Olympisch Kwalificatietoernooi

Onrust en stress voor de ‘verschrikkelijkste wedstrijd van het jaar’

Dai Dai Ntab komt vanaf zondag in actie op het OKT. Beeld AP
Dai Dai Ntab komt vanaf zondag in actie op het OKT.Beeld AP

Er is maar een toernooi dat écht telt dit schaatsseizoen: de Olympische Spelen. Maar om daar te komen moeten schaatsers zich vanaf zondag plaatsen op het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT). Hoe moet je omgaan met de spanning van ‘de verschrikkelijkste wedstrijd’ van het jaar?

Dirk Jacob Nieuwboer

Jorrit Bergsma lijkt altijd zo rustig, maar vier jaar geleden raakte ook hij eind december even de weg kwijt. De olympisch kampioen op de 10 kilometer lag ’s nacht te malen, doemscenario’s schoten door zijn hoofd, zijn hartslag liep op tot 180. Om rustig te worden ging hij maar sudoku’s maken, maar ook dat hielp niet.

De reden van de stress: het olympisch kwalificatietoernooi (OKT) dat bepaalt of schaatsers wel of niet naar de Spelen mogen. Bergsma werd pas weer rustig nadat hij het hotel had verlaten en naar huis in Aldeboarn ging. Daar lukte het wel om in slaap te vallen.

Slechts achttien Nederlandse schaatsers – negen mannen en negen vrouwen – mogen in februari naar de Spelen. En om te bepalen wie er gaan is het OKT, dat van zondag tot en met donderdag duurt, leidend. Heel soms worden er uitzonderingen gemaakt, maar voor de meeste schaatsers betekent de komende dagen een keihard ja of nee.

Laatste kans

Dat kan wrang uitpakken. Kjeld Nuis was in de aanloop naar de Spelen van 2014 in vorm, maar faalde op het OKT. Zijn collegasprinter Hein Otterspeer greep al twee keer mis en rijdt dit keer waarschijnlijk voor zijn laatste kans om aan de Spelen mee te mogen doen.

De voordelen van het OKT zijn alleen groter dan de nadelen. Sinds het kwalificatietoernooi in 2002 werd ingevoerd is er veel minder discussie over wie van al die goede Nederlandse schaatsers naar de Spelen mogen. Daarvoor werd vaak gekozen voor routiniers, ook als ze misschien niet meer zo goed waren. Nu hebben aanstormende talenten meer kans om door te breken.

Bovendien: bij topsport hoort natuurlijk ook dat je goed om moet kunnen gaan met de spanning. Toppers als Sven Kramer en Ireen Wüst faalden nog nooit op het OKT.

‘Mentaal top zijn, betekent dat je je moet focussen op wat je moet doen’, zegt sportpsycholoog Hardy Menkehorst, die vijf jaar werkte bij de TVM-schaatspoeg en nu ook schaatsers begeleidt die aan het OKT meedoen. ‘Schaatsers moeten linksom rijden, voornamelijk. Is dat nieuw voor ze? Nee, natuurlijk niet.’

Maar beter niet druk maken

Richt je op wat je zelf kunt doen. En laat je niet afleiden door andere zaken. Het zijn de belangrijkste lessen van iedere sportpsycholoog. Hoe laat je moet rijden en tegen wie heb je niet in de hand. Laat staan het resultaat. Dus dan kun je je er ook maar beter niet druk over maken.

Veel schaatsers hebben die lessen geïnternaliseerd of proberen dat althans. Ze herhalen hoe erg alle wedstrijden eigenlijk op elkaar lijken. Het klinkt soms als mantra’s die de stress moeten bezweren, maar toch ligt daar een van de sleutels naar innerlijke rust.

‘Het evenement is natuurlijk wel van groot belang’, zegt Menkehorst, ‘maar dat maakt wat je moet doen niet anders. En je kunt omgaan met de stress oefenen. Op andere wedstrijden die je belangrijk vindt of door een bepaalde routine te volgen. Zo kom je op een spanningsniveau waar je je prettig bij voelt, want je moet er ook weer niet te relaxed in zitten.’

Zoektocht

Het is een zoektocht die voor iedere schaatser weer anders is. Bergsma was vier jaar geleden de heersend olympisch kampioen op de 10 kilometer, maar dat eerdere succes gaf hem geen rust. Integendeel, hij wilde juist heel graag zijn titel verdedigen.

‘Je wil toch steeds winnen en de concurrentie aangaan met die mannen’, zegt hij ook nu weer. ‘Anders ben je misschien ook niet gretig genoeg. En die druk is er bij iedereen, dus het is maar net wie daar het best mee omgaat.’

Irene Schouten (29)

Is het hele seizoen al in topvorm, maar herinnert zich nog het vorige OKT. Toen reed ze ook goed in het voorjaar, maar wist ze zich niet te plaatsen voor de olympische 3.000 en 5.000 meter. In Pyeongchang deed ze alleen mee aan de mass start, waarop ze brons pakte.

Irene Schouten Beeld Pro Shots / Erik Pasman
Irene SchoutenBeeld Pro Shots / Erik Pasman

‘Ik weet dat het OKT de verschrikkelijkste wedstrijd van het jaar is. Je kan heel goed zijn, maar als jij op die dag een slechte dag hebt, dan lig je eruit. Ik kijk er ook wel naar uit, om de heren te zien strijden, en de vrouwen op de 500, de 1.500 en noem maar op. Dan ben ik ook gewoon benieuwd wie zich plaatst. Maar als je op die streep staat dan is het wel anders.

‘Vier jaar geleden was ik voor het OKT best wel goed,maar de 3.000 meter heb ik toen helemaal verkloot. En ik denk dat dat gewoon mentaal was, dat weet ik wel zeker. Toen dacht ik ook gewoon: ik ben niet goed genoeg, daarna ging de 5.000 ook niet. Dus ik weet dat je fysiek en technisch super goed zijn, maar ik heb geleerd dat het ook in je hoofd moet kloppen.

‘Ik ga wel af en toe naar een mental coach, maar niet speciaal om me voor te bereiden op deze ene wedstrijd. Het zou mooi zijn als ik naar een mental coach zou gaan en die zegt: doe even zo, en ik ben mentaal goed op die wedstrijd. Maar het moeilijke is natuurlijk: je hebt niet een wedstrijd die zo is, dus ik kan wel me mentaal voorbereiden, maar met een trainingswedstrijd ga je nooit dat gevoel krijgen.

‘Eigenlijk is er ook niks anders, want ik strijd net als elk jaar tegen de besten van de wereld. Maar voor de omgeving, de media en familie is het wel anders, dat maakt dit jaar ook wel leuk. Voor het publiek is het natuurlijk superspannend en ook voor de mensen die meedoen. Dat maakt het OKT juist ook mooi. En ik kan daar nu wel beter mee omgaan, denk ik. Ik ben er de laatste vier jaar in gegroeid en ik hoop dat het goed genoeg is

Dai Dai N’tab (27)

Kende met twee valse starts op de 500 meter een dramatisch vorig OKT. En dat terwijl hij nationaal kampioen was. Dit jaar pakte hij zilver op het NK, maar net als de andere Nederlanders maakte hij internationaal nog geen indruk op de 500 meter.

Dai Dai Ntab Beeld ANP
Dai Dai NtabBeeld ANP

‘Vier jaar geleden stond ik er heel anders in. Ik weet nu: natuurlijk het is een OKT , maar verder is het niet veel anders dan anders. Het zijn dezelfde poppetjes. Dezelfde wedstrijd. Dezelfde ijsbaan. Dezelfde schaatsers. Wat ik mezelf wel echt heb verteld, is dat elk seizoen eigenlijk een beetje hetzelfde is.’

‘Ik snap wel dat er nu steeds wordt gevraagd naar wat er vier jaar geleden is gebeurd met die valse starts. Maar ik heb mezelf voorgenomen: ik kan hier wel heel erg in meegaan, maar voor mij is het verhaal al rond. Het spelletje OKT heb ik uitgespeeld, daar heb ik genoeg over nagedacht.

‘Na dat vorige OKT heb ik wel met iemand gesproken. Maar ik kwam er achter dat ik de dingen waar ik tegenaan liep eigenlijk alleen maar praktisch kon aanpakken. Dat starten vond ik één keer lastig. En een aantal zaken voor de wedstrijd, dat ik veel werd afgeleid en zo. Dat moest ik eigenlijk tijdens de wedstrijden een ­beetje oplossen. Zo heb ik mezelf een beetje getraind.

‘Als ik gespannen ben voor wedstrijden dan ben ik soms heel chagrijnig of onrustig. Dat uitspreken en bespreken werkt voor mij heel goed, dat doe ik met mensen die heel dicht bij mij staan. Maar soms moet je er juist niet over praten. Een beetje problemen van je af schuiven en dan moet je het weer even oplossen en dan moet je het weer even van je afschuiven. Dat is een beetje hoe je het doet.

‘Vier jaar geleden ging ik twijfelen of ik wel kon presteren onder druk. Maar ik presteerde eigenlijk altijd beter onder druk, alleen één keer niet. Een oude trainer zei eens tegen mij: Je moet het schaatsen makkelijk houden. Hoe ouder je wordt, hoe lastiger dat wordt. Met contracten, sponsors, mensen willen wat van je, mensen vinden wat van je. Ik had gewild dat ik toen tegen mezelf had gezegd: doe maar rustig. Het simpel houden, dat is denk ik de grootste

Kai Verbij (27)

Wist zich ondanks een blessure bij het vorige OKT toch te plaatsen voor de 500 meter en mocht door een aanwijsplek ook meedoen aan de olympische 1.000 meter. Pakte geen medaille. Dit jaar nationale kampioen op 500 en 1.000 meter, maar wisselvallig bij de World Cups.

Kai Verbij Beeld AP
Kai VerbijBeeld AP

‘Over het algemeen rij ik hard als er druk is, maar het is geen fijn gevoel. De meeste spanning had ik bij WK afstanden in Inzell, en die won ik. Ik word vaak een beetje lacherig. Het was toen wel heel fijn om met Thomas Krol in een kleedkamer te zitten, want Thomas was ook heel gespannen. En dan kijken we elkaar aan en dan schieten we in de lach, zo van: het is geen fijne positie waar we in zitten.

‘Of ik gespannener ben voor het OKT dan voor de Spelen? Ja, ik denk dat die kans wel aanwezig is. Er zijn gewoon heel veel goeie schaatsers in Nederland. Pas na het OKT komt de focus op de Spelen te liggen. Maar ik ben er dit jaar niet zo heel erg obsessief mee bezig, omdat ik het al een keer heb meegemaakt. De Spelen is een heel magisch iets en als je er bent dan is het allemaal heel mooi en gaaf, maar daarna is er de realitycheck: het leven gaat gewoon door, dan moet je gewoon weer gaan trainen.

‘Op de vorige Spelen won Havard Lorentzen goud, maar daarna heeft hij niks meer gepresteerd. Of ik niet met hem zou willen ruilen? Nou, dan heb je natuurlijk wel olympisch goud gewonnen, dus daar zou ik sowieso voor tekenen, maar ik zou daarna niet voor spek en bonen mee willen doen.

‘Vroeger dacht ik: oké, WK sprint, leuk. Alle toernooien waren een tussenstap op weg naar de Spelen. Nu geniet ik veel meer van de titels. En ik presteer veel beter op belangrijke momenten en dat is ook wat ik wil: uiteindelijk wil ik zoveel mogelijk winnen in mijn carrière. Dat is voor mij een groter doel dan dat ene titeltje.’

Meer over