Op de mat moet je doen, niet denken

Hoog opgestapelde verwachtingen vervlogen in één onnadenkend ogenblik. Bryan van Dijk (tot 66 kilo) stapte de judomat af met schouders die het leed van de hele wereld leken te moeten torsen....

Iedereen om hem heen, de pas 22-jarige judoka zelf incluis, had hem medaillekansen toegedicht, maar die bleken achteraf op te weinig kwaliteiten gebaseerd. Conditioneel en fysiek was het allemaal dik in orde, maar mentaal bleek Van Dijk niet klaar voor een stap naar de Europese top.

Boos poetste hij de tranen uit zijn ogen. 'Zo ongelooflijk dom', zei hij hoofdschuddend. Hij had zichzelf, met de gunstige loting, de vloeiend verlopen voorbereiding en het geslaagde voorseizoen in gedachten, nooit zo kansrijk gewaand. 'Daarbij heb ik veel te ver vooruit gekeken', zei hij. 'Op de mat moet je niet nadenken, maar gewoon doen.'

Achteraf was makkelijk praten, maar achteraf had een iets andere benadering hem misschien wel voor een dergelijke deceptie kunnen behoeden. 'Waar waren al die verwachtingen nu helemaal op gebaseerd? Ik had het gevoel dat ik mezelf moest waarmaken, maar ik heb nooit iets belangrijks gewonnen. Ik had hier helemaal niets te verliezen', aldus de pupil van Theo Meijer.

Het zorgvuldig opgebouwde zelfvertrouwen sloeg om in twijfel op het moment dat hij zijn tegenstander onder controle scheen te hebben. Al in de eerste partij ontsnapte hij tegen de Belg Frederic Georgery ternauwernood aan een uitschakeling. Hij kwam op voorsprong met een half punt, maar verstijfde en moest vervolgens zelf ook een waza-ari incasseren. Een beetje gelukkig besliste hij de partij alsnog met koka.

Tegen de Joegoslaaf Mijalkovic was Van Dijk veel minder fortuinlijk. Opnieuw lag de winst voor het oprapen, maar in een onbewaakt ogenblik liep hij verrassend tegen een ippon aan. 'Je moet je tegenstander willen vermoorden, maar ik laat me als een zak aardappelen omver gooien. Hier heb ik een jaar naar toe geleefd.'

Nagenoeg alles had Van Dijk zich dit seizoen ontzegd voor zijn sport. De door hem geliefde bezoeken aan het café en zijn hbo-studie bedrijfseconomie in Haarlem werden door de Amersfoortse judoka voor korte tijd in de ijskast gezet. De trainingen werden opgevoerd tot twee keer per dag en op vrijdagavond sloot hij zich aan bij de groep van Chris de Korte. 'Ik heb Mark Huizinga zelfs gegooid in de training', zei Van Dijk.

De progressie kwam bovendien tot uiting in het uitstekende voorseizoen waarin hij derde werd in het A-toernooi in Tallin, en ook in de overige toernooien van zich deed spreken. 'Een brutaal, mooi kereltje dat zomaar een medaille kan halen', zo typeerde bondscoach Cor van der Geest hem aan de vooravond van de EK. Maar net als bijna alle Nederlandse deelnemers stond ook hij op de eerste dag met lege handen.

Hoe leeg bleek wel nadat hij de weinig florissante omstandigheden had geschetst waarin hij zijn sport moet bedrijven. Slechts vier van de zeven olympische kandidaten hebben de A-status en daarmee de beschikking over een auto en een maandsalaris van NOC*NSF. Van Dijk: 'Dat is het verschil tussen 1200 of 137 euro. Dat is niet onoverkomelijk, maar een medaille had het allemaal wel iets gemakkelijker gemaakt.'

Consequenties voor zijn deelname aan de WK heeft de vroege uitschakeling overigens niet. Concurrentie in eigen land is er niet in zijn klasse. De internationale doorbraak lijkt voor de jonge Van Dijk daarom vooral een kwestie van ervaring. 'Onzin', vond hij zelf. 'Ik heb geen zin om me eerste vier jaar lang in alle hoeken te laten gooien voor ik mijn eerste medaille haal. De wereldkampioen is net zo oud als ik.'

Meer over