Opvolgers van Armstrong zien af in de hemel

Eén, hooguit twee jaar zal Lance Armstrong zich nog in het peloton ophouden. Zijn opvolgers worden al klaargestoomd. Niet in de VS maar in het Vlaamse land....

Van onze verslaggeefster Marije Randewijk

Dus Lance Armstrong is jullie grote voorbeeld? Er zitten Amerikanen aan een tafel, ze volgen in het Vlaamse Hertsberge een opleiding tot beroepsrenner en het gesprek gaat over dromen. Dan ligt het voor de hand dat je denkt met Armstrong de juiste man als held aangeduid te hebben.

Met deze jongens is het anders. De pijn, de verbazing en de teleurstelling vallen af en toe van hun gezicht te lezen. Armstrong vinden ze een geweldige renner, ze hopen dat hij zijn zesde Tour gaat winnen, maar meer dan hun referentiekader is hij niet.

Ryan Phelps: `Als ik zeg dat ik cyclist ben, denkt iedereen automatisch aan een motor. Maar als ik like Lance Armstrong eraan toevoeg, weet iedereen waar ik het over heb.'

Ze zijn in rap tempo wijs geworden, bekent Jaime Gandara. Hij is Amerikaan en wil gewoon altijd de beste zijn. Maar hij heeft inmiddels wel wat minder praatjes. Winnen is al lang niet meer het doel, een koers uitrijden, da's tegenwoordig al heel wat. `Lance wordt ons in Amerika door de strot geduwd. Maar wielrennen is niet het leven van Lance, dat is het leven van al die jongens die wij niet kennen.'

Phelps en Gandara hebben een plekje gekregen in het Cycling Center, dat door de Amerikanen wel 'de Vlaamse wielerhemel' wordt genoemd. Het leven is er hard en verwarrend. `Maar wie prof wil worden, moet hier zijn', stelt Phelps onomwonden.

Dertien jaar geleden kreeg directeur Bernard Moerman het verzoek of hij in zijn grote huis geen plaats had voor een jonge Amerikaanse wielrenner. Die ene jongen nam een tweede mee en inmiddels heeft de ex-voetballer van Cercle Brugge een oude herberg moeten verbouwen om onderdak te kunnen bieden aan maximaal 24 renners.

Ze betalen voor zes maanden ieder vierduizend euro voor het verblijf, de begeleiding door een trainer en de dokter van US Postal, de kledij en vooral voor veel goede raad.

De doelstelling is de Amerikanen klaar te stomen voor het profpeloton. Moerman wil samen met zijn vrouw Ann de talenten leren wat het is om te werken, leven en trainen als wielrenner.

Het is een harde leerschool, meent Moerman, want de vooroordelen kloppen wel. `Ze hebben een surfersmentaliteit, ze denken dat de fiets het vanzelf doet. En dat ze het allerbeste materiaal moeten hebben. Maar je hebt niets aan een lichtere fiets als je zelf drie kilo te zwaar bent.

`Ze hebben geen geduld. Ze komen van de andere kant van de wereld en zijn bereid om zich te prostitueren om het toch maar te maken in het peloton. Het is barbaars, maar het gebeurt wel.'

Hij heeft ze genoeg gehad, de aanbiedingen van rijke vaders die wilden dat hij voor 15.000 euro hun zoon bij een professione ploeg onder zou brengen. Daar bedankt hij voor. `Je bent geen zakenman, zeggen ze dan. Dat zal best. Maar it's my circus and I run it. Ze denken dat ze de hemel kunnen kopen.'

De ontwikkeling van de jongens staat in Hertsberge voorop, de resultaten zijn bijzaak. Het kaf moet eerst van het koren worden gescheiden. Want het netwerk mag dan indrukwekkend ogen, het scoutingsapparaat is nog altijd niet waterdicht, bekent Moerman. Uit zo'n tweeduizend aanvragen per jaar probeert hij de beste renners te zeven.

Het levert in Hertsberge altijd een bont gezelschap op. Christoper Irvin is in het dagelijks leven verpleger. In de winter werkt hij om zijn zomerse verblijf in Europa te kunnen bekostigen. Ryan Phelps is een student. En vorig jaar was Pete Barlin er ook nog.

Barlin werkte op Wall Street toen op 9 september 2001 twee vliegtuigen het WTC in vlogen. Een van zijn vrienden kwam om. Pete dacht eens goed na en besloot dat hij eindelijk wielrenner zou worden. Inmiddels is hij terug op Wall Street.

Moerman: `Tot je 26ste moet je investeren in je ontwikkeling, daarna moet je bij de profs op de deur kloppen. Prof zijn is niet 'starten en uitrijden', zoals de Amerikanen denken. Prof zijn betekent dat je een gezin moet kunnen onderhouden. Lukt dat niet, dan kun je beter gaan werken.'

De regels zijn daarom streng in het Cycling Center. Met zo'n twintig jongens samen onder één dak heeft hij geen andere keuze, zegt Moerman. `Ze moeten hun leven organiseren als prof. Sommige jongens presteren het om twee dagen niet te douchen, zelfs als ze hebben getraind.'

Christopher Irvin lacht eens. Hij legt uit dat het voor hem veel goedkoper is om in Europa zijn doel na te streven dan in Amerika. `In België is er elke dag wel een wedstrijd in de buurt en overal vliegen ze erin. In Amerika moet je vliegtuig in, vliegtuig uit.'

Het was ook voor Phelps de belangrijkste reden om te verhuizen. In zijn eigen land zagen ze hem liever gaan dan komen met zijn fiets, in Vlaanderen voelt hij zich als in een warm bad. Overal wordt hij toegejuicht, deelt hij handtekeningen uit en worden de straten voor hem afgezet.

'Wielrennen is Amerika is total chaos. Het is er niet gestructureerd. Goede en slechte profs, junioren en senioren, alles rijdt door elkaar. Er zijn valpartijen, je wordt de verkeerde kant op gestuurd. Het is ontmoedigend', zegt Phelps.

Het 19-jarige talent komt, net als Gandara en Irvin, in 2005 graag terug naar Hertsberge. Hij weet ook dat de gebeurtenissen in het Cycling Center nauwgezet worden gevolgd door profploegen als Landbouwkrediet, Crédit Agricole, Saeco en US Postal. Ploegleider Dirk Demol en renners als George Hincapie en Max van Heeswijk zijn al op bezoek geweest. `Awesome', vinden ze dat.

Want Armstrong mag dan niet hun voorbeeld zijn. Als ze konden kiezen, gingen ze graag naar de nieuwe ploeg van de vijfvoudig Tourwinnaar. `Ook als ze het niet redden als prof, wil dat voor mij niet zeggen dat ze hebben gefaald', vindt Moerman. `Dit is een ervaring voor het leven. Hier ontdekken ze ook wie ze zijn. Falen kan niemand.'

Meer over