ColumnBert Wagendorp

Onder de wielrennershelm wordt koortsachtig gedacht

null Beeld

Of je als wielrenner ook te véél kunt nadenken, vroeg Dione de Graaff zondagavond in De Avondetappe aan Aike Visbeek, de ploegleider die Tom Dumoulin in 2017 naar de zege in de Giro leidde. Dat wist Visbeek natuurlijk ook niet precies, maar dat er veel omging in het hoofd van Dumoulin wilde hij wel bevestigen. ‘Hij is een intelligente jongen.’

Je vergeet het weleens, als je een groep wielrenners op een zware klim ziet, maar onder al die helmen wordt gedacht. En niet een klein beetje en daarna weer een tijdje niet, maar koortsachtig en voortdurend. Het zou mooi zijn wanneer boven elk van de favorieten een denkballonnetje hing met daarin de gedachten van dat moment. Het is wat De Renner van Tim Krabbé en Peter Winnens Van Santander naar Santander zo goed maakt: de overpeinzingen in het brein van de hoofdpersoon in het heetst van de strijd.

Misschien schrijft Tom Dumoulin ook nog een keer een boek, waarin hij ons deelgenoot maakt van zijn gedachten tijdens de beklimmingen van het tweede weekend van de Tour van 2020. De gedachten die ertoe leidden dat hij zijn Touraspiraties aan de kant schoof.

Gedachten tijdens hevige inspanningen zijn dodelijk. Wie ze niet langer de baas kan, is verloren. Je kunt je spieren bevelen blijven geven, maar als de gedachten niet meewerken geven de spieren het ook op. Dat geldt ook op het allerlaagste niveau. Ik beklom een keer de Mont Ventoux en toen ik de uitputting nabij was, dacht ik opeens aan een grote koele pils in het dal. Dat was de fietsduivel aan het werk en daarmee was het over: weer niet onder de twee uur.

Sommige mensen kunnen dergelijke fnuikende overwegingen aan de kant zetten en hun geest juist opdragen alle signalen van uitputting te negeren en door te trappen. Dat zijn de de heersers over het eigen brein, de kampioenen.

Waarmee ik niet wil zeggen dat Dumoulin geen kampioen is. Alleen is hij kennelijk soms kwetsbaar voor de aanvallen van zijn eigen geest. Zijn ploegleider Maassen zei zaterdagavond dat ze Tom aan alle kanten hadden doorgemeten, en dat er maar één conclusie was: ‘Dumoulin is veel beter dan hij zelf denkt.’ Daarmee had hij de kern van het probleem te pakken.

Het wijdverbreide amfetaminegebruik in het peloton van de jaren vijftig en zestig had niet direct te maken met het fysieke aspect van het wielrennen, maar met het mentale. Amfetaminen besturen de geest, meer dan het lichaam. Ze veranderen negatieve gedachten in euforie. Zo werden Rondes van Frankrijk gewonnen.

Mensen zijn zo sterk als ze zelf denken te zijn. En dan heb ik het niet alleen over sport. Ik vroeg een keer aan mijn Engelse psychiater hoe het kon dat ik wel een burn-out kreeg en de zwaar bezette toenmalig premier Tony Blair niet. ‘Because he knows he can do it,’ antwoordde hij. Blairs illustere voorganger Winston Churchill won WO II overigens op amfetaminen. Er was nog geen dopingcontrole.

De winnende kracht van de gedachte – en de verliezende.

Meer over