Reportage

Op een zelfgeknutseld zomersleetje gaat Bos op weg naar de Winterspelen

Over nog geen vijf maanden vinden de Winterspelen plaats in de Chinese hoofdstad Beijing. Skeletonster Kimberly Bos is er medaillekandidaat en wil goed voorbereid aan de start komen, maar moet in de zomer geïmproviseerd trainen op de atletiekbaan.

Kimberley Bos tijdens een training op de schuine helling op de atletiekbaan op Papendal met haar zelf gebouwde plank op wieltjes als vervanging van de skeleton.
 Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant
Kimberley Bos tijdens een training op de schuine helling op de atletiekbaan op Papendal met haar zelf gebouwde plank op wieltjes als vervanging van de skeleton.Beeld Klaas Jan van der Weij / de Volkskrant

Als een sprinter die vergeten is na het startschot omhoog te komen, rent Kimberley Bos over de atletiekbaan in Ede. Haar billen omhoog, rug gekromd, hoofd naar beneden. Met haar rechterhand duwt ze een klein plankje voort. Een paar tellen en dan springt de skeletonster er in één soepele beweging bovenop. Ze vouwt haar armen onder haar lichaam en rolt met haar hoofd vooruit nog tientallen meters door.

Het is een graad of twintig en de zon schijnt uitbundig. Met het oog op het winterseizoen (de Winterspelen zijn over vijf maanden) probeert de 27-jarige Bos zo goed als het lukt om aan haar start te werken. Anders dan bij schaatsen bestaat er voor haar geen zomerijs. En dus rolt de onbekendste olympische medaillekandidaat uit Nederland regelmatig op een plank met wieltjes over de atletiekbaan.

Haar zomerslee is niet veel meer dan een multiplex plaat met een dunne laag blauw schuimrubber. Her en der zitten stukjes zwarte ducttape om de boel bij elkaar te houden. Bovenop heeft ze, net als op haar echte slee, de constructie gemonteerd waar ze in kan liggen. Het ‘zadel’ heet dat.

Start

De start bij skeleton is, net als bij de andere sleedisciplines, het belangrijkste deel van een race. Wie die eerste dertig meter rennend de meeste snelheid weet te maken, neemt dat mee de steile bochtige afdaling in. Een voordeeltje van een paar honderdsten kan, na ongeveer een minuut aan meer dan 100 kilometer per uur bergafwaarts scheren, uitgroeien tot een gat van een paar tienden. Zo lang je tenminste, door verplaatsing van je lichaamsgewicht, de slee goed genoeg door de bochten weet te sturen.

Bos traint als een sprinter, met veel kracht- en explosiviteitsoefeningen. Maar anders dan een 100-meterloper, moet zij ondertussen ook die onnatuurlijke loophouding onderhouden.

Tot vier jaar geleden lag er in Harderwijk een startbaan, speciaal aangelegd voor de sleeërs, of het nu bob of skeleton was. Die opstelling hielp haar op weg naar de achtste plaats bij de Spelen in Pyeongchang. ‘Maar nog voordat ik uit Korea terug kwam, was de baan al afgebroken.’ De eigenaar van de grond had andere plannen.

Eén zomer probeerde Bos het zonder startoefeningen met slee in Nederland. Wel ging ze naar Calgary, waar ze op de oude olympische baan op wieltjes kon oefenen. Dat vond ze niet praktisch dus sloeg ze thuis aan het knutselen. Met hulp van de plaatselijke skeelervereniging koos ze de juiste wieltjes en lagers voor haar rijdende plank. ‘Het was een beetje trial and error.’ De eerste versie uit 2019 voldeed niet helemaal. Veel beter is haar huidige plank, die al twee zomers mee gaat.

Hoog doe-het-zelfkarakter

De Nederlandse bobsleebond, de BSBN, is de kleinste sportbond van het land. Vincent Kortbeek, technisch directeur en zelf oud-bobsleeër, schat het aantal actieve leden op zo’n vijftig mensen. Daardoor heeft de sport een hoog doe-het-zelfkarakter. En omdat skeletonners van het niveau van Bos, die vorig jaar vijf wereldbekermedailles pakte en derde op de wereldranglijst stond, ontbreken, traint ze veel alleen.

Bij wedstrijden glijdt de slee in de startmeters met één ijzer door een diepe groef. Dat voorkomt heen en weer glijden. Voor haar plankje heeft Bos een ingenieuze afstelling uitgedokterd die op de atletiekbaan hetzelfde effect heeft. Van de vier brede longboardwielen aan de onderkant, lopen de rechter lagers een fractie minder soepel dan die aan de linkerkant. Hierdoor stuurt de zomerslee voortdurend iets naar rechts. En dankzij twee skeelerwielen aan de rechterzijkant kan ze haar plank zo langs het opstaande binnenrandje van de atletiekbaan duwen.

Veel van haar concurrenten hebben ook zelfgeknutselde zomersleetjes. Sommigen hebben een oplossing met een rail bedacht of proberen met een veelvoud aan wieltjes om het slingeren tegen te gaan. ‘Maar ik heb er nog nooit eentje gezien die op alle atletiekbanen werkt, zoals die van mij’, zegt ze trots.

Hellingbaan

Twee keer per week doet haar plankje dienst. Soms in Ede, dicht bij huis, vaak op Papendal, ook niet zo ver weg. Op Papendal ligt sinds 2018 een hellingbaan voor sprinters, waar ook Bos van profiteert. Zij kan daar haar zomerslee bergafwaarts duwen, net zoals ze in de winter moet doen. Op een echte bobsleebaan varieert het verval tussen de drie tot vijftien procent. De baan op Papendal ligt er mooi tussenin. ‘Ik schat het op zo’n acht procent.’

Als ze de sprinthelling afdaalt, doet ze dat altijd met helm op. Ernaast gaapt een diepte van een paar meter. Ze is nog nooit over het randje gekukeld. ‘Maar als het gebeurt, wil ik wel mijn hoofd beschermd hebben.’

Over twee weken vliegt de complete internationale bobsleegemeenschap in twee chartervliegtuigen naar Beijing om kennis te maken met de olympische baan. Dan raast Bos voor het eerst weer op een echte slee de diepte in, met haar kin vlak boven het ijs door de razendsnelle bochten. Het is een wereld van verschil met de atletiekbaan en haar plankje. ‘Het is altijd weer spannend. Kan ik het nog?’

Meer over