Overlevingsplan voor wielrennen op de baan

Hein Verbruggen, voorzitter van de internationale wielrenunie, wil de baansport een nieuwe dimensie geven. Hij denkt aan een supercompetitie tussen de beste zes landen en een continentale competitie....

Van onze verslaggever

Bart Jungmann

SAN SEBASTIAN

Verbruggen hoopt daardoor meer enthousiasme voor de piste los te maken in met name West-Europese landen, zoals Nederland. 'Het is absoluut schandalig dat Nederland nog steeds geen velodroom heeft.'

De dinsdag herkozen Verbruggen treedt in 2001 af als UCI-voorzitter en zou graag in zijn laatste termijn dergelijke interlands realiseren. 'Zo'n competitie kan vanaf 1999 draaien. Die zou naast de wereldbeker kunnen bestaan. In dat systeem zouden de zes beste landen drie keer tegen elkaar uitkomen: één keer in Europa, één keer in Amerika en één keer in Azië.'

Op de verschillende continenten zouden dan landen van lager niveau elkaar treffen. 'Dan zou je Nederland kunnen laten uitkomen tegen Portugal, België en Zwitserland. Voordeel is dat je de pistes veel beter gebruikt en de baansport opkrikt. Maar dan moet Nederland wel een 250-meterbaan krijgen, liefst overdekt.' Net als in de atletiek zou er dan promotie en degradatie tussen de verschillende categorieën moeten komen.

Joop Atsma, voorzitter van de nationale wielrenunie, juicht elk initiatief toe 'dat de baansport een impuls geeft'. Binnen afzienbare tijd wordt een wielerbaan in Amsterdam gerealiseerd, maar die heeft niet de afmetingen voor internationale wedstrijden. 'Daar zijn we al jarenlang mee bezig. Maar op eigen kracht lukt dat niet. Dat moet een sportpaleis worden met meer mogelijkheden.'

Verbruggen wil tevens proberen het groeiend legioen vrije-tijdsfietsers aan de bond te binden. 'Dat is een groeiend peloton waarvoor we tot nu toe te weinig aandacht hadden.' De UCI-voorzitter weet nog niet hoe dat geconcretiseerd kan worden. 'Maar ik kan me voorstellen dat je speciale klassementen gaat opmaken. Mensen zijn toch geïnteresseerd in het leveren van prestaties.

'Wielrennen is mischien wel de enige sport waarin je hetzelfde kunt doen als je idolen. Je ziet Jan Ullrich de Alpe d'Huez oprijden in de Tour en je kunt het zelf doen. We kunnen nog zo hard tennissen, maar ik denk niet dat een van ons een keer op Wimbledon zal staan.'

De Ullrichen van de toekomst reden gisteren in San Sebastian om de wereldtitel tijdrijden. Johan Bruinsma en Remco van der Ven eindigden bij de beloften in de middenmoot. Ze deden respectievelijk 2.46 en 2.58 minuut langer over de 32 kilometer dan de Italiaan Fabio Maliperti. Hij volgt zijn landgenoot Sironi op als wereldkampioen.

Al na een paar kilometer kreeg Bruinsma het gevoel dat het een lange dag zou worden. 'Het ging superslecht. Volgens mij reed ik dinsdag bij het inrijden nog harder.'

Mede door de wind bleek het parcours lastiger dan gedacht. 'Het gaat steeds op en neer.' Bruinsma, die volgend jaar in het Raboplan doorschuift naar de profs, was de teleurstelling snel te boven. Maar Van der Ven somberde nog lang door. 'Als je de internationale top wilt bereiken, moet je je toch in het buitenland vestigen en er alles voor opzij zetten, anders red je het niet.'

Van der Ven won dit jaar Olympia's Tour. 'Maar je ziet hier dat dat toch weinig voorstelt. We hebben nog een enorme achterstand en dat komt door een gebrek aan faciliteiten. Ik kan mezelf echt weinig verwijten.'

Bruinsma en Van der Ven doen zaterdag ook een gooi naar de wereldtitel op de weg en omdat ze geen van beiden uitgesproken tijdritspecialisten zijn, mag daar meer van ze verwacht worden. Bruinsma keek er al naar uit. 'Ik heb wel wat goed te maken.' Van der Ven kon de tijdrit minder gemakkelijk vergeten. 'Je rijdt niet alleen om mee te doen. Dan ben je verkeerd bezig. Ik had toch een doel voor ogen en dat was bij de eerste vijftien eindigen.'

De Nederlandse vrouwen bleven nog verder verwijderd van de Top-15. Meike de Bruijn en Chantal Beltmann eindigden respectievelijk als 28ste en 32ste. Voor de derde achtereenvolgende keer werd de Francaise Jeannie Longo wereldkampioene tijdrijden.

De 39-jarige Longo debuteerde in 1979 op het internationale podium. Ze legde de 28 kilometer af in en gemiddelde van 42.799 kilometer. Longo veroverde in San Sebastian haar twaalfde wereldtitel.

Meer over