Pieter wilde de wereld even wat laten zien

Voor hen die twijfelden, voor hen die dachten dat alleen Michael Phelps hard kon gaan, voor hen die meenden dat de wereld om Ian Thorpe draaide: Pieter van den Hoogenband is nog altijd de snelste zwemmer van de wereld....

Van den Hoogenband zwom de nationale mannenploeg gisteravond met een superieure race (46,79) naar de zilveren medaille op dat internationaal zo hoog gewaardeerde aflossingsnummer. Zijn teamgenoten Johan Kenkhuis, Klaas-Erik Zwering en Mitja Zastrow tuimelden over elkaar heen van verbazing.

`Verbijsterd', zei Kenkhuis te zijn. `Met Pieter weet je het nooit', zei Zastrow, de ex-Duitser. `Nou, ik had wel zo'n uithaal verwacht', sprak Zwering, de man die in Eindhoven al zijn leven lang dagelijks met Van den Hoogenband in het water ligt en het daarom 't best kon weten.

De wereldrecordhouder op de 100 vrij (47,84) sleepte Nederland van de vierde naar de tweede plaats. Hij knalde in de eerste baan over de Italiaan Galenda heen en na het keerpunt zwom hij de Amerikaan Lezak voorbij. Alleen de Zuid-Afrikaan Neethling lag te ver voor om nog te bedreigen. Het Zuid-Afrikaanse goud was overigens minstens zo verrassend als het Nederlandse zilver.

Van den Hoogenband zwom in matige omstandigheden - het woei en hij had even tevoren de halve finale op de 200 vrij winnend afgesloten - de tweede split-tijd uit zijn rijke zwemleven. Vorig jaar zette hij, op de slotdag van het mislukte WK van Barcelona, het wereldrecord met voordeel van de overname op 46,70.

Dat was die dag in de wisselslagestafette, in een binnenbad, in een redelijk ontspannen toestand. Niets hoefde die dag meer. De klus zat er na het brons op de 50 meter vrij grotendeels op. De supertijd kwam vooral door de hekgolf van de Rus Popov, zo legde hij zijn prestatie van toen gevat uit.

De 46,79 van gisteren was van een hoger gehalte. Van den Hoogenband was gemotiveerder dan ooit. `Ik ga ze wat laten zien, pap', had hij zijn vader Cees-Rein van den Hoogenband toegevoegd. De zoon had zich geërgerd aan de hype rond de Amerikaan Phelps.

De Australiër Thorpe, wijs door gebeurtenissen uit het olympische verleden, had afgelopen dinsdag niet voor niets even gewezen op een toch niet onbelangrijk zwemmer als Van den Hoogenband. Het tegengeluid werd niet gehoord in Athene.

In het Nederlands team viel ook wel wat inspiratie te halen voor Van den Hoogenband. Hij werd aangevallen op zijn vermeende gebrek aan teamgeest.

Hij wenste deze winter niet mee te gaan naar een Grieks etentje en een middag handboogschieten van de rest van de ploeg. In een spontaan bedacht toneelstuk (van de hand van de Amerikaanse coach Paul Bergen) had hij vorige week ook geen zin.

Het zou maar afleiden van de belangrijkste zaken. En gisteren bewees Van den Hoogenband dat hij zijn team de grootste dienst kan bewijzen door hard te zwemmen. De laatste jaren was hij slechts zelden in stelling gebracht, als het sprintkanon dat met vliegende start de zaak afrondt.

In Sydney ging het in de series mis door een foute overname van Dennis Rijnbeek. In Fukuoka, bij de WK van 2001, werd de pijn daarvan nog eens gevoeld toen het Nederlandse vrijeslag-team naar zilver zwom. In 2002, bij de EK in Berlijn, was er weer rumoer toen het team als vierde eindigde. En vorig jaar, tijdens de wereldtitelstrijd in Barcelona, was het rumoer op zijn pittigst toen het team buiten de finale bleef.

De nummer tien van dat WK werd als kansrijk olympisch project geschrapt. Bij de NK in april werd met moeite een ploegje bij elkaar gevonden. Van medaillekansen werd toen al helemaal niet meer gesproken. De zweep moest erover, zei Philips-coach Jacco Verhaeren. Anders zou in Athene de eindstrijd niet eens gehaald worden.

In de zomerse trainingskampen herpakte de Nederlandse ploeg zichzelf. De tijden bij de oefensprintjes in Como bleken overeen te stemmen met de groeiende ambities. In Athene werd voorzichtig weer gesproken van medaillemogelijkheden. Gisteren bleek dat geen grootspraak.

De startzwemmer uit de ochtend, Mark Veens (49,73), moest het veld ruimen. Hij werd op het startblok vervangen door Johan Kenkhuis die vorig jaar had gezworen nooit meer als eerste zwemmer het water in te gaan. `Ik ben een echte split-zwemmer. Dan ben ik op mijn best.'

Kenkhuis stemde toch in en zwom 49,81 op de eerste 100. Hij dacht `erg goed' te gaan, omdat hij zich vergeleek met de naast hem liggende Amerikaan Crocker. Die had echter ziek het blok bestegen. Zastrow (49,25) zakte daarna van de zesde naar de achtste en laatste plaats. Zwering (48,51) haalde op tot vier. Waarna Van den Hoogenband te water ging.

`Het water rookte', spraken de bronzen Amerikanen nadien bewonderend.

Meer over