Orde in het gepimpte sporthotel

In de handbalacademie op Papendal is het zo slecht toeven nog niet. De kamers voldoen met hun zeven bij drie meter aan de normen en het bruin op de muren is vervangen door zeegroen, roomwit en zachtblauw....

Twee weken voor de handbalacademie op Papendal openging, kregen ze allemaal de sleutel van hun kamer. Handige vaders, nijvere moeders, lieve vriendjes en opa’s met twee rechterhanden zijn gecharterd om de hokjes van zeven bij drie op te kalefateren.

De verfkwast is driftig gehanteerd, er zijn gordijnen opgehangen en de vader van Jessy Kramer, met zestien de jongste van het stel, bevestigt op de dag van de officiële opening nog even snel een spotje aan het plafond. De boormachine klinkt door de gangen van het zwaar gepimpte sporthotel bij Arnhem. Volgende week neemt hij voor dochterlief een heus bureau mee. Er moet ook nog gestudeerd worden.

Jamie van Vliet, achttienjarige handbalster van Hellas en de Academie, zegt uiterst tevreden te zijn met haar twintig vierkante meter, de standaardmaat uit Duitsland voor een kamer in een sportinternaat. Het was nog bruingekleurd toen ze haar onderkomen voor het eerst kreeg te zien. Overblijfsel van het kleurenpalet uit de jaren zeventig. Nu overheerst zeegroen, roomwit en zachtblauw.

Patrick van Olphen, de in de handbalwereld befaamde vader van de nu ‘academisch’ getrainde dochter Sanne, zegt het hotel nog te kennen van zijn jaren bij Oranje. Bij de trainingskampen van Guus Cantelberg waren ze hier in de weekeinden kind aan huis. Maar de laatste jaren, na het vertrek van de geïnterneerde turnmeisjes (in ’93) en skitalenten, stonden de kamers vaak leeg. De standaard van de 21ste eeuw was anders.

Jamie van Vliet zegt dat het vandaag donderdag is en dus schoonmaakdag. De handbalsters moeten hun kamer zelf schoonhouden. Het staat in de gedragsregels die ze van projectleider Sjors Röttger, de bondscoach, hebben moeten ondertekenen.

Die vertellen hoe je als gebruiker de wasmachine en de droogtrommel achterlaat. Nog een ferme regel: avondklok. Wanneer het stil moet zijn op de kamers. En: ‘Nooit in je eentje het bosrijke terrein van Papendal op. Altijd met zijn tweeën. Om veiligheidsredenen.’ Zegt Jamie van Vliet.

Die voorgeschreven bedtijd trouwens? ‘Ik heb na zulke zware dagen niet de behoefte de deur uit te gaan. Even naar een verjaardagsfeest in Den Haag op en neer kun je ook wel uit het hoofd zetten.’

Want ’s ochtends is het vroeg dag. Half zeven naast het bed. Zeven uur ontbijt. Dan merken ze plotseling in een echt hotel te zijn. ‘Die broodjes. En lekkere croissants. Maar je moet er rekening mee houden dat je om acht uur een zware ochtendtraining krijgt.’

Acht trainingen staan er per week op het programma: vier dagen, driemaal kracht, viermaal tactisch/technisch en een keer naar buiten. ‘Lopen, andere zuurstof inademen. Al ligt er straks een meter sneeuw. We gaan naar buiten. Heel goed voor die meiden’, zegt hulptrainer Harry Weerman.

Hij is een van de vele assistenten van hoofdcoach Röttger. Natasja Burgers, net gestopt met haar profloopbaan in Denemarken, zegt ook graag te willen. Zij weet zich van vijftien jaar geleden nog te herinneren hoe het toen was. ‘Een uurtje bij De Volewijckers.’ Per dag? ‘Nee, per week.’

Het Nederlandse handbal gaat aan de internationale standaard voldoen. De nummer vijf van de wereld heeft 24 speelsters, van 16 tot 21 jaar, in fulltime opleiding genomen. Dertig spelen er al in het buitenland, bij goed en minder goed betalende clubs in Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Spanje. Dat geldt als het slotstuk van de Nederlandse opleiding.

De kosten van de Nederlandse opleiding zijn onbekend. Sponsor AA Drink, het ministerie (VWS), NOC*NSF en het handbalverbond (NHV) dragen stevig bij. De ouders van de kinderen werd eerst om vijfduizend euro per jaar eigen bijdrage gevraagd. Dat was voor sommige gezinnen veel geld. Nu wordt er tachtig euro per maand betaald en is de financiële drempel voor deelname weg.

Het lijkt weinig voor een hoogwaardige opleiding. Als in een ouderwets internaat beslaapt assistent-bondscoach Monique Tijsterman de kamer die het dichtst bij de uitgang is gesitueerd. Maar noem haar geen moeder-overste van dit dormitorium. Het komt je op een vernietigende blik te staan.

Röttger zegt geluk te hebben. Hij woont in Veenendaal, een kwartiertje van Papendal. Wie wil meedoen, zo heeft projectleider talentontwikkeling Van Commenée verordonneerd, moet op een afstand van maximaal vijftien fietsminuten wonen. Röttger komt met de auto.

Meer over