Onvermijdelijke vlucht naar Duitsland

Aan de schertsvoorstellingen in de nationale competitie doen de worstelaars van Simson niet meer mee. De club is koploper van de Duitse Verbandsliga....

LANDGRAAF Voor Rick Hamaker ging in Landgraaf een nieuwe wereld open. Sinds hij met de worstelaars van Simson uitkomt in de Duitse Verbandsliga staat er elke week een wedstrijd op het programma waarin hij steeds weer het beste van zichzelf moet geven.

Af en toe een keertje de mat op tegen altijd dezelfde tegenstanders, zoals in de bloedeloze Nederlandse competitie, is er niet meer bij. Worstelen is nu weer zo leuk dat de ambitieuze zwaargewicht op zoek is gegaan naar de grenzen van zijn mogelijkheden.

De worstelcompetitie in Nederland is op sterven na dood, meent Ate Postma, voorzitter van Simson. ‘Overal wordt harder getraind dan ooit, beter gepresteerd ook en wij worstelaars willen het met minder doen. Dat klopt niet. We zouden juist meer stappen moeten zetten, maar daar hebben we geen zin in. Nou, hoor je dan, dan gaan we toch iets anders doen.’

In de loop der jaren heeft Postma heel wat worstelclubs zien wegkwijnen. ‘Vaak kiezen ze voor de gemakkelijkste weg. De trainer heeft geen zin meer om door te gaan, het bestuur toont geen elan en haalt de schouders op. Je hebt een bestuur en trainers nodig die er 100 procent voor gaan.’

Nu zijn er nog maar vier clubs over die elkaar enkele keren per jaar in toernooivorm bekampen. Iedere worstelaar die zich bij die gelegenheden in een strak pakje wil hijsen, mag meedoen. De vereniging met de meeste punten is Nederlands kampioen. ‘Dat is het’, zegt Postma.

Aan dit soort schertsvoorstellingen doet Simson niet mee. De traditierijke Zuid-Limburgse worsteltrots werd veelvuldig geplaagd door clubs die niet kwamen opdagen, of met vier of vijf in plaats van tien worstelaars op de mat verschenen. Op die manier had Postma zijn mannen en het publiek weinig te bieden. ‘We hebben lang geaarzeld, maar uiteindelijk de knoop doorgehakt. Met medewerking van de nationale bonden komen we nu uit in de Duitse competitie.’

Zaterdagavond wint de thuisclub, koploper in de Verbandsliga, in sporthal De Baneberg met speels gemak van degradatiekandidaat Tus 02 Bönen. Postma hanteert vaardig de microfoon en kondigt de partijen aan. Op een beeldscherm worden de scores aan de zestig toeschouwers getoond. Piet Kamps zit met de EHBO-koffer achter de wedstrijdtafel, maar hoeft niet in actie te komen. ‘Omdat we tegenwoordig Duitse scheidsrechters hebben. Die zijn beter dan Nederlanders.’

Simson treedt aan met acht Nederlanders en twee Tsjetsjenen die over de Belgische nationaliteit beschikken. Meer buitenlanders staan de Duitse reglementen niet toe. Kopman is Fred de Vos, een Utrechtse brandweerman, die op het nippertje enkele keren olympische kwalificatie misliep.

Hamaker (24) wint zijn partij gedecideerd. De ras-Amsterdammer is opgeleefd bij Simson en heeft nog maar één partij verloren. Een paar jaar geleden gaf hij er de brui aan. Door het teleurstellende niveau in de onregelmatig verlopende nationale competitie en het veroveren van titels zonder glans, was zijn ambitie flink aangetast.

Nu moet hij elke week aan de bak. ‘De ene keer tref je een Duitse tegenstander, maar het kan ook een Pool of een Bulgaar zijn. In de Duitse competitie vind je veel nationaliteiten. Als we kampioen worden, promoveren we naar de Oberliga. Zo blijf je jezelf ontwikkelen en kun je zien wat je internationaal waard bent.’

Worstelen in de Nederlandse competitie hoeft niet meer van Hamaker. Hij baalt van de mentaliteit rondom wedstrijden. ‘Hier komen mensen kijken om een mooie strijd te zien. Elders in Nederland is dat niet zo. Daar zien ze liever dat de kampioen op z’n rug gaat. Dat is sensatie. Hier is het allemaal gemoedelijker en vriendelijker. Na de wedstrijd kun je een pilsje drinken met je tegenstander.’

Hamaker ziet voor worstelen in Nederland alleen nog toekomst als de bond projecten start op basisscholen en introductielessen organiseert. ‘Je moet de sport interessant maken voor buitenstaanders. Als je dat niet doet, wordt het een moeilijk verhaal.’

Gelouterd door de ervaringen bij Simson en in de Verbandsliga brandt ook het heilige vuur weer bij Hamaker. Hij wil voor langere tijd op trainingsstage naar Rusland. Daar zijn immers de beste trainers. Afgelopen jaar is hij er ook geweest. Dat kon omdat zijn vader als sponsor fungeerde. Het is hem goed bevallen.

‘Als ik terugkom, doe ik mee aan een groot internationaal toernooi in Duitsland. Aan de hand van de resultaten wil ik bekijken of ik nog een keer aan een EK of WK kan meedoen. Om me toch nog één keer met de internationale top te meten.’

Meer over