Pionieren onder de Tafelberg

Een klein jaar bestaat Ajax Capetown nu, maar de eerste nieuwe Benni is nog niet gesignaleerd. De technische staf onder leiding van Leo van Veen en Henk Bodewes is echter vol vertrouwen in een goede afloop....

HET IS zo'n warme, typisch Kaapse zomerdag: 's ochtends is de Tafelberg nog onzichtbaar door een dichte zeemist die in de nacht over Robbeneiland de stad is binnengeslopen. Dan komt de wind, die de hellingen en de vlakte schoon blaast, en 's middags tegen vier uur, als de under fifteens van Ajax Capetown aftrappen voor de voorwedstrijd tegen Strandfontein, is het heet in het Belville-stadion. Snoeiheet.

Leo van Veen loopt in hemdsmouwen door de catacomben. De trainer van het eerste is op zoek naar een paar grote vellen papier, voor de teambespreking van de hoofdwedstrijd, tegen de plaatselijke rivaal Mother City.

Wereldclub Ajax, zonder strategisch papier?

Dat komt, het atletiekstadion van Belville is niet het thuisveld. Ajax moet al enige tijd uitwijken wegens een verschijnsel dat de club dankzij de Amsterdamse Arena als geen ander kent: grasleed. De mat van de eigenlijke thuishaven, de Newlands-arena, is aan vervanging toe wegens intensief gebruik - de rugbyspelers van Western Province zijn er de voornaamste gebruikers.

Zo speelt Ajax tijdelijk in een stadion in een verre buitenwijk, waar vandaag ook geen persruimte of ontvangstzaal voor gasten is. Die zijn opgeëist door de evenementenhal pal achter het stadion, waar 's avonds een popconcert is. 'Het is nog een beetje zwerven en improviseren', merkt Van Veen laconiek op. 'Ik zal blij zijn als het voorbij is.'

Bijna een jaar oud is Ajax Capetown nu, en er is, om de trainer beleefd na te zeggen, nog veel werk aan de winkel. Het filiaal in Zuid-Afrika is een van de drie (naast België en Ghana) die de Amsterdamse club is begonnen om de komende jaren een instroom van jong voetbaltalent richting Arena te genereren. Ruim zeven miljoen rand, 2,5 miljoen gulden, heeft de raad van bestuur van het ambitieuze beursfonds Ajax uitgetrokken voor de innovatieve investering in Kaapstad. In ruil daarvoor is 'Amsterdam' sinds 11 januari 1999 meerderheidsaandeelhouder - 51 procent - van een voetbalclub die werd gevormd door samenvoeging van twee matige Kaapse eredivisieclubs, Capetown Spurs en Seven Stars.

De lancering van de nieuwe ploeg ging in de Zuid-Afrikaanse voetbalwereld met nogal wat fanfare gepaard. Rob Moore en John Commitis, die als ex-eigenaren van de Spurs en de Stars nu minderheidsaandeelhouders zijn, staken niet onder stoelen of banken dat zij grote verwachtingen koesterden van hun combinatie met de machtige naam Ajax.

De kersverse fusieclub zou de grote drie van Zuid-Afrika, de Johannesburgse clubs Kaizer Chiefs en Oralando Pirates en Pretoria's Mamelodi Sundowns, eens laten merken dat Kaapstad weer een woordje meespreekt. De Kaapse bluf werd al snel afgestraft: ondanks een verrassing in een vriendschappelijk toernooi - de grote Chiefs werden verslagen - maakte de ploeg een beroerde start in de competitie.

Inmiddels staat Ajax Kaapstad weer met beide benen op de grond. De eerste dip is voorbij: de laatste tijd zijn wat wedstrijden gewonnen, de middenmoot van de Premier Soccer League is bereikt, en Leo van Veen viel onlangs de eer te beurt de trofee van coach van de maand te bemachtigen.

'Het was maar een plastic gevalletje, hoor', relativeert de trainer vrolijk, na de derby tegen Mother City. Ajax heeft met 2-0 gewonnen: geen al te grote prestatie, gelet op het feit dat de tegenstander rotsvast op de laatste plaats van de ranglijst staat. Maar de wedstrijd geeft wel een aardig inzicht in de stand van zaken bij het filiaal. Twee zaken vallen op. Er is bijna geen publiek, en er wordt niet gespeeld volgens het Ajax-systeem.

'Deze ploeg leeft nog niet in Kaapstad', verklaart een toeschouwer. Dat zit zo, legt hij uit: de fans van Seven Stars en Capetown Spurs waren vooral kleurlingen van de Kaapse vlakte. Die wonen ver weg van het vanouds blanke stadsdeel waar hun nieuwe club nu speelt.

En als oude aanhang afhaakt en de nieuwe nog niet is gevonden, dan zit je met een club zonder ziel. Daar helpt ook de kersverse Ajax-hotline 0839100007 en de website www.ajaxct.com niet aan, die Touchline, het mediabedrijf van aandeelhouder Rob Moore, in het leven heeft geroepen.

H ET GEBREK aan supporters - er zitten hooguit tweehonderd betalende toeschouwers in het stadion - heeft ook voordelen. Zo hoeft Ajax zich in Kaapstad niet te schamen voor een aanhang die Zuid-Afrikaanse varianten van kankerlijer, hoerenjong of andere treurige scheldwoorden brult. Zelfs hi-ha-hondenlul is ongehoord.

De harde kern bestaat hier uit zeven jongens, rood-witte tulbanden om hun rasta-kapsel gewikkeld, die hoog op de tribune vreedzaam een joint opsteken. Ze hebben een grote toeter bij zich. Bloee-uuh, toetert de toeteraar, uiterst relaxed.

En wie verhit mocht raken loopt een stukje langs de zijlijn, waar Ismael en zijn vrouw hun stalletje met boerewors en cooldrinks hebben opgebouwd. Cola voor een gulden, uit een grote teil met ijsblokken. Kom daar maar eens om in de Amsterdamse Arena.

Maar waar is het roemruchte Ajax-systeem gebleven, met zijn opkomende flankspelers?

'Dat heeft Leo voorlopig in de ijskast gezet', verklaart Henk Bodewes. Het liep niet, de huidige selectie had er teveel moeite mee. 'Je moet gewoon geduld hebben. Over een paar jaar komt de nieuwe lichting door, dan hebben we de jongste ploeg van het land en liggen we mijlenver voor op de rest van Zuid-Afrika.'

Bodewes, oud-trainer van Veendam, is hoofd jeugdopleiding van Ajax Kaapstad. 'That was crap', meldt hij zijn pupillen in de rust van de wedstrijd tegen Strandfontein. 'Jullie dribbelen maar een eind weg, praten niet tegen elkaar, en het verdedigen is ook waardeloos.'

Elf zwarte en bruine koppies zitten in een kring op het gras. Sommigen kijken ernstig, anderen staren afwezig voor zich uit. De under fifteens van Ajax staan al twee doelpunten achter. 'Let the ball work', adviseert Bodewes. Het mag niet baten, de eindstand wordt 3-2 voor Strandfontein. Op de tribune schreeuwen enkele vaders hun kroost in sappig Kaaps verwensingen toe. 'Ag no man, die buitenkant is fokol.'

Het hoofd jeugdopleiding is een vitale schakel in het filiaal. Hij moet jong talent scouten en opkweken tot spelers die 'Amsterdam' kan gebruiken. Aan hem de taak 'het Ajax-systeem er met de paplepel in te gieten.

'Een of twee toptalenten in de drie jaar, daar doen we 't voor. Het eerste moet ook wel gaan draaien, hoor, maar Amsterdam zegt duidelijk: de prioriteit ligt bij de jeugd', aldus Bodewes, die na de voorwedstrijd de schaduw van de tribune heeft opgezocht. Strak in het donkere pak, want verzengende Afrikaanse hitte of niet, de staf in Kaapstad wordt geacht de kledingregels van 'Amsterdam' in acht te nemen.

Hier opleiden, in Amsterdam voltooien, is het motto voor het filiaal. Zes jeugdselecties heeft Ajax Kaapstad overgenomen van Seven Stars, jongens van negen tot negentien jaar, en de meeste teams draaien succesvol mee in de lokale competitie. Bodewes is nu druk bezig een scoutingnet op te zetten dat behalve Kaapstad ook Durban en Johannesburg bestrijkt. 'Eigenlijk kun je zeggen dat we in januari pas echt beginnen.'

Het begin was lastig, zegt hij. 'Je kunt denken, de combinatie van de Zuid-Afrikaanse aanpak en de Ajax-aanpak, dat werkt wel. Nou, dat werkt dus niet. Je moet kiezen. Je wilt Ajax zijn. Dat betekent organisatie, discipline, regels. Hier zijn ze gewend alles op 't laatste moment te regelen. Wij doen dat anders, en die omslag is moeilijk.'

Voorbeelden? 'Op tijd komen en afspraken nakomen. Daar zijn we dus straight in geworden.'

Het niveau van het Zuid-Afrikaanse voetbal mag niet om over naar huis te schrijven zijn, talent is er wel, vindt Bodewes. 'Vooropgesteld: het initiatief ging uit van Rob Moore, die Benni naar Amsterdam bracht. Je kunt zeggen, waarom niet Nigeria, of Kenia. Daar zijn jongens bijvoorbeeld wat sterker gebouwd. Maar Zuid-Afrika heeft weer een betere infrastructuur, goeie verbindingen. Het klimaat sluit beter aan, de cultuur ook.'

V OORLOPIG is het hard werken. 'Je ziet hier dus spelers die op hun negentiende nog net zo spelen als op hun negende. Tactisch hebben ze niks geleerd. De soepelheid, de snelheid, dat hebben ze, maar de passing, afstandsschoten, dat is allemaal schrikbarend slecht. Wij kijken anders naar voetbal. Spelinzicht, daar gaat het om.

'We hebben een paar jaar de tijd', zegt Bodewes. Ook de sociale begeleiding vergt duidelijk meer energie dan hij in Nederland gewend was. 'Je komt hier dingen tegen als jongens uit de township die hongerig op de training komen. We gaan ze vooraf boterhammen en melk geven, en groente en fruit erna. Voor sommigen zoeken we gastgezinnen.'

Maandag op de ochtendtraining van het eerste is Leo van Veen in zijn element. In de brandende zon verslaat hij een van zijn spelers in een partijtje voetvolleybal. 'Het werd me heel snel duidelijk dat we hier veel te doen hebben', verklaart de man die naam maakte als topscorer van FC Utrecht, als libero een seizoen doorbracht bij het Ajax van Cruijff, Lerby, Van Basten en Rijkaard en daarna als trainer onder meer RKC, Utrecht en Al Nasr in Dubai onder zijn hoede had.

De training wordt op een ongelukkig veldje in weer een andere verre buitenwijk van Kaapstad afgewerkt. Want Ikamva, de kopie van het Amsterdamse trainingscomplex De Toekomst, waar Ajax het overgrote deel van zijn Kaapse miljoenen in investeert, had weliswaar al bijna klaar moeten zijn, maar door allerlei tegenslagen is er nog geen spade de grond in gegaan.

Zo kan het komen dat de club waarschijnlijk ook nog wel een half jaar kantoor zal moeten houden in een krap winkelcomplex, boven een tweedehands-spullenzaak met de naam Cash Converters. Dat buiten de glanzende Mercedes Cabrio van mede-eigenaar Commitis - kentekennummer Ajax WP - staat, mag nauwelijks een troost heten. 'Er is niet eens een koelkast', merkt de trainer op, als hij z'n tas in een bedompt raamloos kamertje heeft geparkeerd.

Straks op Ikamva, met zijn mooie trainingsvelden, fitnesscentrum en kantoren, is het afzien voorbij, houdt Van Veen zich maar voor ogen. 'Ik ben wel wat gewend in het buitenland.'

Soms haalt hij als nuchtere Utrechter zijn wenkbrauwen maar weer eens op ('Organisatorisch is de eredivisie hier niet sterk'), soms kijkt hij in verwondering toe ('Je maakt mee dat een team van de tegenstander denkt dat er boze geesten in hun kleedkamer huizen') en soms is Zuid-Afrika ook gewoon genieten: 'Voor de wedstrijd is het hier altijd zingen en dansen in de kleedkamer. Dat is wat anders dat de gespannen stilte die je uit Nederland kent. Nee, wat de jongens zingen weet ik niet. Het zijn Afrikaanse liederen. Ik klap gewoon mee.'

Amsterdam weet dat het op korte termijn niet op wondervoetballers uit Kaapstad hoef te rekenen, aldus de trainer. 'Dit is een project dat vijf jaar nodig heeft. Dan pas kun je zeggen of het zinvol is of niet. Hans Westerhof en Bob-Jan Hillen zijn hier in oktober geweest voor een evaluatie. Ze kennen de situatie.'

In de beginfase zijn in Kaapstad gewoon misrekeningen gemaakt, vooral wat betreft het eerste team. 'De mensen hier dachten dat Ajax zijn chequeboek wel zou trekken. Nou, dat is dus niet zo. Ik heb honderdduizend rand, dat is 35duizend gulden, voor nieuwe spelers, en daarmee uit. Dus als we voorlopig in de middenmoot zitten, moeten we niet klagen.'

Maar aanloopproblemen of niet, het filiaal is een goede investering. Van Veen: 'Er zit visie achter. Je krijgt hier een goed beeld van welk knulletje geschikt is, zowel qua voetbal als qua cultuur, en wie niet.'

En ach, zullen Amsterdamse kooplui ook denken, wat krijg je tegenwoordig in het internationale voetbal nog voor een paar miljoen? Een wisselvallige speler ergens diep uit de provincie is vaak al duurder. Als Ajax Kaapstad ook maar een achterneefje van Benni oplevert, dan heb je het geld er al weer uit.

Geduld, dat heeft Ajax daarom in Zuid-Afrika nodig. Ontzagwekkend veel geduld. Ook met Vusi Kama, de nieuwe pr-man die maandag meteen al te laat komt. 'He Vusi!', krijgt hij toegeroepen. 'Je leert de geheimen van deze club al aardig. Regel 1: nooit op tijd komen.'

Meer over