Phelps bijna zo goed als Mark Spitz

Het magische getal vooraf was zeven. Zeven gouden medailles moest zwemmer Michael Phelps winnen om de prestatie van zijn befaamde landgenoot Mark Spitz, uit 1972, te evenaren....

Gisteren verscheen er toch een zeven achter de naam van het 19-jarige wonderkind uit Baltimore. Michael Phelps won in de finale van de 100 meter vlinder zijn zevende zwaarst bevochten medaille. Het was een gouden, al weer zijn vijfde in zeven dagen zwemmen. De andere twee plakken zijn van brons.

Vandaag, op de slotdag, kan Phelps zelfs tot acht reiken. Dan wordt hij als vlinderslagzwemmer ingezet op de 4 x 100 meter wisselslag. Het is een race die de Amerikanen, tenzij iemand van het startblok valt, niet kunnen verliezen.

Met acht medailles kun je, zelfs in de veeleisende Verenigde Staten, thuiskomen. Gisteren evenaarde Phelps met zijn zevende medaille ook al een andere grootheid in het Amerikaanse zwemmen. Matt Biondi kwam in Seoul (1988) ook tot zeven medailles: vijf goud, één zilver en één brons.

Ook diens record van absolute getallen, negen olympische zwemmedailles in een loopbaan, zal door Phelps over vier jaar onder vuur worden genomen. Hij is nog lang niet klaar, beloofde hij deze week in een van zijn vele spraakzame buien in de perszaal van het olympisch zwembad.

Phelps, gul in de lach, royaal met zijn expressie, wilde het na zijn fenomenale finish op de 100 vlinder niet over dat nieuwste statistiekje van Biondi hebben. Hij is al genoeg geplaagd met cijfers. `Hou op. Ik ben hier om te zwemmen, om plezier te hebben. Ik weet niks van zulke records. Ik had mijn eigen doel. Ik wilde er maar één, van de mooiste soort. En die heb ik gehaald.'

Athene is nu al zijn droomtoernooi. `Dit moet de mooiste week uit mijn leven zijn geweest. Alles watik hier bereik, daar moet ik mijn leven lang van gedroomd hebben.'

Phelps, de man met de spanwijdte van een albatros, brak vorig jaar als zwemwonder door toen hij in Barcelona, op de WK van 2003, vier maal wereldkampioen werd en vijf wereldrecords verbeterde. Hij beleefde toen ook een stevige teleurstelling, al lacht hij die snel weg.

In de finale van de 100 vlinder in het Sant Jordi op de Montjuich bleek Phelps te moeten toegeven op de pure sprinter Ian Crocker. Het werd door de toeschouwers als een schok ervaren. Phelps en verliezen, dat werd toen al als een onmogelijke combinatie ervaren.

Voor de collega-zwemmers was het een inspiratie. De man kon toch, op een goede dag, verslagen worden. Daar leek het gisteren, in de zeventiende race van Phelps in Athene, ook lange tijd op. Crocker, afgelopen week ziek geweest, ging als een raket van start. Hij leidde bij het keerpunt met ruime voorsprong (0.23). Phelps was vijfde.

Op de baan terug was het niet eens sluipen dat Phelps deed. Hij leek lange tijd niet te naderen, maar in de laatste tien meter bleek zijn surplus aan uithoudingsvermogen de beslissende factor. Hij won met vierhonderdste verschil. Zijn lange armen en grote handen waren waarschijnlijk beslissend.

Phelps, vermoeid geraakt zo langzamerhand, verbeterde zijn olympisch record tot 51,25, maar bleef een halve seconde verwijderd van het wereldrecord van Crocker. Er blijven nog wensen over voor de jonge Amerikaan die deze olympische week hooguit ontevreden kon zijn over zijn waardeloze overname in de 4 x 100 vrij (0,44 seconde) en zijn gebrek aan snelheid ten opzichte van de specialisten op de 200 vrij, Ian Thorpe en Pieter van den Hoogenband.

De puurste snelheid werd getoond op de 50 meter vrij. Wat bij de vrouwen op die afstand door Inge de Bruijn wordt getoond (gisteren als snelste naar de finale) komt bij de mannen al jaren van Gary Jall junior. Op zijn derde Spelen, een evenaring van het familierecord van Hall senior, haalde hij zijn derde medaille op die halve sprintafstand. Na het zilver van Atlanta, de gedeelde titel van Sydney was er nu het ongedeelde goud van Athene.

Meer over