op een goed resultaat.

Ter vergelijking: de Amerikaanse wereldkampioenen scoorden tijdens de WK in Parijs een wisselwinst van slechts 2,12 seconden, `Oranje' was goed voor 2,8.

Dat de Amerikanen toch ruim wonnen, heeft alles te maken met hun individuele snelheid. Ze hebben persoonlijke records van 9,9 achter hun naam staan, de Nederlanders blijven daar ver bij achter.

Thunnissen: `We zijn kampioen wisselen. Als we de winst naar de drie seconden kunnen brengen, dan doen we straks in Athene opnieuw mee. Als we de snelheid maar in dat stokje houden.'

Niet dat het Nederlandse viertal de Amerikanen of Britten dan kan bedreigen (`die lopen onder de 38 seconden, wij zouden in optimale omstandigheden naar de 38,30 kunnen'), maar een `mooie finaleplaats' behoort tot de mogelijkheden.

De Amerikaanse sprinters trainen nauwelijks op de estafette. Zij gaan pas oefenen in de dagen voor een groot kampioenschap. Nederland traint veel meer, vanaf donderdag volgt zelfs een gezamenlijke trainingsstage in de VS.

De donkere Douglas blijkt volledig geïntegreerd in de Nederlandse samenleving als hij zegt: `De Amerikanen hoeven niet veel te trainen, maar wij, witte jongens, zullen steeds opnieuw dat stokje in de training moeten doorgeven.'

Wellicht dat straks in Athene wat meer respect voor de Nederlanders bestaat. Want in Parijs werd in de callroom, voorafgaande aan de wedstrijden, nog luidkeels geroepen wat die `fucking orange boys hier in hemelsnaam deden'.

Wedstrijden worden vaak al in die ruimte, waar de atleten wachten op een oproep voor hun race, beslecht. De Amerikanen zijn sterk in deze psychologische oorlogsvoering. Ze priemden in Parijs, zegt Douglas, met hun vingers naar hun geïntimideerde tegenstanders: `We're gonna beat you, you ánd you.'

Douglas, meestal toch niet op zijn mondje gevallen, was stil in Parijs: `Shit man, ik ga daar niks roepen, het was mijn eerste WK met een estafetteploeg!'

Meer over