Pirmin Blaak: 'ik wil laten zien dat ik de beste ben'

Te lang was hij reserve bij het Nederlandse hockeyteam, tot eerste doelman Jaap Stockmann bedankte. Nu kan de keeper van Oranje Rood ook de scepsis van vader Job weerleggen. 'Hockeyers zijn geen watjes.'

Pirmin Blaak: 'Ik ben lang genoeg tweede keeper geweest bij het Nederlandse team. Nu wil ik laten zien dat ik de beste ben.' Beeld Marcel Wogram
Pirmin Blaak: 'Ik ben lang genoeg tweede keeper geweest bij het Nederlandse team. Nu wil ik laten zien dat ik de beste ben.'Beeld Marcel Wogram

Pirmin Blaak werd al gefeliciteerd met zijn status als eerste keeper van het Nederlandse hockeyteam. 'Vind ik moeilijk, want we hebben pas een trainingsstage gedaan. Ik betreur het afscheid van Jaap Stockmann. We hadden een gezonde concurrentie en hielden elkaar scherp. Het blijft gek dat een keeper die twee jaar geleden nog tot de beste van de wereld werd verkozen er nu niet bij is. Maar ik krijg nu een kans en die ga ik pakken.'

Het was tijdens het verblijf met de Nederlandse ploeg in Kaapstad even wennen voor Oranje Rood-keeper Blaak om afwisselend het doel te verdedigen met HGC-collega Sam van der Ven. Bondscoach Max Caldas wil meerdere keepers de kans geven om de vacature van de gestopte Stockmann te vervullen. 'Ik hoorde zelfs dat ik tegen zes concurrenten moet opboksen', aldus Blaak. 'Die periode heeft Stockmann ook doorgemaakt. Ik stond altijd in zijn schaduw. Nu is er geen schaduw meer.'

Twee keer ging Blaak als reserve mee naar de Spelen. In 2012 in Londen verbleef hij met Bloemendaal-verdediger Tim Jenniskens buiten het olympisch dorp. 'Dan denk je: ben ik nou wel of geen onderdeel van de ploeg? Toch gaven jongens als Floris Evers en Roderik Weusthof ons echt het gevoel dat we erbij hoorden.

'Toen we na de Spelen van Londen op bezoek waren bij koningin Beatrix, vroeg Robbert Kemperman waarom ik mijn medaille niet bij me had. Ik zei: die heb ik niet. We hadden zo'n hechte groep, niemand realiseerde zich dat de reserves geen olympische medaille ontvingen.'

Bij de Spelen van Rio, waar de hockeyers een afgang beleefden met een vierde plaats, voelde de 28-jarige Blaak zich juist minder betrokken. 'Ik heb het aangegeven bij de evaluatie. Het was een bewuste keuze van het management dat we iets verder van de groep stonden. Constantijn Jonker en ik vormden een team buiten het team en hadden een eigen villa in Rio. Ik had graag dichter bij de selectie willen zitten, in Rio voelde je dat je reserve was.'

Telde de selectie niet teveel lifestyle sporters, die zichzelf niet konden pijnigen? Als ex-waterpoloër oordeelde vader Job Blaak 'keihard' over de hockeywereld, zegt zoon Pirmin. 'Hij noemt ons watjes, mentaal slap. Mijn vader vindt dat we op clubniveau amateurs zijn. Toch heeft hij ongelijk. Ik durf mezelf echt wel pijn te doen. Voor het WK in 2014 was krachttraining bijna onbespreekbaar, met Max Caldas als bondscoach zit ook ik standaard in de fitnesszaal. En dan ga ik echt tot het gaatje.'

Toch kan er professioneler worden gewerkt bij de Nederlandse ploeg, zegt Blaak. 'Waarom wordt er niet vaker geëvalueerd? Wat leeft er in de groep? Vaak wordt vanuit de staf gezegd: jullie moeten maar naar ons toekomen. Ik ga niet bij de coach op zijn deur kloppen, voel ik me een kontenlikker.

'Max was altijd een vaderfiguur voor ons. Toen ik in India ziek werd, liet hij me terugbrengen naar Nederland en belde dagelijks mijn vriendin om te horen hoe het met me ging. Het laatste jaar voor Rio heb ik hem niet zo meegemaakt. Max gaf ook toe dat hij dichter op de groep had moeten zitten, dan hadden we bepaalde zaken eerder kunnen ondervangen.'

Pirmin Blaak tijdens finaleronde van het Hockey World League, 2015 Beeld anp
Pirmin Blaak tijdens finaleronde van het Hockey World League, 2015Beeld anp

Hij is te vaak reserve geweest. Bij het WK in 2018 in India en de Spelen van Tokio in 2020 moet Blaak in het doel staan. Hij werd niet voor niets vernoemd naar een gouddelver: skiër Pirmin Zurbriggen. Blaak moest echter jarenlang opboksen tegen de ruimere ervaring van zijn naaste concurrent Stockmann.

'130 interlands Jaap, 33 voor mij. Bij mij stond er onbewust toch meer druk op als ik dan mocht keepen. En vaak ook nog tegen mindere tegenstanders. Vaak dacht ik: nu ben ik gelijkwaardig. Deed Jaap net weer iets extra's. Toch heb ik me enorm ontwikkeld. Vijf jaar geleden was ik voor mijn gevoel een waardeloze keeper.'

Vorig seizoen schrok Blaak van de felle reacties na zijn transfer van Rotterdam naar Oranje Rood, alsof hij van Feyenoord naar PSV verhuisde. 'Ik dacht dat die emoties alleen bij voetbal hoorden. De suggestie is gewekt dat ook mijn vriendin werd bedreigd. Daar was geen sprake van. Er werden in plat Rotterdams dingen geroepen. Ja, ik dacht aan mezelf. Daar ben ik ook topsporter voor. Ik was toe aan een volgende stap. Maar Rotterdam zal altijd in mijn hart blijven.'

Die overgang werd hem vooral kwalijk genomen door teamgenoot Jeroen Hertzberger. Blaak: 'Hertzberger was echt boos. Hij noemde het matennaaien. Jeroen had zijn ongenoegen niet moeten uiten in de media. Ik reageerde evenmin professioneel door terug te slaan. Nu zeg ik: die woede van Jeroen kwam voort uit zijn gedachte dat Rotterdam kwaliteit inleverde.

'Het was indirect een mooie boodschap voor mij, al dreigde die ruzie ook door te sijpelen naar de nationale ploeg. Manager Mark Theeuwisse heeft het handig opgelost door ons het gemeenschappelijke doel van de Spelen van Rio voor te houden. Jeroen is nu afgevallen voor het Nederlandse team. Maar ik weet zeker dat wij weer samen kunnen spelen, onze band is sterk genoeg.'

De pesterijen hielden niet op. Ging Blaak echt naar de boertjes uit Brabant? Paste het in een pestcultuur bij de hockeyers? 'Nee, dat is niet aan de orde', aldus Blaak. 'Als dat gesignaleerd zou zijn, had de staf ook wel ingegrepen. Natuurlijk ben ik ook door andere internationals gedold met mijn transfer. Toen we tegen Amsterdam speelden, zei Valentin Verga lachend: dat shirt van Oranje Rood staat je echt niet.'

Toch moesten de verliezers bij kaartspelletjes in de Nederlandse ploeg soms vernederende opdrachten uitvoeren. Blaak: 'Ik toepte veel, als je verliest ben je de lul. Dan moet je niet kaarten. Ik moest wel eens in mijn blote reet over het veld rennen. Die opdrachten zaten soms op het randje, maar we beseften heus dat bepaalde dingen niet konden.'

Bij de hervatting van de hockeycompetitie staat Blaak morgen met Oranje Rood opnieuw tegenover zijn oude liefde Rotterdam. Bij de nationale ploeg traint hij geregeld met Berend van Eldonk, zijn opvolger bij Rotterdam. Nu blijft het bij dollen, zegt Blaak. 'Zeggen we: bekijk het lekker zondag. Ik ben lang genoeg tweede keeper geweest bij het Nederlandse team. Nu wil ik laten zien dat ik de beste ben.'

Meer over