Onbedoelde eenarmige zwaai kost Zonderland goud, Deurloo pakt brons

Epke Zonderland is weer terug, na jaren van malheur. Maar een onbedoelde eenarmige zwaai kostte hem het goud in de rekstokfinale van de WK in Montréal. Hij werd tweede, landgenoot Bart Deurloo derde.

John Volkers
Epke Zonderland in actie tijdens de toestelfinale van de rekstok op de wereldkampioenschappen turnen in Montreal, Canada. Beeld anp
Epke Zonderland in actie tijdens de toestelfinale van de rekstok op de wereldkampioenschappen turnen in Montreal, Canada.Beeld anp

De langverwachte terugkeer van Epke Zonderland aan de wereldtop is een feit. De Nederlandse rekstokturner beëindigde de WK-finale zondag als tweede. Het goud, het eremetaal dat bij de Fries en diens reputatie hoort, bleef net buiten bereik. Dat was deze keer voor de verrassende Kroaat Tin Srbic die met een uiterst conservatieve oefening de juiste strategie koos.

De bronzen medaille in Canada was voor de tweede Nederlander aan de stok: de 26-jarige durfal Bart Deurloo. Hij opende het bal met een krachtige kür aan de stok, met liefst drie vluchtelementen. Hij wist vervolgens dat de deur voor de concurrentie ruim openstond. Srbic en Zonderland stapten erdoor heen.

Positieve breuk

De met argusogen bekeken oefening van Zonderland, begroot op het maximum van vijf vluchtelementen, was zondag ongeëvenaard, maar dan van de verkeerde kant beschouwd. Bij zijn tweede vlucht, de Kovacs, een dubbele hurksalto achterover, miste hij met de linkerhand de stok. In plaats van tegen het schuimrubber te kletteren, deed hij het onwaarschijnlijke. Hij liet niet los met de rechterhand en voltooide de zwaai rond de stok.

Het effect was wel dat zijn waardering, ook door het weglaten van het vijfde en laatste vluchtelement, de Gaylord 2, deels wegviel. Zijn beoogde moeilijkheidsgraad zakte van 7,3 naar 6,5 punten. Dat was feitelijk goed voor het verlies van het goud dat Zonderland voor ogen had.

Hoe dan ook was het spectaculaire optreden van Zonderland een meer dan positieve breuk met zijn recente verleden. 2015 en 2016 werden gekenmerkt als 'rampjaren'. Van de grote heerser die in 2012 olympisch kampioen werd en daarna (op rij) tweemaal wereldkampioen, was slechts een bleek figuur overgebleven.

Het was allemaal veroorzaakt door gebrekkige fitheid. Een misgreep in de training bezorgde hem in 2015 een hersenschudding. Hij werd op de WK van Glasgow dat jaar 31ste; dieper kon hij niet vallen. In december van dat jaar kwam uit dat zijn neus- en bijholten zo chronisch ontstoken waren dat een operatie, in het ziekenhuis van Assen, niet kon uitblijven.

In 2016 kampte hij voortdurend met ander klein malheur. Zonderland haalde met een ultieme krachtsinspanning de Olympische Spelen, hij werd afgevaardigd met een compleet Nederlands mannenteam, maar zwaar gekneusde vingers hinderden hem in die dagen bij voortduring. Tot in de laatste uurtjes voor zijn olympische finale.

Het was daarom niet vreemd dat het wonder van Rio uitbleef. De publieksfavoriet miste bij zijn tweede vluchtelement de rekstok. Nog voor Rio had Zonderland al besloten verder te gaan. Hij kreeg voor het naolympische turnjaar een aanloop, waarin meer aandacht werd besteed aan de rust-inspanning verhouding.

Epke Zonderland en Bart Deurloo Beeld anp
Epke Zonderland en Bart DeurlooBeeld anp

Vakantiegevoel

Het was trial and error, proberen en kijken of het werkt, zo vertelde coach Knibbeler vorige week. Vroeger liet hij Zonderland wel eens drie dagen rust nemen. Nu gaf hij hem hele weken. Er was dan geen piekbelasting. De trainingsbelasting ging terug naar minder dan 50 procent. Het oogde bijna lui. Zonderland moest echt overtuigd worden van het nut van bijna niets doen.

Knibbeler: 'Het was voor Epke een soort vakantiegevoel. Hij was aan het eind van zo'n rustweek telkens een stuk frisser, waardoor hij makkelijker de belasting van een nieuwe week aankon. Dat werkte goed.'

De twee - Daan en Ep in hun spreektaal - gingen ook werken aan nieuwe oefening. De nieuwe code van de wereldgymnastiekbond FIG gaf ruimte voor vijf vluchtelementen. De volgorde stond al vrij snel vast: Cassina, Kovacs, Kovacs gestrekt, Kolman en Gaylord 2. Dat er in een trainingszaal wel eens werd gestunt met vijf achter elkaar, zonder tussenzwaai, was leuk voor de volgers op internet. Voor de WK-finale van zondag was een veiliger indeling gekozen.

Zonderland en Deurloo

De '2 plus 1 plus 2' kwam er in de praktijk niet uit. Het had te maken met zijn misgreep na vluchtelement 2, waardoor de oefening te zwaar werd. De rechterarm van Zonderland zal een lam gevoel hebben gegeven.

De troost van de nederlaag tegen de onbekende Srbic was dat zondag twee Nederlandse turners, Zonderland en Deurloo, het erepodium bij het WK deelden. In Nederland is de rekstok een favoriet speeltje van de turners geworden. Jongens van 7 jaar oud willen al een 'Kovacsje' doen: een dubbele hurksalto achterover, boven de stok.

Het acrobatische element dateert van 1979, toen een Hongaar, Peter Kovacs, eerst een dikke bult op zijn hoofd opliep, voor hij zijn element wel uitturnde en het de naam mocht geven.

Epke Zonderland Beeld anp
Epke ZonderlandBeeld anp

Tien jaar lang deed niemand hem dat na. Maar nu, een kleine veertig jaar later, is het gemeengoed geworden in het turnen. Nederlanders doen niets liever. Epke Zonderland en Bart Deurloo vertelden vorige week, onafhankelijk van elkaar, dat zij de rekstok als hun persoonlijke favoriet beschouwden. Zonderland is de pure specialist; Deurloo, de allrounder, die dit jaar een uitstapje maakt naar zo'n op zichzelf staand kunststuk.

Nederlanders, zegt Deurloo's coach Jeroen Jacobs, kunnen dat goed, omdat ze lang en sterk zijn, waardoor ze de stok kunnen laten zwiepen. Hun werkelijke kracht ligt erin dat zij de stok begrijpen. Waar je hem moet aanpakken, dat grijze geval dat ergens in je ooghoeken opdoemt als je twee meter boven de stok om je breedte-as en soms de lengte-as draait.

Wereldkampioen

Tweemaal werd Epke Zonderland wereldkampioen aan de rekstok, in 2013 en 2014. In 2012 was hij olympisch kampioen in Londen. De BBC-commentator zei destijds: 'His name is Zonderland but it should be Wonderland.'

Meer over