Op zoek naar evenwicht

Het voetbal zit vol bedreigingen en uitdagingen. Als voorzitter van de KNVB en bestuurslid van de UEFA spreekt Michael van Praag (62) van een missie....

Door Poul Annema en  Willem Vissers

Tegen het einde van het gesprek doet Michael van Praag een oproep: wat zou het mooi zijn als Nederland massaal achter de kandidatuur voor het WK voetbal van 2018 gaat staan. Als een reclameman declameert hij, staand in zijn werkkamer te Zeist: fijn weer in de zomer, mooie stadions, een klein en gezellig toernooi, alles per trein binnen twee uur te bereizen, goed voor het milieu dus. Een lichtend voorbeeld voor duo-landen met WK-interesse.

Maar ja, is de tegenwerping, wat kun je van een land verwachten als Johan Cruijff niet eens ambassadeur wil zijn?

Protest weerklinkt. ‘Johan Cruijff heeft nog niet gezegd dat hij het niet doet. Hij is alleen gereserveerd omdat hij teleurgesteld is in de gang van zaken bij de kandidatuur van Amsterdam voor de Olympische Spelen van 1992, waarvoor hij het boegbeeld was. Uiteindelijk werd die kandidatuur onder andere door een tomaten gooiende actievoerster Saar Boerlage om zeep geholpen.

‘Johan vindt dat hij toen alles voor niets heeft gedaan. Hij wil nu weten hoe breed de kandidatuur wordt gedragen. Eerlijk gezegd begrijp ik hem wel. Hij wil zeker weten dat iedereen meedoet. Dat ga ik hem pogen duidelijk te maken.’

Michael van Praag is ruim een jaar voorzitter van de KNVB. Hij bestuurt, lobbyt, observeert, wikt en weegt. Hij is charmant en welbespraakt. ‘Je moet het als een missie zien, want het is een onbezoldigde job. Als je het niet als een missie ziet, hoef je er niet aan te beginnen. En niets is zo dynamisch als voetbal. Ik glimlach soms en ik maak me af en toe zorgen.’

Van dichtbij stuurt hij aan op veranderingen, want op vrijwel alle niveaus is de sport op een keerpunt beland, vooral omdat de geldstromen ‘uit de hand zijn gelopen’, ook op Europees vlak. Van Praag is dit jaar gekozen in het bestuur van de Europese voetbalunie UEFA.

‘De bedreiging voor het voetbal is de manier waarop sommige voetbalclubs worden gefinancierd. Steeds meer clubs maken verlies. Als je in een bedrijf elk jaar verlies maakt, ga je een keer failliet. In de voetballerij zie je dat er altijd weer iemand is die dat niet wil laten gebeuren en er geld instopt. Eens houdt dat op. Bij de UEFA zien we in dat er een tijd komt dat clubs omvallen.’

Hij prijst het onlangs door het UEFA-bestuur aangenomen systeem van Financial fair play, dat vanaf 2012 geldt voor iedere club die Europees voetbal speelt; minimaal quitte spelen, niet meer geld uitgeven dan uit normale bronnen is te verdienen: recettes, sponsors, transfers, mediageld. ‘Het kan dan niet meer zo zijn dat een club elk jaar 20 miljoen verlies maakt, waarna een eigenaar zegt: hoeveel kom je tekort, zijn portemonnee trekt en het geld op tafel legt. Daaraan moet een eind komen.’

De internationale bonden en de politiek werken nu ook gestaag aan de lobby voor de invoering van het veelbesproken 6+5-systeem, waarbij elftallen minimaal zes spelers uit eigen land moeten opstellen, of, als dat in de EU-wetgeving niet mogelijk blijkt, in elk geval zes zelf opgeleide spelers.

Het grappige is, zegt Van Praag, dat ook de meeste grote clubs met de hervormingen instemmen. Ook zij vinden het voetbal een beetje duur geworden. Lachend: ‘Het verhaal gaat dat de erfgenamen van Berlusconi zeggen: pa, daar moet je eens mee ophouden, met elk jaar zoveel geld in AC Milan te stoppen, want dat gaat ten koste van onze erfenis.’

Van Praag bezocht op verzoek van UEFA-voorzitter Platini in de Verenigde Staten Joel Glazer, de eigenaar van Manchester United. ‘Glazer vertelde me dat hij altijd tegen het management van Manchester United zegt dat ze meer Engelse spelers in het team moeten opnemen. Ik denk dat een aantal Premier Leagueclubs de nieuwe plannen niet ziet zitten, maar het is mede mijn taak ervoor te zorgen dat we ook over tien jaar wereldwijd gezond voetbal bedrijven en dat we representatieve nationale elftallen behouden.

‘In Engeland spelen Engelse toptalenten, op een enkele uitzondering na, niet in de Premier League. En wat hebben wij eraan als onze talenten op 21-jarige leeftijd naar het buitenland vertrekken, waar de helft op de bank komt te zitten of in het tweede elftal speelt? Zo verprutsen we ons eigen talent.’

Het besluit over Financial fair play is genomen, het is een kwestie van het uitwerken van de details. ‘Een zuiveringsoperatie wil ik het niet noemen. Het is gewoon een kwestie van het nemen van maatregelen om te voorkomen dat topvoetbal zich in de toekomst in een paar landen afspeelt. We willen gewoon nieuw evenwicht bereiken.’

De verschillen zijn te groot, op alle fronten. ‘Er zijn clubs met 300 miljoen schuld. Dat is even iets anders dan een tekort van drie ton. Ik denk trouwens dat de klap in het buitenland nog veel groter is dan hier, als er geen suikerooms meer zijn.’ De geldwedloop is uit de hand gelopen. ‘De salarisspiraal, transfersommen, het feit dat er clubs zijn met een gigantisch negatief eigen vermogen die toch in staat zijn 40, 50 miljoen te betalen voor een speler.’

En als de investeerder ophoudt, valt de club om. ‘Kijk naar Leeds United. Ik had winkels op Schiphol en in het buitenland waar ik voetbalspulletjes verkocht. Leeds, dát was de club. Ik heb slapeloze nachten gehad van al die Leeds-shirts. Ik heb ze aan een opkoper verkocht voor 2 euro per stuk. Leeds was binnen een jaar gemarginaliseerd. We willen weer appels met appels kunnen vergelijken. Natuurlijk zullen Real, Milan en Manchester United boven de rest blijven uitsteken, maar ze moeten straks op dezelfde manier hun financiën doen als een Nederlandse club. De verschillen die dan blijven bestaan, zijn marktverschillen.’

Ook in Nederland drukken financiële problemen een stempel op het voetbal. Haarlem, RBC, RKC, Fortuna, Vitesse, Roda, MVV; wanneer gaat een club failliet, is de vraag die menigeen zich stelt. Van Praag spreekt zich niet uit over het ideale aantal clubs in Nederland. In algemene zin: ‘Ik vind het niet meer maatschappelijk verantwoord dat een club bij de lokale overheid aanklopt en dat de gemeenteraad weer tonnen in een begroting steekt. Daar ben ik tegen, daar zijn we allemaal tegen.

‘Ik kan me wel voorstellen dat een gemeente een stadion koopt. Dat kan, het is onroerend goed, het hoort bij de stad. Maar het betaald voetbal laten redden door belasting betalende lokale bevolking, daarvan ben ik geen voorstander, hoewel de verantwoordelijkheid uiteindelijk bij de gemeente ligt. Maar het is zinloos geld in een bodemloze put te gooien.’

Misschien helpt de nieuwe promotie-degradatieregeling tussen eerste divisie en de nieuw te vormen Topklasse bij het opschonen van het bestand. Mogelijk ontstaan nieuwe kansen voor amateurclubs. ‘In het land hoor je veel mensen met trots zeggen dat sommige hoofdklasseclubs beter zijn georganiseerd dan clubs uit de eerste divisie. Ze staan er financieel beter voor. Ook in de hoofdklasse worden straks contracten gesloten. Het zou me niets verbazen als de Topklasse straks een soort mengeling is tussen amateur- en betaald voetbal. Het is koffiedikkijken. Laten we eerst eens starten.’

Voor geluiden van clubs uit de eerste divisie, dat ze bij degradatie failliet zullen gaan, is hij ongevoelig. ‘Dat is kortzichtig. Wij waren het enige land waar je niet kon degraderen. In andere landen zie je ook geen clubs de deur sluiten of stoppen. Het kan ook weleens zo zijn dat een club die degradeert naar de Topklasse, een veel florissantere toekomst krijgt, omdat die club op het niveau komt te spelen dat past bij zijn markt. Een betaald voetbalclub die stelt bij degradatie de deur te kunnen sluiten, moet zich eigenlijk schamen.

‘Ik ken een club waarvan de voorzitter mij bevestigde dat hij eens helemaal niets in zijn elftal investeerde omdat hij iets aan zijn tribune wilde doen. Wat maakt het uit, we degraderen toch niet, zei hij. Ik denk daarom dat het niveau juist stijgt, nu je kunt degraderen.’

Feit is dat sommige clubs in de eerste divisie al zijn gemarginaliseerd. Van profvoetbal is nauwelijks sprake meer. Hoewel niets is bewezen, was de verbazing bij menigeen niet groot toen de competitie werd genoemd in geruchten over een internationaal netwerk van omkoping.

‘Het is te vroeg voor conclusies. De laatste berichten over het Chinese goksyndicaat zijn verontrustend, maar ik ben het eens met PSV-directeur Jan Reker. Hem hoorde ik zeggen dat er geen trainer in de wereld is die tegen zijn team zegt: we moeten vandaag met 3-1 verliezen. Als dat al gebeurt, dan inderdaad alleen in competities van laagverdieners. Als goksyndicaat hoef je echt niet bij een speler van Real Madrid of een goedbetaalde eredivisiespeler aan te komen met de vraag of hij voor 20 duizend euro een handje wil helpen. Dan lachen deze jongens zo’n goksyndicaat drie keer uit.

‘Maar voetbal is ook als het normale leven; er blijven figuren omkoopbaar. In Oost-Europa zou ik me dat nog kunnen voorstellen, omdat de democratie zich daar nog moet nestelen en mensen in korte tijd heel rijk zijn geworden of nog ongelooflijk arm zijn. Als je dan gemakkelijk aan je geld kunt komen, zullen er altijd mensen voor zwichten. Wij verwonderen ons nog steeds over het feit dat er mensen zijn die als bolletjesslikker het risico nemen om met de KLM naar Nederland te vliegen, terwijl je weet dat er honderd procent controle is. Dat houd je altijd, ook in de sport.’

Op elk niveau vragen thema’s zijn aandacht. Bij zijn aanstelling zei hij een swingende tent van de KNVB te willen maken. Hij is op weg, oordeelt hijzelf. Voor de buitenwereld is niet al het werk direct zichtbaar, zoals de toenadering tussen amateur- en betaald voetbal. Van Praag moest, als voormalig voorzitter van Ajax, vertrouwen winnen. Hij laat zich veel zien in het land en voelt de waardering groeien. En hij geniet van de enorme toewijding in den lande.

‘Wij moeten ons realiseren dat het allemaal begint bij de grassroots, zoals we dat bij de UEFA noemen. Bij het amateurvoetbal, bij de clubs in het land. Je moet elkaar ondersteunen om dat traject van opleiding, van het enthousiasmeren van jeugd, te voltooien. Veel jongeren van 12, 13 jaar twijfelen tegenwoordig. Zal ik blijven voetballen? Ze kunnen op internet, twitteren, op Hyves. Andere sporten zijn toegankelijker. Je moet vaak moeite doen om jongelui aan het voetballen te houden.’

Daarbij is het goed soms in een andere keuken te kijken, die van het hockey bijvoorbeeld. ‘Hockeyclubs maken hun complexen geschikt voor voor- en naschoolse opvang. Daar kunnen leden huiswerk maken en sporten. De kunstgrasvelden kunnen dat makkelijk hebben. Zo’n club krijgt dan een andere positie in de gemeenschap. Dat werkt bindend. Ouders denken: gezellig, even een kopje thee drinken, en laat ik in het weekeinde ook eens gaan kijken.

‘Rond het hockey bestaat een heel bijzondere vorm van gezelligheid, dankzij het gemengde karakter, maar ook door de eenvoud. Bij Rood-Wit in Aerdenhout, waar mijn dochtertje hockeyde, heb ik bardiensten gedraaid zondagochtend. Ze hadden daar van die simpele tradities: het thuisspelende team betaalt de drankjes voor de bezoekende ploeg. De sfeer is vaak relaxter dan in het voetbal. Daar kunnen wij ook iets van leren.’

Meer over