NieuwsEK handbal

Opnieuw fikse nederlaag voor handbalsters

De Nederlandse handbalsters hebben opnieuw een nederlaag geleden op het EK in Denemarken. Noorwegen, de eerste tegenstander in de hoofdronde, was in Kolding veel te sterk en won met duidelijke cijfers: 32-25.

De Noorse Veronica Kristiansen bestookt het doel van Tess Wester. 
 Beeld BSR Agency
De Noorse Veronica Kristiansen bestookt het doel van Tess Wester.Beeld BSR Agency

De krachtsverhoudingen tussen de handbalteams van Nederland en Noorwegen zijn weer terug in de oude stand. De Noorse vrouwen als heersers en de Nederlandse speelsters als de uitdagers die telkens moeten buigen voor de snelheid en dynamiek van het uitgelezen Scandinavische collectief dat al een dikke jaar of twintig de concurrentie de les leest.

Vorig jaar bracht Nederland na veertien verliespartijen sinds 1998 de Noren een nederlaag (28-30) toe die leidde tot de wereldtitel van de nationale ploeg. Het team van coach Manu Mayonnade werd drie dagen later uitgeroepen tot sportploeg van het jaar in Nederland. De drempel was eindelijk genomen; de trendbreuk was een feit.

Noorwegen, in 2018 en 2019 internationaal aan de verkeerde kant van de scores, moet een jaar lang op revanche en eerherstel hebben geaasd.

In de jacht op de achtste Europese titel sinds 1999 duwden de Noorse handbalsters de Nederlandse vrouwen donderdag in razend tempo opzij. Pas in het laatste kwartier, bij een maximale voorsprong van elf treffers (28-17) ging de voet van het gaspedaal, werd de tweede keus door coach Thorir Hergeirsson (sinds 2001 aan het roer) in het veld gebracht en kon Nederland terugkomen tot zeven doelpunten achter: eindstand 32-25.

Lange tijd mocht door de Oranjevrouwen inderdaad gevreesd worden voor stevige nederlagen als in 2011 (met 12), 2016 (met 10) en 2018 (met 13 verschil zelfs). Die laatste nederlaag, een mokerslag in Nancy, was echter snel vergeten, omdat Nederland toen doorging naar de halve finales en Noorwegen om plaats 5 moest spelen in Parijs. Het was een van de mindere toernooien van de tegen Nederland altijd uiterst gemotiveerde wereldmacht.

Donderdag was dat niet anders. Hergeirsson hield voortdurend zijn beste opbouwrij op het veld. Naast Veronica Kristiansen en Stine Oftedal, de wereldhandbalster van het jaar 2019, was Nora Mork weer aangesloten. Zij ontbrak door kruisbandblessures en een sexting-schandaal de voorbije jaren in de nationale ploeg en dat gat viel niet eenvoudig te vullen. Zonder Mork kan er verdedigend meer aandacht worden besteed aan draaitol Oftedal die vorig jaar bij de WK-nederlaag in Japan het na rust opgaf.

Met Mork terug zijn de oude verhoudingen weer hersteld. Zij heeft een fenomenale demarrage in de benen en gooit met links uit alle standen: over het blok, onder het blok, met stuit, in de bovenhoek.

Zo’n speelster heeft Nederland ook, in de persoon Estavana Polman, maar die zat achter een tv-scherm toe te kijken om de Nederlandse kijkers haar analyse te geven.

Noorwegen: plus één wereldspeler. Nederland: min één wereldspeler. Dat was de eenvoudige analyse van ‘Holland - Norge’ in de Sydbank Arena van Kolding.

De nederlaag in regenachtig Jutland kwam ook niet onverwacht. Noorwegen was in vorm voor het toernooi dat in eigen land had moeten plaatsvinden, maar dat wegens strenge coronaregels in zijn geheel moest uitwijken naar co-organisator Denemarken.

Nederland, zaterdag en zondag begonnen met twee nederlagen in Poule C, had die vorm niet, een sterke tweede helft dinsdagavond tegen Hongarije uitgezonderd.

Het team dat vorig jaar wereldkampioen wist te worden ondanks drie nederlagen - een soort van wonder - moet hopen op een gunstig verloop in groep II van de hoofdronde. Noorwegen moet de zegereeks tot het einde uitrollen, ten koste van Kroatië dat donderdag Roemenië versloeg. Ook Duitsland moet dinsdag, als Nederland net een uurtje is uitgespeeld, de Kroatische ploeg verslaan.

Dan, als Nederland op rij Duitsland (maandag) en Roemenië (dinsdag) verslaat en aardige doelcijfers op het bord tovert, dan is er een kans op de laatste vier. Het is ietsje meer dan een theoretische kans, maar de Nederlandse ploeg moet de wind dan wel wat in de rug krijgen.

Gisteren blies die fors in het gezicht, zeker door het gebrek aan medewerking van de incapabele Griekse scheidsrechters Christidi en Papamattheou. Hoe de Europese handbalfederatie dit illustere duo heeft kunnen aanwijzen, voor nota bene de topwedstrijd uit de hoofdronde, is een raadsel. Zij zijn van amateurniveau, compleet verdwaald in het supersnelle tophandbal dat vrouwen spelen.

Vooral in de eerste helft was de ene na de andere beslissing tegen Nederland. Geheide strafworpen werden niet toegekend. Tijdstraffen waren scheef verdeeld. Wat weinig voorkomt in vrouwenhandbal, de Nederlandse speelsters begonnen te klagen en commentaar te geven. Tot in de tweede helft bleef de irritatie oplopen, tot de uitdager wist dat zij - opnieuw - moest buigen voor de heerser. Toen daalde ook berusting en gelatenheid over de nationale ploeg. Zelfs doelvrouw Tess Wester werd voor het eerst bij dit EK aan de kant gehaald. Haar vervanger Rinka Duijndam was liever op de bank gebleven. Noorse schutters voor je neus zien opduiken, er zijn gemakkelijker klussen in handbal.

Meer over