PostuumHenk Groot (1938-2022)

Oud-Ajax-spits Henk Groot had de bal altijd vast aan zijn schoen

Aan de hand van Henk Groot brak Ajax in de jaren zestig internationaal door. Toen de club ging oogsten en drie keer op rij Europees kampioen werd, was hij er niet meer bij, een doodschop had een abrupt einde gemaakt aan zijn carrière. Groot overleed woensdag op 84-jarige leeftijd in een verzorgingshuis in Zaandam.

Jaap Stam
Henk Groot in het seizoen 1968-1969, in een wedstrijd tegen FC Twente. Beeld ANP /  ANP
Henk Groot in het seizoen 1968-1969, in een wedstrijd tegen FC Twente.Beeld ANP / ANP

Zaandijker Groot, geboren en getogen in een familie van sportgekken, ging in 1959 met zijn broer Cees naar Ajax. Hij woonde slechts 20 kilometer van stadion De Meer, maar voor het bijna geheel uit Amsterdammers bestaande Ajax ging hij door voor een ‘buitenlander’. Bij zijn debuut tegen NAC (3-0) nam Groot alle drie de doelpunten voor zijn rekening en snoerde hij de Amsterdamse branieschoppers meteen de mond.

De pers was lyrisch als Groot weer eens had uitgeblonken. ‘Als een prima-ballerina zweefde hij over het veld en draaide pirouettes alsof het niets was. En altijd zat de bal vast aan zijn schoen’, schreef De Tijd-Maasbode na Sparta-Ajax in 1960.

In 1962 lonkte het Italiaanse Lanerossi Vicenza, waar een riant salaris op hem wachtte. Geen topclub, wel een topsalaris, zei Groot daarover. Ajax weigerde hem te laten gaan en deed niets bovenop zijn salaris. ‘Ach Henk, wat moet je met al dat geld’, zou Ajax-voorzitter Melchers hebben gezegd.

Een jaar later haalde de getergde Groot zijn gram en verkaste hij naar Feyenoord waar hij 10 procent van zijn transfersom ging verdienen: 25 mille. Zijn terugkeer was een eis van trainer Rinus Michels, die Ajax omsmeedde van een club waar een elftalcommissie niet eens zo gek lang voor diens komst nog de opstelling bepaalde, tot een professioneel voetbalbedrijf.

Briljante voorhoede

Michels besefte dat hij met Piet Keizer, Johan Cruijff, Klaas Nuninga en Sjaak Swart een briljante voorhoede had, maar hij ontbeerde een regisseur, een dirigent die de lijnen uitzette. Een ‘meesterbrein’, zoals Benfica-trainer Otto Gloria Groot noemde nadat Ajax in 1969 de Portugezen had uitgeschakeld.

Groot was de enige speler naar wie het aanstormende talent Cruijff luisterde. Als die naar Groots smaak te veel pingelde of te veel praatte (‘Ik werd soms gek van zijn geouwehoer’), negeerde Groot hem en speelde hij de bal naar een ander.

Behalve spelverdeler was Groot een koele penaltyspecialist en bovenal een fabelachtige kopper, wat hem de bijnaam Nekkie opleverde. Als kind had hij eindeloos geoefend door de bal op het schuine pannendak van de schuur bij het ouderlijk huis te gooien, razendsnel om te lopen en de bal te koppen.

Op YouTube circuleren schimmige zwart-witbeelden waarin Groot koppend scoort in het Bernabéu-stadion tegen Real Madrid. Sjaak Swart legt de bal panklaar op het hoofd van Groot, die tussen twee tegenstanders met een machtige knik de bal in de linker bovenhoek ramt.

Vierde plaats topscorerslijst

In de 305 wedstrijden die Groot voor Ajax speelde, scoorde hij 207 keer. Hij staat op de vierde plaats van Ajax’ topscorerslijst aller tijden, achter Piet van Reenen (273), goalgetter in de jaren dertig, Cruijff (271) en Swart (228).

Met 41 doelpunten voert hij wel de lijst aan van Ajacieden die de meeste doelpunten maakten in één seizoen. Alleen de PSV’er Coen Dillen scoorde vaker voor zijn club: 43.

Op 28 mei 1969 was Groot er nog bij in Ajax’ eerste Europa Cupfinale tegen AC Milan, al werd hij in de rust gewisseld. Een dikke drie maanden later kreeg hij een fatale trap tegen zijn rechterknie in een interland tegen Polen en was hij op 31-jarige leeftijd uitgevoetbald.

Nadat hij was afgekeurd, schakelde Michels hem in als elftalbegeleider en scout. Hij analyseerde internationale tegenstanders en als hij er toch was, regelde hij meteen het hotel voor de spelers en de kaartjes voor de supporters. Dan keerde hij met duizenden tickets in zijn koffer terug in Amsterdam.

Meer over