Paarden blijken gesteld op amazones in crossbos

De horde van zestigduizend burgers en buitenlui die zaterdagmiddag op zoek naar gaffel, broodplank, duivenslag en spechtengat rondstruinden door de bossen en maisvelden rond Boekelo, zal het beamen: geen dier is zo vrouwvriendelijk als het paard....

MARTIEN SCHURINK

Van onze verslaggever

Martien Schurink

BOEKELO

Neem nou Catrina McLeod uit Nieuw-Zeeland, een van de negentig onverschrokkenen die hadden ingeschreven voor de 26ste military van Boekelo. Bij de watercombinatie, een van de 26 hindernissen van de cross-country, verloor ze de controle over haar viervoeter, Win for Me geheten. Amazone kwam ten val, paard kwam vervolgens ook ten val. De toeschouwers hielden hun adem in. Zou het dier met zijn volle gewicht bovenop de amazone landen? Nee. Win for Me wilde haar 25-jarige menster geen haar krenken en koos, bewust naar het scheen, voor een aanzienlijk minder comfortabele landingsplaats.

Of neem nou Sarah Algottson uit het Zweedse Läkeby. Ze joeg haar merrie Agatha met een noodgang door de watercombinatie, een van de zwaarste hindernissen op de ruim zeven kilometer lange crossbaan. Als dat, mompelde een toeschouwer met op zijn schouder een merkwaardig schepsel - alle Twentenaren laten eens per jaar in Boekelo al hun honden uit - maar goed gaat. Het ging dus niet goed. Uit honderden kelen klonken ach's en wee's toen de amazone uit het zadel werd gelicht en met een boogje naar het aardoppervlak werd gelanceerd. Paard raakte in onbalans, struikelde en kwam ook ten val, op amper een meter van de amazone die, hoewel lichtelijk in de kreukels, opgelucht stal- en vervolgens huiswaarts keerde. Het had, realiseerde ze zich, erger kunnen aflopen.

Of neem, alle goede dingen in drieën, Marie Christine Duroy, de Franse nummer 81 van de startlijst. Ze onderschatte de moeilijkheidsgraad van de duivenslag, hoewel ze had kunnen weten dat in de loop van de dag bij dit obstakel nogal wat incidenten waren voorgevallen, en overschatte tegelijkertijd de braafheid van haar oogappel Summersong. Paard weigerde te springen en trapte dus op de rem. Amazone viel, paard viel. En weer werd de amazone bij de landing ontzien.

De drie amazones mochten niet mopperen. De helikopter van het traumateam hoefde niet op te stijgen, de tientallen naar Boekelo ontboden EHBO'ers en leden van regionale Rode Kruis-brigades konden hun dozen met pleisters, spalkhout en verband ongeopend laten. De schade bleef beperkt tot schrammen en, in het geval van de Italiaanse Borromeo, nog zo'n brokkenpilote, een ontwrichte pols.

Geen wonder dat de organisatoren zaterdagmiddag na afloop van de cross in een permanente staat van gelukzaligheid verkeerden. Voor de zoveelste maal geen doden, bijna geen gewonden zelfs deze keer en, dat vooral, geen paarden die moesten worden opgelapt. Zelfs de dienstdoende dierenartsen (die over het algemeen niet staan te juichen als ze naar een military worden ontboden) waren ongewoon opgetogen. Ze hadden alleen wat krasjes, schrammetjes en schaafwonden geconstateerd, hier en daar een licht onregelmatige gang en maar bij één paard een onregelmatig kloppend hart. Ze hadden wel eens ergere dingen meegemaakt.

Maar dat was in de tijden van stoere knapen en niet minder stoere meiden. Die zijn er amper meer en wee degene die het in Boekelo in zijn of haar hoofd had willen halen om zichzelf belangrijker te vinden dan zijn paard. Die had een kwaaie gehad aan de mannen van het bestuur en een kwaaie aan hoofdveterinair Den Hartog. 'De deelnemers is sinds hun aankomst door de organisatoren, door ons en door wie al niet meer, dag na dag in niet mis te verstane woorden duidelijk gemaakt dat zij verantwoordelijk zijn voor het welzijn van hun paarden en dat wij bij wangedrag hard zouden ingrijpen.' Wie niet horen wil moet dus maar voelen.

Dat was kennelijk niet tegen dovemansoren gezegd. 'Ik heb', zei Den Hartog glunderend, 'met eigen ogen gezien dat ruiters na een weigering of na een val uit eigen beweging de wedstrijd staakten. Dat hebben we bij andere wedstrijden wel eens anders meegemaakt.'

Ook de drie gevallen vrouwen bliezen vrijwillig de aftocht. 'We hebben niet op hen hoeven in te praten om de wedstrijd te staken', zei een andere veterinair. Niet dat hem dat verbaasde. 'Vrouwen zijn doorgaans zuiniger op hun dieren dan mannen.' En misschien daarom wel, bij wijze van tegenprestatie, werden Catrina McLeod, Sarah Algotsson en Marie Christine Duroyrie bij hun val zo opzichtig gespaard door hun viervoeters.

Militarypaarden hebben nu eenmaal iets met vrouwen. Hebben dat altijd al gehad. Als er doden te betreuren vielen waren dat altijd mannen. Nog maar enkele weken geleden, in het Duitse Achselschwang, liep een ruiter ernstige verwondingen op. En er waren zelfs tijden dat het zo goed klikte tussen vrouwen en paarden dat het altijd weer deze combinaties waren die met de prijzen aan de haal gingen.

Maar die tijden zijn geweest. De vrouwelijke dominantie werd gebroken door mannetjesputters uit verre oorden. Door de Nieuw-Zeelander Blyth Tait, de winnaar van Olympisch goud in Atlanta, door zijn landgenoot Mark Todd, die zowel in 1984 (Los Angeles) als 1988 (Seoul) met Charisma op de hoogste trede van het podium stond. Door de Australiër Matthew Ryan, de Olympisch kampioen van Barcelona in 1992.

Allen waren present in Boekelo en allen meenden zeker te weten dat een van hen, Tait vermoedelijk, ook nu weer de beste zou zijn. Dat was nog niet zo verkeerd gedacht. Na zijn vrijwel foutloze uithoudingsproef ging de kleine Nieuw-Zeelander fier aan de leiding. In de perstent werd alvast menig heildronk op zijn aanstaande overwinning uitgebracht. Maar Tait zelf was op dat moment verre van zeker van zijn zaak. 'De wedstrijd is nog niet gedaan. Mijn voorsprong is minimaal. Morgen moet er nog worden gesprongen en wie weet wat daar allemaal nog mis kan gaan.'

Zijn bange voorgevoel bedroog hem niet. Tait liet in de springpiste met Aspyring zoveel balken vallen dat hij terugviel naar de vierde plaats. Nadat de computer al het rondvliegend hout had geteld en alle plussen en minnen waren verwerkt, bleek de Fransman Frederic De Romblay recht te hebben op de hoogste onderscheiding.

De prijs voor de beste amazone werd toegekend aan de Engelse Daisy Dick, die voor de beste Nederlandse deelnemer aan de laat-veertiger Eddy Stibbe. Maar al die prijzen haalden het toch niet bij de onderscheiding die werd uitgeloofd aan het paard dat zich het meest vrouwvriendelijk had gedragen. Catrina McLeod, Sarah Algotsson en Marie Christine Duroyrie zullen het er zonder twijfel over eens zijn geweest dat die prijs in drie gelijke partjes moest worden opgedeeld.

Meer over