Op snijvak van fascinatie en afkeer

Gewichtheffen en doping zijnonlosmakelijk aan elkaar verbonden. De populaire sportheeft een slechte reputatie.

Aan verliezen beleeft vrijwel niemand plezier, maar voor eerlijke gewichtheffers is het extra pijnlijk. Altijd blijven ze achter met een prangende vraag: doet de winnaar aan doping?

Met wielrennen en atletiek is gewichtheffen de olympische sport met de meest dubieuze reputatie. De discipline, die al sinds 1896 deel uitmaakt van het olympische programma, wordt steeds opnieuw geteisterd door dopingaffaires. Het lijkt onbegonnen werk om schoon te winnen.

Aan de vooravond van deze Spelen moest Bulgarije zijn hele ploeg terugtrekken, nadat elf gewichtheffers werden betrapt. Ook in Griekenland werden elf atleten van deelname uitgesloten. In die landen is gewichtheffen populair, ondanks eerdere olympische schandalen.

In 2000 dienden drie Bulgaarse winnaars hun gouden medaille teruggeven na een positieve test. In 2004 verloor een Griek zijn bronzen plak om dezelfde reden. Ook Turkije heeft een dubieus verleden. Het werd in 2005 uitgesloten van internationale competitie vanwege structurele doping en mocht pas terugkeren na het instellen van een strikt antidopingbeleid.

Steeds gaan er weer geluiden op om gewichtheffen te verwijderen van de Spelen.

‘Dat zou vreselijk zijn’, zegt de Canadese gewichtheffer Francis Luna-Grenier. Hij kan zich in de klasse tot 69 kilo niet meten met de top, maar heeft zijn hart verpand aan het heffen van kilo’s staal. ‘Voor mij is gewichtheffen een vorm van zelfexpressie. Deze sport geeft me de kans mezelf te zijn.’

Gewichtheffen spreekt tot de verbeelding in grote delen van de wereld, vermoedelijke vanwege de eenvoud. Trekken en stoten is voor een kind te begrijpen. En bijna elk kind heeft zijn kracht getest. Tweemaal het eigen lichaamsgewicht tillen, of nog veel meer, prikkelt de fantasie op raadselachtige, elementaire wijze.

Er is buiten atletiek en zwemmen vermoedelijk geen olympische sport waaraan zo veel verschillende landen meedoen. Het olympische gewichthefpodium biedt ruimte aan een waaier van culturen: sporters uit exotische eilandenrijken in de Stille Oceaan strijden tegen de olympische grootmacht China. De eenvoud maakt de sport toegankelijk voor atleten uit minder ontwikkelde landen.

Nadat gewichtheffen voor vrouwen in 2000 de olympische status had gekregen, heeft China het trekken en stoten als speerpunt ontdekt. Het is een sleutelevenement in de medaillestrijd met Amerika. Er zijn vijftien medailles te vergeven. In de lichte categorieën heeft China de afgelopen dagen vier van de vijf gouden medailles veroverd. Bij de voorgaande Spelen stokte de teller bij vijf, nu worden er minimaal zes verwacht.

Gaat dat eerlijk? Of volgt China het spoor van landen als Griekenland en Bulgarije?

De afgelopen jaren heeft China schijnbaar zonder problemen medailles veroverd. De laatste dopinggevallen waaraan veel ruchtbaarheid is gegeven, stammen uit 2001. Toen zijn vier vrouwen betrapt.

Sommige verliezers zullen toch twijfels hebben, bijvoorbeeld bij de olympische zege van de 18-jarige Long Qingquan in de categorie tot 56 kilo. Het schuchtere ventje leek zondag verbaasd door zijn eigen kracht. Hij stootte 132 kilo en trok 160 kilo in zijn eerste internationale wedstrijd. Zijn tegenstanders hadden nooit van hem gehoord.

‘Het is soms moeilijk naar de beste gewichtheffers te kijken’, zegt de Nieuw-Zeelandse gewichtheffer Mark Spooner. In zijn categorie, tot 69 kilo, brengen de sterkste atleten 50 kilo meer omhoog dan hij. ‘Ik vraag me vaak af hoe het mogelijk is.’

Voor de doping is een simpele verklaring: het werkt. Hoewel er enige techniek komt kijken bij het tillen, draait gewichtheffen vooral om kracht. Sportscholen zijn vergeven van middelen die bezoekers sneller sterker maken. Ook in Nederland, dat in 1968 voor het laatste een gewichtheffer naar de Spelen stuurde.

Het is niet uit te sluiten dat de doping ook een gunstig effect heeft. Gewichtheffen speelt zich af op het snijvlak van fascinatie en afkeer. De bulkende spieren in de nauwsluitende pakken, de oerkreten en opzwellende aderen hebben een geheel eigen esthetiek, die veel sportlfans ook onweerstaanbaar vonden in de gedrogeerde ex-sprintkampioen Ben Johnson.

Gezien de populariteit van gewichtheffen onder de olympische landen lijkt de kans klein dat de sport van de Spelen wordt afgevoerd. Bovendien zijn er nog altijd gewichtheffers die de strijd met gedrogeerde tegenstanders niet uit de weg gaan.

‘Ik wil niet zeggen dat doping een inspiratie is, maar het motiveert me wel om harder te werken’, zegt de Canadees Francis Luna-Grenier. ‘Ik ben nog jong. Ik weet dat ik kan groeien. Ik denk dat ik gebruikers kan verslaan. En mocht dat ooit niet blijken te lukken, dan weet ik dat ik het maximale van mijn eigen vermogen heb bereikt.’

Meer over