Profiel

Paralympische sport heeft met Esther Vergeer de gedroomde chef de mission in Tokio

Esther Vergeer, vele jaren onoverwinnelijk in haar rolstoel op de tennisbaan, is tijdens de Paralympische Spelen de baas van de Nederlandse ploeg: 73 topsporters groot. Dus met zielige verhalen moet je bij haar niet aankomen.

Chef de mission Esther Vergeer vlak voor vertrek naar Tokio waar de Paralympische Spelen nu plaatsvinden. Beeld ANP
Chef de mission Esther Vergeer vlak voor vertrek naar Tokio waar de Paralympische Spelen nu plaatsvinden.Beeld ANP

De hand van Esther Vergeer is een meer dan stevige. Wie haar in d’r actieve jaren van het rolstoeltennis ter verwelkoming de hand drukte, was meteen zwaar onder de indruk. Het was een hand als een bankschroef, getraind door het rijden in de stoel en het vasthouden van het tennisracket.

Die hand is nog altijd stevig, erkende haar gedroomde opvolger, Diede de Groot deze week vanuit Japan. Daar, in het paralympische dorp en omringende stadions van metropool Tokio, is de hand van Vergeer ook weer stevig, maar dan in een andere betekenis van het woord. Het is de pittige, secure hand van de organisator, soms ook de zachte van de verbinder.

Vergeer (40) is van het gestructureerd zijn. Zij wil alles tot in detail op orde hebben. Het is haar grote kwaliteit: niets aan het toeval overlaten. Jiske Griffioen, de winnares van paralympisch tennisgoud in 2016, benoemde dat deze week aan de tafel van analisten bij de NOS. Als Vergeer, chef de mission van de Nederlandse ploeg, iets goed kan, dan is het zaken tot in de puntjes voor elkaar hebben.

Als een kluizenaar

Het Nederlandse paralympische team zal er in broeierig Tokio, met alle protocollen tegen de coronarisico’s, groot voordeel bij hebben. Of de Japanners aan de rand van de bubbel wel iets meer afstand wilden houden, was een verzoek van Vergeer. Zoals ze zelf in de weken voor vertrek naar Azië als een kluizenaar leefde. Geen afspraken buiten de deur, geen vreemden over de vloer. Het was voor haar uitsluitend Papendal dan wel thuis, Woerden.

De ‘positieve’ uitval onder Nederlandse sporters, iets dat de olympische chef van de valide ploeg, Pieter van den Hoogenband, overkwam, moest ten koste van alles worden voorkomen. Wie de zekerheid van een sportteam in deze pandemische tijd wil borgen, zorgt minimaal voor een gezonde aankomst in het land, waar gepresteerd moet worden. ‘Maar alsnog kun je de pech hebben dat je in zo’n besmettingsgolfje terecht komt’, was haar nuchtere analyse vorige week in het NHD.

Esther Vergeer is het voorbeeld van de vrouw die serieuze hobbels kan overwinnen. Op haar achtste werd ze geopereerd aan een kluwen van zwakke bloedvaten in het ruggenmerg. De risicovolle operatie leidde tot een gedeeltelijke dwarslaesie. De rolstoel werd haar leven, het sportveld haar habitat. En dat terwijl ze tot dan nooit gek was geweest van sport.

470 partijen ongeslagen

In het revalidatiecentrum kwam ze in aanraking met basketbal en tennis. Ze beschikte over veel aanleg. Het werd uiteindelijk tennis, waarin ze aan een onwaarschijnlijke carrière bouwde. Haar hoge ballen, met veel spin geslagen en nauwelijks te pareren, maakten haar jarenlang onverslaanbaar. Ze bleef na 2003, laatste nederlaag tegen de Australische Di Toro, 470 partijen ongeslagen. Ze veroverde op haar rolstoel 42 grandslamtitels. De diamanten in haar gelauwerde loopbaan waren de zeven paralympische titels: vier in het enkel, drie in het dubbelspel.

Eén keer, het was de finale van de Paralympics van Peking (2008), was ze kwetsbaar. Ze twijfelde aan zichzelf, kreeg last van ‘een dikke arm’ en zag landgenote Korie Homan van één set achter naar een heus matchpoint snellen. Vergeer was alleen nog maar aan het ballen tegenhouden. Toen Homan in de mental game, die tennis is, last kreeg van de druk, werd het uiteindelijk toch de gewonnen driesetter voor Vergeer. Niemand zag haar nadien zo huilen, als die dag in september 2008. ‘Het was de meest ongelofelijke wedstrijd uit mijn carrière’, zei ze later. ‘Na Peking was er ook geen angst meer om te verliezen.’

Borstkanker

Na de dubbel van Londen 2012 was het klaar. Ze begon een ander leven. Ze wilde met haar man Marijn een kind, het werd een zeven jaar durend traject met een Canadese draagmoeder. Toen Jinte was geboren, werd kort nadien bij de Nederlandse moeder borstkanker vastgesteld. De Paralympische Spelen werden vorig jaar uitgesteld. Dat paste uitstekend in het behandelproces bij Alexander Monro te Bilthoven dat Vergeer heeft afgesloten met de woorden: ‘Ik ben genezen en klaar, fit en gezond.’

Het is het optimisme dat bij een sportvrouw hoort. Ze voert in Tokio een kleinere ploeg aan dan haar voorganger André Cats. Of haar team daarmee minder medaillekansen had, was de vraag. Vergeer zei dat het ging om het aantal starts van haar 73 pupillen. Die waren vergelijkbaar met het aantal uit 2016, toen zij overigens als assistent-chef was gaan warmlopen.

Toen ze dan in 2017 als CdM werd aangewezen, was het de juiste keuze. Het boegbeeld van de voorbije jaren – de flauwe opmerking was die over het rolmodel Vergeer – was nu de echte aanvoerder geworden. Over handicaps heeft ze het niet tot nauwelijks. Ze spreekt dan van ‘imperfectie’. Ze heeft ook een hekel aan het zielige sausje dat over sportverrichtingen van paralympiërs wordt uitgegoten. Niet nodig allemaal voor een sporttak die topsport in zich draagt.

Toen de Volkskrant bij haar aanstelling als chef de mission wat nadruk legde op het feit dat zij in een rolstoel de sportploeg van gehandicapten ging aanvoeren, vond Vergeer daar niks bijzonders of symbolisch aan. ‘Vind je dat? Ik zie het niet’, antwoordde ze.

Meer over