ColumnWillem Vissers

Ook de kwetsbare Kramer is een mooie Kramer

null Beeld
Willem Vissers

Van inspanning trekt Sven Kramer zijn bovenlip omhoog, wat hem een verwrongen gezicht geeft. De tong bungelt over zijn onderlip, tot op zijn kin. Hij schaatst zijn allesbeslissende 5.000 meter tijdens het olympisch kwalificatietoernooi vóór de dweilpauze.

De koning van voorheen beweegt zich tussen het voetvolk, tussen mannen als Bart Mol, Bart Hoolwerf en Lex Dijkstra, in een poging zijn vijfde Olympische Spelen af te dwingen. Kramer moet een tijd neerzetten voor de kanonnen na de dweil. Vroeger deden anderen dat voor hem, meestal nederig, en dan reed hij die tijd met graagte aan flarden.

Sven Kramer, 35 jaar, is deze lente geopereerd aan de rug, die hem zo vaak hinderde. Zijn voorseizoen mislukte en nu, in Thialf, moet hij presteren. De kwetsbare Kramer is zeker zo’n mooie Kramer als de bijna onverslaanbare Kramer van voorheen. Ergens onderweg verandert hij zondag van de wat rechtop schaatsende, zuinig rijdende, zoekende outsider in meer dan een schim van de oude kampioen. Hij voert het tempo op, in zijn race die een protestmars is tegen afscheid nemen van topsport. Het mag niet zomaar voorbij zijn. Kijk hoe die lip omhoog krult en de tong naar buiten flapt.

Ja, zeiden critici, waarom stopt hij niet. Dit is toch geen gezicht, Kramer in het achterveld. Je kunt ook stellen: dit is zijn leven. Waarom zou hij dat opgeven, al is hij dan vader tegenwoordig met ook andere prioriteiten? Schaatsen heeft hem alles gegeven. De topsporter wil op zijn troon blijven, of althans, hij wil in de buurt blijven, opdat hij in elk geval een vleug blijft opsnuiven van de geur van de overwinning.

De topper die ook kan verliezen is bovendien een sympathieker mens, in veler ogen althans. Kwetsbaarheid verkoopt. Het is weer eens wat anders, mensen die blij zijn met Sven Kramer, zegt hij na afloop met lachende zelfspot, in zijn zoveelste sprankelende een-twee met verslaggever Bert Maalderink, ook al zo’n routinier.

In Thialf hangt Kramer prominent in de eregalerij, met vier keer olympisch goud. De camera volgt hem overal, voor het startschot. Hoe hij uit de catacomben loopt en zich opwarmt, in dat witte onderhemd. Schaatspak aan. Veters strikken. Slokje drinken. Even zijn ergernis uitspreken over iets. Dan de race. De emotie op het gezicht van trainer Jac Orie, als zijn pupil versnelt. Het mondkapje van Orie fladdert voor zijn mond, alsof het een vlaggetje is om Kramer aan te moedigen. Kramer neemt in de laatste ronden afstand van zijn schaduw.

Het is wachten nu, op degenen die de laatste tijd beter waren dan hij. ‘Ik heb gewoon alles gegeven’, zegt hij tijdens het uitpuffen. Hij eindigt als derde, achter Patrick Roest en Jorrit Bergsma. Alle topnamen van het toernooi belanden straks in de zogenoemde matrix, maar Kramer maakt opnieuw grote kans op deelname aan de Spelen, ook door zijn mogelijke rol in de ploegenachtervolging. ‘Ik vreet mijn schoenen op als ze hem niet aanwijzen’, zegt commentator Erben Wennemars.

Kramer zelf verwacht ook dat hij naar Beijing gaat. Hij lacht. Lip en tong zijn keurig terug in de plooi.

Meer over