Tour de France

Oude Cavendish is de massasprint nog altijd meester

Mark Cavendish is met zijn 36 jaar naar sprintmaatstaven bejaard. Maar wat de Brit misschien mist aan explosiviteit, maakt hij goed met zijn ervaring en dankzij zijn sterke ploeg. Etappewinst twee is binnen.

Mark Cavendish is in zijn groene trui de sterkste in de sprint in Châteauroux. Beeld Klaas Jan van der Weij
Mark Cavendish is in zijn groene trui de sterkste in de sprint in Châteauroux.Beeld Klaas Jan van der Weij

Met het geheugen van Mark Cavendish is niets mis. Hij kon nog precies terughalen hoe de finish er in 2008 in Châteauroux uit zag. Toen liepen de laatste meters licht bergop. En in 2011 lag de meet wat verderop. Beide keren won hij. En donderdag, de derde keer dat hij er met het tourpeloton aankwam, opnieuw. Het was de 32e tourritzege uit zijn loopbaan en hij bewees dat aan zijn benen ook niets mankeert.

Zo emotioneel als na zijn ritzege van dinsdag was de groenetruidrager niet. Hij vloog na de finish wel iedereen uit zijn ploeg, Deceuninck-Quickstep, uitgelaten om de hals, maar er waren ditmaal geen tranen. Het leek bijna business as usual. Alsof de afgelopen vier jaar waarin Cavendish geen tourrit won, of zelfs helemaal niet aan de Ronde van Frankrijk deelnam, niet hadden bestaan.

Comeback

Toch is zijn comeback bijzonder. Na februari 2018, toen hij een onbeduidende etappe in de Ronde van Dubai op zijn naam schreef, behaalde hij drie jaar lang geen enkele zege. Nergens. Dit seizoen behoort hij, met twee touretappes achter zijn naam, plots weer tot 's werelds beste spurters. En dat terwijl hij al 36 is en naar sprintmaatstaven bejaard.

Met het klimmen der jaren raken wielrenners hun explosiviteit meestal kwijt. Een klimmer of een tijdrijder kan dat nog wel opvangen, maar voor sprinters is dat problematisch. Het is hun enige wapen. Dus moeten rappe twintigers vaak iets anders als ze eenmaal hun dertiger jaren bereiken.

Ze scholen zich om tot rittenkaper zoals Edvald Boasson Hagen. De 34-jarige Noor mengde zich jarenlang in de massasprints. In 2011 won hij er een in Lisieux. Deze editie laat hij zich vooraan niet zien, maar loert op een kans in een ontsnapping. Of neem André Greipel. De Duitser viert deze Tour zijn 39e verjaardag. Vijf jaar geleden won hij op de Champs-Elysées. Nu is hij wegkapitein bij Israel Start-up Nation en speelt nauwelijks een rol in de sprints.

Cavendish probeerde in zijn magere jaren ook andere wegen te befietsen. In Gent-Wevelgem van vorig jaar zat hij, die zich normaalgesproken schuilhoudt tot de laatste 100 meter, met zijn neus in de wind mee in de ontsnapping. Het liep op niets uit en na die desillusie hintte hij huilend op een vertrek uit de wielersport. Dat was voorbarig.

Alessandro Petacchi

Helemaal uniek is het niet om op latere leeftijd nog te scoren in de sprint. Alessandro Petacchi won in 2010 twee ritten in de Tour en was toen een half jaar ouder dan de Brit nu is. De Italiaan is daarmee de oudste sprinter die toursucces boekte.

Maar er zijn meer die op respectabele leeftijd massasprints naar hun hand zetten. Australiër Robbie McEwen zegevierde als 35-jarige in 2007. Jaan Kirsipuu uit Estland was net geen 35 toen hij de openingsetappe in 2004 won. Maar zij hadden niet zo lang droog gestaan als Cavendish.

De Brit heeft het koersverloop mee in deze ronde. Australiër Caleb Ewan (26), vooraf hoog ingeschat, ging in de eerste massasprint onderuit en verliet maandag met een gebroken sleutelbeen de Tour. Fransman Arnaud Démare (29) smakte in diezelfde rit tegen het asfalt en zal de blauwe plekken en schaafwonden nog voelen. Datzelfde geldt voor Peter Sagan, die bovendien als 31-jarige minder explosief is dan een aantal jaar geleden.

Concurrentie faalt

En Alpecin-Fenix mikt deze ronde twee renners: Jasper Philipsen (23) en Tim Merlier (28). De Belgen krijgen van hun ploegleiding allebei de gelegenheid om voor de zege te gaan, maar niet tegelijkertijd. Merlier was de troef in de derde rit, die hij won. Dinsdag en donderdag werkte hij voor Philipsen, die beide keren net tekort kwam. Zo zorgt die ploeg er zelf voor dat Cavendish één man minder heeft om het tegen op te nemen.

Het is niet ondenkbaar dat Cavendish zijn renaissance nog meer kleur zal geven. Rit 10, 12, 13, 19 en 21 zijn vlak. En als iemand weet hoe het is om touretappezeges aan elkaar te rijgen is hij het wel. In 2008 en 2016 won hij vier ritten, in 2010 en 2011 vijf en in 2009 maar liefst zes.

Het record van Eddy Merckx, die op zijn 30e zijn 34e en laatste tourrit won, komt in zicht. Cavendish heeft het daar liever niet over. ‘Noem zijn naam niet’, zei hij schertsend toen hij er in Châteauroux naar werd gevraagd.

Volgens zijn adjudant Tim Declercq is dat omdat Cavendish direct na de race zijn triomf wil vieren en niet wil dagdromen over statistische wat-als-scenario’s. Sowieso past het najagen van zo’n getal niet bij de sprinter, zei de Belg. ‘Hij is iemand die meer op emotie zal winnen. Na zoveel jaar kickt hij daar meer op dan op records.’

Meer over