EK voetbal

‘One Cap Wonder’: de lusten en lasten van die ene interland

Sinds 1905 zijn 783 spelers uitgekomen voor het Nederlands elftal. Voor 198 mannen bleef het bij een interland. Dat levert gemengde gevoelens op: ‘Het Wilhelmus, dat is het mooist.’

Eenmalig international Romano Denneboom met het shirt dat hij in 2004 droeg tegen Liechtenstein. Beeld
Eenmalig international Romano Denneboom met het shirt dat hij in 2004 droeg tegen Liechtenstein.

Romano Denneboom (Heerenveen, NEC, FC Twente)

Eén interland, tegen Liechtenstein, 2004

Romano Denneboom (40) voetbalt tegenwoordig in het RTL-sterrenteam, bij FC Rebellen (oud-spelers met een krasje) en bij de oud-internationals, met Pierre van Hooijdonk, de gebroeders De Boer en Witschge.

Die ene interland opende deuren voor de aanvaller. ‘Jongens op mijn positie in het Nederlands elftal waren geblesseerd of konden niet. Het was een stageweek, niet wetende welke impact die zou hebben op mijn leven. Ik reis tegenwoordig de wereld over dankzij die 45 minuten tegen Liechtenstein.’

De beste actie van toen? Lachend: ‘Ik had niet veel goede acties. Wat me is bijgebleven is dat Mark van Bommel zei: doe je loopacties, let op je manier van kijken, dan weet ik wat je wil. Het was mooi. Na een training had ik een gesprek met bondscoach Van Basten. Te gek.’

Hij voelde geen druk. ‘Ik voetbalde gewoon en stippelde nooit iets uit.’ Misschien is dat jammer, achteraf. Hij was jong en kreeg snel een contract bij Heerenveen. Een rustige omgeving ‘om de prof te worden die ik wilde worden’. ‘Met de fiets naar de training, rusten. Gastgezin.’

De werkelijkheid bleek harder. ‘Er kwam zoveel op me af. Je komt uit de Randstad, bent talentvol en gaat een centje verdienen. Ik ging daarmee niet altijd slim om. Je gaat op stap en krijgt aandacht. Meiden. Ik had me meer moeten focussen op het voetbal. Ik had langer bij het gastgezin moeten blijven, maar ik kocht een appartement en een auto, terwijl ik een auto van de club had.’

Spelersbegeleider

Tegenwoordig begeleidt hij voetballers als partner van bureau Status Pro Sport. Begeleiding op elk gebied, tot gebruik van de sociale media toe. ‘Als je twee of drie keer slecht speelt en een foto post, krijg je reacties. Die ga je lezen. Je wordt down. Voetballers zijn gevoelig voor kritiek. Ik had daarvan veel last. Mijn vrouw zei: niet doen. Iedereen werd een soort vijand in mijn hoofd.’

Dat topvoetballers niets lezen, geloof het niet. ‘Iedereen leest alles. Je ziet het zelfs bij jongens op hoog niveau, hoe ze ingaan op vervelend commentaar. En dan gaan ze maandag op tv over je praten. Bij Heerenveen was een deel van het publiek voor Romano en een deel tegen Romano. Als een actie mislukte en het fluiten begon, ging ik kijken wie dat waren. Dan ben je niet gefocust. Het was mentaal. Ik had een snelle auto en kwam soms te laat. Als je dan niet presteert, ben je een mikpunt. Ga eens werken voor je geld, riepen ze. Ik stond te boek als moeilijke jongen, al was ik dat niet. Ik ben alleen geen meeloper.’

Het vreemde is dat hij tegenwoordig fanatieker is. Hij is nooit meer te laat. ‘Toen voelde ik me het binkie.’ Hij had nooit intensieve begeleiding. Rodger Linse was zijn zaakwaarnemer. ‘Ik luisterde niet. Ik deed wat ik wilde en dacht dat ik de hele wereld aankon.’

Mentale problemen

Hij ziet tegenwoordig overal mentale problemen in het voetbal. Hij zou zijn loopbaan ook niet willen overdoen. Al dat verhuizen. ‘Ik woon vier jaar in Middelburg. Mijn zoon zei laatst: ‘We wonen hier al vier jaar’. Maar mijn leven, mijn netwerk, dat is voetbal. Als je talent hebt, ga ervoor. Maak er wat van, want het is zo voorbij.’ Hij stopte op zijn 29ste, bij Bielefeld. ‘Ik was er helemaal klaar mee.’

En toen begon de zoektocht naar een bestemming voor de rest van zijn leven. ‘Ik moest een voorbeeld voor mijn kinderen zijn, om een centje te verdienen. De pakketbezorger belde altijd bij mij aan. Om zes uur kwam iedereen bij mij de pakketten ophalen, want ik was altijd thuis. Richting mijn kinderen voelde ik me schuldig.’

Hij heeft even keukens verkocht en wasmachines bezorgd. ‘Ik verdiende heel weinig en ik was gesloopt.’ Dus zat hij weer thuis. ‘Dan belde ik mijn broer om iets te eten. Zei hij: ‘Ik ben aan het werk, jongen’. Zo kwam ik erachter dat mijn wereld niet de normale wereld was. Ik had mezelf nooit echt pijn gedaan als voetballer. Edson Braafheid was een goede vriend. Altijd investeerde hij in zichzelf. Bij mij was woensdag patatdag. Hij heeft in de WK-finale gespeeld, bij Bayern, Celtic, Hoffenheim en Lazio. En hij zei tegen mij: jij hebt meer talent. Dirk Kuijt debuteerde op dezelfde dag en hij maakte echt stappen. Mijn vrouw zegt alleen: als jij al die stappen had gemaakt, was je geen leukere jongen geweest.’

Martijn Meerdink speelde na een lange revalidatie een interland in 2006 tegen Ecuador.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Martijn Meerdink speelde na een lange revalidatie een interland in 2006 tegen Ecuador.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Martijn Meerdink (De Graafschap, AZ, FC Groningen)
Eén interland, tegen Ecuador, in 2006

De oudste zoon van Martijn Meerdink (44) voetbalt bij AZ en woont al op zichzelf. De jongste voetbalt bij De Graafschap. Pa heeft een voetbalschool. Alles is voetbal.

Net voordat Meerdink zijn eerste contract tekende bij De Graafschap, verkocht hij klapstoelen in een campingwinkel. ‘Dat zou ik met alle liefde nog steeds doen.’ Zijn jeugdjaren in de opleiding van De Graafschap waren zo fijn. ‘Op mijn 22ste kreeg ik mijn eerste koelkastcontract. Daarvan krijg ik nog kippenvel. Ik huilde gewoon van geluk. Het gaat om de puurheid van voetbal, niet om 100 euro meer.’

Hij ontwikkelde zich goed. En toen ‘kocht Dirk mij’. Dirk is Scheringa, destijds eigenaar van AZ. Hij had 950 duizend euro over voor Martijn Meerdink uit Winterswijk. ‘Bij AZ heb ik echt goed verdiend. Niet normaal. Bij Dirk kon alles. Maar in Alkmaar dachten ze wel: wat is dit voor een mannetje? Zo voelde ik dat. Wat moet zo’n Graafschapper nu bij dat mooie voetbal van AZ?’

Langzaam bewees hij zich, onder de trainers Henk van Stee, Co Adriaanse en later Louis van Gaal. Voetballen met Perez, met Van Galen, met al die toppers. ‘Co speelde alles vooruit. Zo puur. Ik was rechtsbuiten. Hij zei: jij vult het in op jouw manier. Met Landzaat en Kromkamp achter me. De rechterkant was lopen, links was denken. Met Landzaat als pianist. We waren zo goed. Lindenbergh, Mathijsen, Obdam, De Cler. Henkie Timmer in de goal.’

Kruisband gescheurd

Op dat hoogtepunt van zijn loopbaan scheurde hij zijn kruisband bij het Nederlands elftal, in 2005, tijdens de training. ‘Het is altijd even slikken als ik daarover praat, ook nu nog. Het gebeurde de dag voor we naar Roemenië vlogen. Laatste seconde. Een scrimmage. Ik sprong over Henk Timmer heen en voelde het meteen. Wesley Sneijder zat aan de kant. Hij zei dat hij ‘pats’ hoorde. Nooit had ik gedacht dat ik het shirt van het Nederlands elftal kon dragen.’

De revalidatie was lastig. ‘Jawel, ik ben teruggekomen, maar misschien was het wel klaar met mijn carrière.’ Hij haalde nooit meer dat niveau van 2005. ‘Ik heb dag in, dag uit met fysiotherapeut Maarten Gozeling getraind.’

Hij speelde alsnog één interland. In maart 2006 tegen Ecuador, 90 minuten zelfs. ‘Doelpunt Kuijt, voorzet Meerdink. Veel mensen zeiden: wat moeten we nou met hem? Dat doet best pijn. Ik was geblesseerd geweest en Marco van Basten haalde mij er weer bij. Het is een goedmakertje, zeiden ze. Zo is het gelopen.’

Het volkslied

Meerdink loopt de huiskamer uit en haalt zijn shirt. Hij voelt het stof. ‘Het mooist is het Wilhelmus. Daar staan met de besten van Nederland. Het is bij één wedstrijd gebleven en ik ben er trots op. Toch is het ook een zwarte bladzijde. Het is een hoogtepunt en een dieptepunt. Ik kreeg niet veel steun. Ja, van spelers van AZ, en hier in het dorp. Het is goed dat clubs steeds meer doen aan mentale begeleiding. Want ik heb ook liggen malen. Toen ik geblesseerd was, dacht ik meer na dan toen ik fit was. Mijn psycholoog was fysiotherapeut Gozeling, al had hij daarvoor niet geleerd. Ik kon zo fijn met hem lullen. Alles wat speelde, vertelde ik hem. Gewoon een keer janken.’

De wedstrijd tegen Ecuador was saai. ‘Ik zou niet spelen. Kuijt zat rechts van me bij het eten, Van Nistelrooij links. Kuijt zou met nummer 7 spelen, op mijn positie. We hadden nog net geen bordje eten. Van Nistelrooij tikte me aan en zei: ‘Martijn, ik denk dat je gaat spelen. Ik ga naar huis, ik voel me niet fit’. Twee minuten later stond Van Basten op. Hij zei: ‘Jongens, we hebben één wijziging. Kuijt naar 9, Van Nistelrooij naar huis, Martijn op 7.’ Dat was heel bijzonder.’

En wat als hij die blessure niet had gehad? ‘Ik had in de middenmoot van Duitsland of Engeland kunnen voetballen, met misschien drie of vier interlands. Het komt altijd terug, op verjaardagsfeestjes en zo. Jij bent toch die jongen van die ene interland? Ach, ik heb erbij gehoord, dat neemt niemand me af.’

Marcel Peeper wil nog graag jonge voetballers leren hoe ze mentaal met hun sport moeten omgaan.  Beeld
Marcel Peeper wil nog graag jonge voetballers leren hoe ze mentaal met hun sport moeten omgaan.

Marcel Peeper (FC Twente, Lokeren, Sparta en FC Groningen)
Een interland, tegen de Sovjet-Unie in 1990

Marcel Peeper heeft een woning aan de boulevard in Benidorm. Heerlijk. Hij verhuurt appartementen in Amsterdam. Fijn werk. In maart 1990 was hij als profvoetballer van FC Twente in topvorm. Hij weet nog dat de trainer hem tegen Lerby van PSV zette, als rechtshalf. Lerby kon het niet belopen tegen hem.

Maar in 1990 ging alles fout. Eerst verongelukte zijn vriendin, in januari. ‘Ik zat middenin het rouwproces, maar ik wilde blijven voetballen. Doe het voor haar, zeiden haar ouders.’ Een transfer naar een mooie club lag in het verschiet. Zijn selectie voor Oranje was logisch.

Hij speelde op 28 maart 1990 in Kiev, in het elftal dat Europees kampioen was . En toen brak Gorloekovitsj met een onbehouwen charge zijn scheen- en kuitbeen. Terwijl Celtic, Juventus en Atlético Madrid interesse hadden getoond.

Pin van knie tot enkel

Lachend: ‘Misschien had ik dan wel 2 miljoen op de bank gehad. Als je toch voetballer bent, kun je maar beter lekker verdienen.’ Hij herstelde, al liep hij nooit meer echt mooi. Er werd een plaat met acht schroeven in zijn been gezet, die ging er later uit. Nu zit er nog steeds een pin van zijn knieschijf tot zijn enkel.

Peeper werd een dertien-in-een-dozijnvoetballer. Mooie loopbaan hoor, daar niet van. Lokeren, Sparta en FC Groningen onder meer. Nee, dat is geen Juventus. Hij is een gerenommeerd footgolfer. ‘Toch blijft Oranje mijn mooiste ervaring. Je hoort mij niet klagen.’

In de groepsapp ‘Shanghai 2018’ van oud-internationals zit een filmpje van een penalty van Martijn Meerdink. Hij raakt iemand op de tribune. Altijd lachen. Die tripjes met de oud-internationals zijn zo mooi. Peeper doet niet meer mee, Meerdink en Denneboom wel.

Denneboom: ‘Er zijn veel jongens die goed kunnen voetballen, maar die tripjes niet maken, omdat ze niet die ene interland hebben gespeeld. Dan voel ik me bevoorrecht. Bij de eerste uitnodiging dacht ik: zal ik gaan met mijn ene interland, terwijl andere jongens er tachtig hebben? Maar ik was nog redelijk fit. En als je er dan twee inlegt, is het goed.’

Kippevel

Peeper heeft dankzij het voetbal veel geleerd, ook om voor groepen te praten. ‘Je krijgt veel terug voor die ene interland. Het is niet zo van: wij hebben er 150 gespeeld, jij één. Meneer Kesler (destijds directeur betaald voetbal, red.) hield een toespraak in de kleedkamer, na afloop van die ene interland. Hoe ik was teruggekomen van een blessure. Zo mooi. Al die grote namen luisterden. Kippevel.’

Hij wil nog ergens individueel trainer zijn en overbrengen hoe jonge voetballers mentaal met hun sport moeten omgaan. Kneden, een andere benadering per individu. ‘Ja, topsportbegeleider Bart Heuvingh bij AZ, met wie mijn zoon te maken heeft, is een topper. Soms denken clubs: schuif het maar weg, mentale hulp, dan zijn we er vanaf.’

Marcel Peeper heeft zijn leven geaccepteerd zoals het is. Hij zegt, vanuit Benidorm: ‘Ik geniet van kleine dingen. Ik neem zo een ontbijtje hier. Zon op mijn smoel. Gebakken eitje erbij.’

Psychische klachten onder profvoetballers

Onder voetballers komen psychische klachten vaker voor dan onder andere Europese burgers. Symptomen blijven vaak onder de oppervlakte. In een rapport van de Fifa, dat recentelijk verscheen, komen alarmerende cijfers naar voren, onder meer dat 38 procent van de profs lijdt aan depressieve of angstgerelateerde spanningen.

Ook het interlanddebuut, een hoogtepunt in de loopbaan van een prof, kan zorgen voor stress. Een voetballer levert de beste prestaties als het hoofd leeg is en het gevoel onbevangen. Bij het spelen van een eerste interland kan dat twee kanten opgaan: vrijuit spelen met trots en plezier, óf voetballen met een hoge mate van spanning, waardoor er een blokkade kan ontstaan, met het risico een slechte indruk achter te laten. Voetballers krijgen vaak te maken met een hoog niveau stress, zo meldt het rapport. Dat komt door de druk om te presteren, het verwachtingspatroon en de inspanningen van het lijf.

Leren omgaan met stress

Psychosociaal wetenschapper Tim Choy ontwikkelde de Soul2Goal scan, die mogelijkheden biedt om deze stressfactoren overzichtelijk in kaart te brengen. Choy: ‘Ontwikkeling begint bij bewustwording. Met onze scan vergroten we die bewustwording.’ Choy werkt samen met de sportpsychologen van YAAP, die spelers helpen autonoom en veerkrachtig te kunnen handelen in het omgaan met stress en tegenslag. Zo hopen zij preventief te kunnen werken.

Er zijn veel factoren die de focus, het woord dat ook bondscoach Frank de Boer veelvuldig gebruikt in de voorbereiding op het EK, kunnen verstoren. Alle ogen zijn gericht op die ene speler, over wie 17 miljoen bondscoaches een mening hebben. Een speler gaat mogelijk te veel nadenken en kan blokkeren door spanning of angst. Vechten tegen die spanning kan juist een averechts effect hebben.

De spanning zal bij een volgende keer dan eerder toe- dan afnemen. Het helpt om de spanning te bespreken, al ziet de buitenwereld het tonen van kwetsbaarheid vaak als zwakte. Bij een fysieke blessure staat een team van specialisten klaar, op mentaal vlak is de hulp schaarser. Op vragen over mentale klachten rust vaak nog een taboe.

Gamen als uitweg

Op korte termijn kan stress zorgen voor betere prestaties. Als stress langdurig aanhoudt en er geen ‘juiste’ manier is om ermee om te gaan, kan dat leiden tot de ontwikkeling van mentale- en gedragsmatige stoornissen. Dit uit zich geregeld in het vermijden van ongemak. Denk bijvoorbeeld aan gamen, netflixen of overmatig gebruik van sociale media. Dit werkt vaak kort, maar bij de volgende wedstrijd werkt de spanning weer net zo verlammend.

Sportpsycholoog Tim Koning: ‘Soms voel ik mij net een prediker. Dat het mentale aspect en daarmee de mens nog steeds van ondergeschikt belang is, is niet te bevatten.’ Om spelers te helpen om te gaan met de negatieve effecten van stress, is het zinvol uit te zoeken waar die stress vandaan komt. Alleen: slechts één op de zes clubs in het Nederlandse betaald voetbal laat mentale begeleiding uitvoeren door een daartoe opgeleide persoon, terwijl goede mentale begeleiding de speler kennis laat maken met zichzelf, met reflectie op wat hij of zij werkelijk belangrijk vindt.

1 interland

Sinds 1905 zijn 783 spelers uitgekomen voor het Nederlands elftal. Voor 198 voetballers bleef het bij één interland. Wie zijn zij zoal?

De latere bondscoach: Bert van Marwijk,1975, tegen Joegoslavië

De kleurrijkste: Royston Drenthe, 2010, tegen Turkije

De vader van Ronald en Erwin: Martin Koeman, 1964, tegen Oostenrijk

De naamgenoot van de Elfstedentochtwinnaar: Henk Angenent, 1957, tegen Spanje

Opvallendste naam: Lo La Chapelle, 1907, Engeland

Voorzitter van Feyenoord: Gerard Kerkum, 1960, Zwitserland