Persvrijheid?

Het Nieuwsblad van het Noorden moet rectificeren: de rechtbank in Groningen oordeelde dat een column over een transseksuele grensrechter 'uitermate kwetsende en grievende' uitlatingen bevatte....

Max Pam, winnaar van de Audax-columnistenprijs: 'De veroordeling is volkomen terecht. Misselijkmakende woorden in de mond leggen van een trainer, een ander; wat een laffe zak. Die man is geen columnist. Verder heb ik er niets aan toe te voegen.'

G.J. Kemper, advocaat: 'Het is lastig er iets algemeens over te zeggen. Ik heb geregeld cliënten gehad in dit soort affaires, zowel columnisten als de beledigde partij. Elk geval is anders. Je staart eens uit het raam, zegt ja of nee, en haalt er dan de argumenten bij. Ik heb het idee dat de laatste tijd in dit soort zaken een rukje naar inperking van de vrijheid van meningsuiting wordt gemaakt. Dat viel me op in de discussie over de plasseksposters over de expositie in het Groninger Museum: het ging alleen maar over hoe smerig het wel niet was. Smaak. Vrijheid van meningsuiting heeft nauwelijks een rol gespeeld.

'Mensen stappen eerder naar de rechter dan vroeger. Het claimbewustzijn is fiks gegroeid. Maar lang niet alles is haalbaar. In 20 tot 30 procent van de gevallen moet ik zeggen: mijnheer, mevrouw, het zit er echt niet in. Dan zijn ze teleurgesteld.'

Maartje van Weegen, tv-presentatrice: 'Ik ben geregeld het doelwit, ja. Het blijft buitengewoon vervelend. Zelfs na al die jaren. Begrijp me goed: ik vind dat je ver kunt gaan. Maar in mijn geval gaat het bijna nooit over mijn werk, maar over mijn persoon, mijn stem, mijn uiterlijk. Daar kun je je niet tegen verweren. Wel heb ik onlangs de Gooi- en Eemlander opgezegd. Daar had columnist Ton Lankreijer het, pakweg, drie keer per week op mij voorzien. Ik ben geen masochist. Hij is nu weg. Ik ben weer abonnee.'

J.P. Guépin, classicus en auteur van het boek De Beschaving: 'Het is ondoenlijk om vooraf grenzen te bepalen. Ze verschuiven, door tijd, maar ook per genre. In de jaren zestig was het woord 'neuken' nog taboe. Nu zeg ik het gewoon door de telefoon. Maar in pornografische en satirische poëzie wordt al veel langer gescholden. In de tweede eeuw na Christus vroeg dichter Martialis zich al af of iemand soms poep aan zijn neus had. Maar ik moet wel vaststellen dat veel columnisten tegenwoordig het flink vinden om bepaalde grenzen te overschrijden. Zonder reden iemands seksuele geaardheid als onderwerp kiezen, vind ik nogal gratuit.'

Siggi Weidemann, correspondent in Nederland voor de Süddeutsche Zeitung: 'Ik verbaas me wel eens over die cultuur van al die stukjesschrijvers hier. Die is nergens zo ontwikkeld als in Nederland. Zo veel. Te veel. De erfenis van de verzuiling, denk ik. Ik lees de columns in de NRC, het Parool, Trouw en de Volkskrant en ik vind ze zelden beledigend. Ze zijn vaak grappig bedoeld, goed geschreven. Maar ik mis nogal eens de actualiteit en de mening.'

Bert Vuijsje, hoofdredacteur HP/De Tijd: 'Een jaar geleden hebben we inderdaad ingegrepen in een column van Theo van Gogh. In overleg met hem schrapten we een passage over presentator en Volkskrant-journalist Michaël Zeeman. Gewoon, omdat het een wat malle toevoeging was. Bovendien had hij al vele malen op dat aambeeld gehamerd. De wijziging in Van Goghs' stuk was niet het gevolg van druk van buitenaf. Maar dat neemt niet weg dat er beschavingsnormen gelden. Uiteraard zijn er grenzen. Ze worden bepaald door het soort blad, de rubriek, maar ook het doelwit. Degenen die zich vrijwillig in het publieke leven begeven, kunnen een kritische bejegening verwachten. Voor premier Kok gelden ruimere criteria dan voor een willekeurige particulier. '

Huub Evers, docent ethiek aan de Academie voor journalistiek en voorlichting in Tilburg: 'Het gebeurt dan ook maar weinig dat een politicus naar de rechter of de Raad voor Journalistiek stapt. Hij weet dat de boel dan nog meer gaat stinken. In een democratie behoort ruimte te zijn voor satire. De grens wordt bereikt als de strekking onnodig kwetsend is en beledigend of stigmatiserend voor bevolkingsgroepen. Maar dat is niet in één formule te vangen. Zoiets is pas achteraf te toetsen.'

Toenmalig minister L. Brinkman van WVC in 1985 in een brief aan de jury van de PC Hooftprijs: 'Nu de heer Brandt Corstius het kwetsen tot instrument heeft gemaakt en dit (. . .) integrerend bestanddeel is van zijn literaire kwaliteiten, is het Kabinet tot het oordeel gekomen dat deze daardoor omstreden literatuur niet met een Staatsprijs als blijk van waardering van overheidswege mag worden gehonoreerd.'

Leontien van der Kroon, voorlichter Algemeen Verbond Bouwbedrijf: 'Voorzitter Brinkman heeft geen commentaar.'

Rob Gollin

Meer over