Poolse atletiekgrootheid maakt van schoolsport haar levenswerk

Irena Szewinska is tweede in rang van de Poolse delegatie bij de dertiende Europese Sport Conferentie in Amsterdam. De 51-jarige vice-voorzitter van het nationaal Olympisch comité werd wereldberoemd als de eerste atlete die de vijftig-secondengrens op de 400 meter doorbrak....

De ooit snelste vrouw ter wereld houdt zich tegenwoordig bezig met de langzaam malende molens van de sportpolitiek. Irena Szewinska ('I was born to run') heeft er geen moeite mee. Haar leven is sport; op de baan of op het pluche, het is haar om het even.

In één adem somt de rijzige Poolse (1.79 m) haar banen op. Szewinska is voorzitter van de Poolse atletiekbond en heeft een functie bij de EAA, de Europese atletiekfederatie. Ze was actief in Vrouwen en Sport. Ze is vice-voorzitter van het Pools Olympisch comité, zit de vereniging van Olympiërs voor in haar eigen land en is tweede president van de internationale club van Olympische veteranen.

'De World Olympians Association is sinds 1995 verbonden aan het Internationaal Olympisch Comité.' Die zin brengt haar bij de werkelijke grote bobo-baan die voor Szewinska in het verschiet ligt. 'Mijn land heeft me kandidaat gesteld voor het lidmaatschap van het IOC. De Poolse positie is sinds kort vacant. In Nagano, voorafgaand aan de Winterspelen, moet ik gekozen worden.'

In Amsterdam, bij de dertiende ESC ('mijn vierde') brak Szewinska gisteren een lans voor de schoolsport. Het was haar antwoord op de vraag hoe de jeugd toch met de sport verbonden kan blijven. 'Ik was zelf een goed voorbeeld. Het heeft tot in totaal zeven Olympische medailles geleid.

'Op school kwam ik in contact met atletiek en na mijn schooltijd is mijn wedstrijdcarrière begonnen. De huidige Poolse overheid heeft het vizier weer op de scholen gericht. Sinds twee jaar zijn er georganiseerde sportclubs op de scholen. Ouders organiseren dat. De landelijke overheid stelt het materiaal beschikbaar: hordes, startblokken. Het is een groot succes. Er zijn al meer dan duizend clubs.'

Het meisje Irena Kirszenstein, in 1946 in Leningrad geboren, maakte na haar schooltijd een bliksemcarrière. Het waren de gouden jaren van de Poolse sport, de jaren dat het land altijd bij de Top-10 van het medailleklassement vertoefde.

'In 1964 ging ik als 18-jarig meisje naar de Olympische Spelen in Tokyo. Ik won er twee zilveren medailles, op de 200 meter en bij het verspringen, en één gouden medaille, op de 4 x 100 meter estafette. Van een onbekend kind was ik een nationale bekendheid geworden. Daar had ik het na terugkeer moeilijk mee. Iedereen klampte me aan op straat. Later heb ik van die bekendheid wel gebruik gemaakt.'

Het toernooi in Japan bracht het beste in Kirszenstein boven. 'Ik presteerde ver boven mijn niveau. Mijn kracht zat niet alleen in mijn lange benen of in mijn soepele stijl, het was vooral mijn vermogen om op mijn wedstrijden te concentreren. Later zijn ze dat mentale kracht gaan noemen.

'In de aanloop naar Atlanta hadden we vorig jaar een seminar in Polen over mentale voorbereiding. Wat daar door een Amerikaanse professor werd verteld, herkende ik voor zeker 95 procent. Ik had in mijn tijd intuïtief hetzelfde gedaan.'

In 1968 liep ze op de Spelen van Mexico naar goud en het wereldrecord op de 200 meter (22,5). Twee jaar eerder was ze, met 11,1, even in bezit geweest van de toptijd op de 100 meter, de afstand die zij nooit echt de hare mocht noemen. In '69 stopte Szewinska. 'Ik ben altijd van plan geweest terug te keren. Ik wilde zoals eigenlijk elke vrouw van die leeftijd, een kind.

'Dat ene jaar rust heeft me heel goed gedaan. Mijn carrière heeft daarom van 1961 tot 1980 kunnen duren. Want het waren eigenlijk twee loopbanen. Ik hervond mijn motivatie en ik keerde sterker terug. Al die kleine blessures die bij topsport horen, waren verdwenen. Zwangerschap maakt de vrouw sterker.'

Szewinska bokste na haar terugkeer op tegen de bionische vrouw uit de DDR, Renate Stecher. 'Op de Spelen van München was zij te sterk, maar ik heb mijn revanche gehaald in 1974 in Potsdam, op een Olympia Tag. Ik won de 200 meter in 22,21, een wereldrecord. Zo goed was ik nog nooit geweest.'

In datzelfde jaar doorbrak de Poolse als eerste de vijftig-secondengrens op de 400 meter. Die afstand leek voor haar geschapen. Bij de Spelen van Montreal won Szewinska haar derde gouden medaille, op de 400 meter. 'De tijd was 49,29, bij een latere berekening bijgesteld tot 49,28, een lang onaantastbaar wereldrecord. Het voelde alsof al mijn dromen waren uitgekomen.'

In 1980 stopte ze, nadat de Spelen van Moskou door een opspelende achillespees een kwelling waren geworden. Als sportbestuurder is ze terug aan het front, maar Szewinska is een echte Oost-Europese. Ze wenst de doping-records van haar voormalige concurrentes niet te verwensen en van pure politiek wil ze ook niet weten.

Als topsporter moest je in het voormalige Oostblok de juiste partij kiezen; pijlsnel en aalglad gingen hand in hand.

Meer over